Artikel 81 Wet RO onder druk: Hof van Justitie EU eist motivering bij weigering prejudiciële vragen

Op 24 maart 2026 wees het Hof van Justitie EU arrest in de zaak C-767/23 (Remling) over de motiveringsplicht bij het weigeren van prejudiciële vragen. Het Hof oordeelt dat een hoogste nationale rechter altijd specifiek en concreet moet motiveren waarom hij afziet van het stellen van prejudiciële vragen, ook wanneer het nationale recht verkorte afdoening toestaat. Het arrest heeft directe gevolgen voor de Nederlandse praktijk rond artikel 81 Wet RO, waarbij de Hoge Raad cassatiezaken regelmatig zonder inhoudelijke motivering afdoet. De uitspraak bouwt voort op de Cilfit-doctrine en het Consorzio-arrest uit 2021 en verscherpt de eisen aan rechterlijke instanties die in laatste aanleg uitspraak doen. Voor de bijzonder-strafrechtpraktijk is het arrest relevant bij cassatiezaken over btw-fraude, sanctieschendingen en andere zaken met een Unierechtelijke dimensie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Marktplaatsfraude: Hoge Raad vernietigt straf wegens niet toegestane combinatie van gevangenisstraf en taakstraf

Hoge Raad 24 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:476

In deze uitspraakvernietigt de Hoge Raad de straf in een zaak over marktplaatsfraude, medeplegen van gewoontewitwassen en deelname als leider aan een criminele organisatie. Het gerechtshof Den Haag had een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf maanden gecombineerd met een taakstraf van 180 uren, wat in strijd is met artikel 9 lid 4 van het Wetboek van Strafrecht. Die bepaling verbiedt het opleggen van een taakstraf naast een onvoorwaardelijke gevangenisstraf waarvan het ten uitvoer te leggen deel meer dan zes maanden bedraagt. De Hoge Raad wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe strafbeslissing. De bewezenverklaring en de schadevergoedingsmaatregel blijven in stand.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling wegens medeplegen van oplichting: gemeente benadeeld door onterechte loonkostensubsidie via fictief bedrijf

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 6 maart 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:1754

Het gerechtshof veroordeelt een verdachte voor het medeplegen van oplichting van een gemeente door middel van onterecht verkregen loonkostensubsidie. De verdachte richtte samen met medeverdachten een bedrijf op en diende met valse arbeidsovereenkomsten een aanvraag voor loonkostensubsidie in, terwijl hij wist dat hij hier geen recht op had. In totaal wordt een bedrag van circa 19.891 euro aan subsidiegeld onterecht uitbetaald. Het hof acht medeplegen bewezen op grond van verklaringen van medeverdachten, bankgegevens en de aangifte van de benadeelde gemeente. Vanwege een forse overschrijding van de redelijke termijn in zowel eerste aanleg als hoger beroep legt het hof een geheel voorwaardelijke taakstraf van 75 uren op met een proeftijd van een jaar. De vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen tot een bedrag van 4.972,80 euro, waarvoor de verdachte hoofdelijk aansprakelijk is.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Bestuurder is geen pleger: aangifteplicht vennootschapsbelasting rust op de BV, niet op de mens erachter

Hoge Raad 24 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:424

De Hoge Raad oordeelt dat een bestuurder-natuurlijk persoon niet als pleger kan worden aangemerkt van het opzettelijk niet doen van aangiften vennootschapsbelasting ten name van zijn bv's. De wettelijke aangifteplicht uit artikel 69 lid 1 AWR rust op de vennootschap die tot het doen van aangifte is uitgenodigd, niet op de bestuurder die het aangiftebiljet feitelijk in ontvangst neemt. Het cassatiemiddel slaagt en het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden wordt gedeeltelijk vernietigd en teruggewezen. De Hoge Raad wijst erop dat de deelnemingsvormen uit de artikelen 47 tot en met 51 Sr wel mogelijkheden bieden voor strafrechtelijke aansprakelijkheid van de bestuurder.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Datingfraude met elf slachtoffers: rechtbank legt deels voorwaardelijke gevangenisstraf op met verbod op datingapplicaties

Rechtbank Midden-Nederland 9 maart 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:815

De veroordeelt een man voor grootschalige datingfraude, oplichting, dwang en gewoontewitwassen gepleegd tussen 2021 en 2025. De verdachte maakt elf slachtoffers via datingwebsites en datingapplicaties en beweegt hen onder valse namen tot het overmaken van in totaal ruim € 164.000, dat hij vrijwel geheel vergokt. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van 510 dagen waarvan 353 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, aangevuld met een taakstraf van 300 uur. Aan het voorwaardelijk strafdeel worden uitgebreide bijzondere voorwaarden verbonden, waaronder een verbod op datingapplicaties, een gokverbod en verplichte behandeling voor gokverslaving. De rechtbank oordeelt dat bij datingfraude de nadelige gevolgen voor slachtoffers zo voor de hand liggen dat aantasting in de persoon kan worden aangenomen, en kent immateriële schadevergoeding toe.

Read More
Print Friendly and PDF ^