Datingfraude met elf slachtoffers: rechtbank legt deels voorwaardelijke gevangenisstraf op met verbod op datingapplicaties
/Rechtbank Midden-Nederland 9 maart 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:815
De veroordeelt een man voor grootschalige datingfraude, oplichting, dwang en gewoontewitwassen gepleegd tussen 2021 en 2025. De verdachte maakt elf slachtoffers via datingwebsites en datingapplicaties en beweegt hen onder valse namen tot het overmaken van in totaal ruim € 164.000, dat hij vrijwel geheel vergokt. De rechtbank legt een gevangenisstraf op van 510 dagen waarvan 353 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, aangevuld met een taakstraf van 300 uur. Aan het voorwaardelijk strafdeel worden uitgebreide bijzondere voorwaarden verbonden, waaronder een verbod op datingapplicaties, een gokverbod en verplichte behandeling voor gokverslaving. De rechtbank oordeelt dat bij datingfraude de nadelige gevolgen voor slachtoffers zo voor de hand liggen dat aantasting in de persoon kan worden aangenomen, en kent immateriële schadevergoeding toe. De vorderingen van de benadeelde partijen worden grotendeels toegewezen, waarbij voor een van de slachtoffers de schadevergoedingsmaatregel wordt opgelegd voor een totaalbedrag van ruim € 71.000 inclusief een eerder civielrechtelijk toegewezen vordering.
Inleiding en context
De rechtbank Midden-Nederland veroordeelt een man, geboren in 1990, voor grootschalige datingfraude gepleegd in de periode van mei 2021 tot en met maart 2025. De verdachte legt via verschillende datingwebsites en datingapplicaties onder valse namen contact met vrouwen, wint hun vertrouwen en beweegt hen vervolgens tot het overmaken van geldbedragen voor producten die nooit worden geleverd. In totaal maakt de verdachte elf slachtoffers, die gezamenlijk ruim € 164.000 aan hem overmaken. Het door oplichting verkregen geld besteedt de verdachte vrijwel geheel aan online gokken. De zaak betreft twee gevoegde parketnummers en wordt in eerste aanleg behandeld door de meervoudige strafkamer. De verdachte is op de zitting aanwezig en legt een bekennende verklaring af. Daarnaast ligt een vordering tot tenuitvoerlegging voor van een eerder voorwaardelijk opgelegde taakstraf wegens belaging.
Tenlastelegging en wettelijk kader
Aan de verdachte wordt in de zaak met parketnummer 16-100480-25 ten laste gelegd dat hij zich schuldig maakt aan oplichting van negen personen voor een totaalbedrag van ongeveer € 160.000 (feit 1, artikel 326 Sr), het maken van een beroep of gewoonte van online handelsfraude (feit 2, artikel 326d Sr), gewoontewitwassen van de fraudeopbrengsten ter hoogte van ongeveer € 157.681 (feit 3, artikelen 420bis en 420ter Sr) en dwang jegens drie slachtoffers (feit 4, artikel 284 Sr). In de gevoegde zaak met parketnummer 05-039313-25 wordt de verdachte verweten dat hij een elfde persoon oplicht voor ongeveer € 17.000 (feit 1, artikel 326 Sr) en de opbrengst daarvan witwast (feit 2, artikel 420bis.1 Sr). De kern van de oplichting bestaat uit het aannemen van valse namen, het voorwenden van een valse hoedanigheid als importeur van merkproducten en het opzetten van een samenweefsel van verdichtsels rondom bestellingen, leveringen en terugbetalingen. De dwang ziet op het onder druk laten ondertekenen van overeenkomsten en het laten verrichten van handelingen ten behoeve van de deblokkering van de bankrekening van de verdachte.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat alle ten laste gelegde feiten bewezen kunnen worden verklaard. Het Openbaar Ministerie eist een gevangenisstraf van 27 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest en een proeftijd van drie jaar. Aan het voorwaardelijk strafdeel dienen volgens de officier van justitie de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden te worden verbonden, aangevuld met een verbod op het gebruik van datingwebsites en datingapplicaties en een contactverbod met de slachtoffers. De officier van justitie twijfelt op de zitting aan de oprechtheid van de schuldbekentenis van de verdachte.
Standpunt van de verdediging
De verdediging voert geen bewijsverweer, met uitzondering van het bedrag dat in het kader van de online handelsfraude voor een van de slachtoffers bewezen kan worden verklaard: volgens de verdediging betreft dit € 450 in plaats van € 600. De advocaat verzoekt de rechtbank geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen die langer is dan de duur van het reeds ondergane voorarrest. Een groot voorwaardelijk strafdeel, eventueel met een langere proeftijd dan de gebruikelijke twee jaar, biedt volgens de verdediging voldoende stok achter de deur voor begeleiding door de reclassering. De verdachte verklaart bereid te zijn een forse taakstraf uit te voeren en verzoekt zelf om een verbod op het gebruik van datingwebsites en datingapplicaties als bijzondere voorwaarde.
Oordeel van het gerecht
De rechtbank acht alle ten laste gelegde feiten bewezen. De verdachte bekent dat hij alle feiten heeft gepleegd en vraagt niet om vrijspraak, waardoor de rechtbank volstaat met het noemen van de bewijsmiddelen zonder de inhoud daarvan volledig uit te schrijven. De bewezenverklaring steunt op de bekennende verklaring van de verdachte ter zitting, de processen-verbaal van aangifte van alle elf slachtoffers en diverse processen-verbaal van bevindingen.
Ten aanzien van het betwiste bedrag bij de online handelsfraude overweegt de rechtbank dat op grond van de bewijsmiddelen, waaronder een transactielijst, kan worden vastgesteld dat het betreffende slachtoffer € 600 aan de verdachte betaalt via drie transacties van respectievelijk € 150, € 200 en € 250. De rechtbank verwerpt daarmee het verweer van de verdediging op dit punt.
De rechtbank kwalificeert de feiten in de zaak met parketnummer 16-100480-25 als de eendaadse samenloop van oplichting, meermalen gepleegd, en het maken van een beroep of gewoonte van online handelsfraude (feiten 1 en 2), gewoontewitwassen (feit 3) en dwang, meermalen gepleegd (feit 4). In de gevoegde zaak worden de feiten gekwalificeerd als oplichting, meermalen gepleegd (feit 1) en eenvoudig witwassen, meermalen gepleegd (feit 2).
Bij de straftoemeting overweegt de rechtbank uitvoerig over de ernst van de feiten. De verdachte legt onder valse namen via datingsites contact met de slachtoffers en hanteert daarbij telkens dezelfde modus operandi. Hij wint eerst het vertrouwen door gezellige en vleiende gesprekken, waarna hij de slachtoffers beweegt producten bij hem te bestellen. Bij vijf slachtoffers doet hij daarbij alsof hij geld inzamelt voor een chronisch ziek nichtje. Na ontvangst van betalingen vergokt de verdachte het geld vrijwel direct en houdt de slachtoffers aan het lijntje met steeds nieuwe smoezen over mislukte betalingen en noodzakelijke extra overboekingen. De verdachte zet daartoe een uitgebreid web van leugens op, waaronder gefingeerde e-mails van fictieve medewerkers en een fictieve compagnon. De rechtbank overweegt dat de verdachte schaamteloos misbruik maakt van de gevoelens en het vertrouwen van de slachtoffers. Zelfs wanneer slachtoffers aangeven geen geld meer te hebben, gaat de verdachte door, onder meer door hen aan te sporen geld te lenen van familieleden. Hij gebruikt dwingende, dreigende en manipulerende taal, maakt verwijten, praat schuldgevoelens aan en dreigt met het doorsturen van intieme gesprekken en foto's naar werkgevers.
De LOVS-orientatiepunten voor fraudedelicten geven bij een oplichtingsbedrag tussen € 125.000 en € 250.000 een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 9 tot 12 maanden. De rechtbank oordeelt dat sprake is van strafverzwarende omstandigheden: het betreft datingfraude met een relatief groot aantal slachtoffers, gepleegd gedurende bijna vijf jaar, met ernstige financiele en psychische gevolgen voor de slachtoffers. De verdachte gaat bovendien door met zijn handelen na een politieverhoor in februari 2024, een stopgesprek in augustus 2024 en een hernieuwd verhoor in oktober 2024. Daarnaast weegt de rechtbank de dwang en dreigementen in strafverzwarende zin mee, evenals concrete aanwijzingen dat de verdachte meer slachtoffers maakt dan de elf in deze zaak. De rechtbank acht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 18 maanden in beginsel passend.
Vanuit het oogpunt van speciale preventie ziet de rechtbank echter aanleiding de verdachte niet terug naar de gevangenis te sturen. De verdachte brengt ruim vijf maanden in voorarrest door, legt direct na zijn aanhouding een volledige bekennende verklaring af en toont inzicht in zijn problematiek. Tijdens de schorsing van de voorlopige hechtenis houdt hij zich aan alle voorwaarden, zoekt hij zelf behandeling voor zijn gokverslaving en regelt hij een opname van twee maanden in een verslavingskliniek. De rechtbank oordeelt, anders dan de officier van justitie, dat de verdachte daadwerkelijk wil veranderen en dat terugkeer naar de gevangenis de ingezette positieve gedragsverandering zou onderbreken.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat de verdachte zich schuldig maakt aan:
oplichting van negen personen voor een totaalbedrag van ongeveer € 164.709,78 door het aannemen van valse namen, het voorwenden van een valse hoedanigheid als importeur en het opzetten van een samenweefsel van verdichtsels via datingapplicaties (feit 1, parketnummer 16-100480-25)
het maken van een gewoonte van online handelsfraude jegens tien personen (feit 2, parketnummer 16-100480-25)
gewoontewitwassen van geldbedragen van in totaal ongeveer € 157.681,29 door overboeking naar online betaaldiensten en gokwebsites (feit 3, parketnummer 16-100480-25)
dwang jegens drie slachtoffers, bestaande uit het afdwingen van ondertekening van overeenkomsten en het laten verrichten van bankhandelingen (feit 4, parketnummer 16-100480-25)
oplichting van een elfde slachtoffer voor een totaalbedrag van € 17.062,24 (feit 1, parketnummer 05-039313-25)
eenvoudig witwassen van de opbrengst van die oplichting (feit 2, parketnummer 05-039313-25)
De verdachte wordt vrijgesproken van hetgeen meer of anders is ten laste gelegd.
Strafoplegging en maatregelen
De rechtbank legt een gevangenisstraf op van 510 dagen, waarvan 353 dagen voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest van 157 dagen en een proeftijd van drie jaar. Daarnaast legt de rechtbank een taakstraf op van 300 uur. De rechtbank maakt gebruik van de wettelijke mogelijkheid een hogere taakstraf dan het reguliere maximum van 240 uur op te leggen bij veroordeling voor meerdere strafbare feiten. Bij de strafbepaling past de rechtbank de samenloopregeling van artikel 63 Sr toe, omdat de verdachte tijdens een deel van de bewezenverklaarde periode is veroordeeld voor een ander misdrijf.
Aan het voorwaardelijk strafdeel verbindt de rechtbank uitgebreide bijzondere voorwaarden: een meldplicht bij de reclassering, medewerking aan diagnostiek en ambulante behandeling bij De Waag Amersfoort met de mogelijkheid van een kortdurende klinische opname bij terugval, inspanningen voor dagbesteding, financiele ondersteuning en schuldhulpverlening, een verbod op deelname aan kansspelen met inschrijving in het Centraal Register Uitsluiting Kansspelen, een contactverbod met alle elf slachtoffers en een verbod op het gebruik van datingwebsites en datingapplicaties. Dit laatste verbod wordt gehandhaafd door middel van maximaal negen geautomatiseerde controles van digitale apparaten tijdens de proeftijd. De rechtbank verklaart twee inbeslaggenomen telefoons verbeurd.
De rechtbank wijst de vorderingen van de elf benadeelde partijen grotendeels toe, voor een totaalbedrag aan materiele schadevergoeding van ruim € 109.000. Ten aanzien van de immateriële schadevergoeding overweegt de rechtbank dat bij datingfraude, anders dan bij reguliere oplichting, de nadelige gevolgen voor de slachtoffers zo voor de hand liggen dat aantasting in de persoon kan worden aangenomen. De rechtbank kent drie slachtoffers elk € 750 aan immateriële schadevergoeding toe. Een vierde slachtoffer, bij wie een trauma-gerelateerde stoornis en een gegeneraliseerde angststoornis zijn gediagnosticeerd met volledige arbeidsongeschiktheid tot gevolg, ontvangt € 5.900 aan immateriële schadevergoeding. De rechtbank legt voor alle benadeelde partijen de schadevergoedingsmaatregel op. De vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder voorwaardelijk opgelegde taakstraf wordt afgewezen, omdat deze straf reeds ten uitvoer is gelegd.
Lees hier de volledige uitspraak.
