Wie kan worden aangemerkt als ‘leider’ aan een criminele organisatie?

Hoge Raad 23 april 2024, ECLI:NL:HR:2024:619

Gelet op wetsgeschiedenis bij art. 140 Sr gaat het bij vraag of deelnemer aan criminele organisatie kan worden aangemerkt als ‘leider’ daarvan, erom of deelnemer binnen organisatie bepaalde macht heeft of bepaald gezag bezit. Omstandigheden die daarvoor van belang kunnen zijn, zijn dat deelnemer dwingende aanwijzingen kan geven of dat deelnemer binnen organisatie belangrijke initiatieven ontplooit, waarnaar anderen zich richten. Het is onder omstandigheden mogelijk meerdere deelnemers als ‘leider’ aan te merken. Verder staat aan aanmerken van deelnemer als ‘leider’ niet in de weg dat deelnemer binnen organisatie zelf ondergeschikt is aan een of meer andere deelnemers.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling van compliance officer in zaak biodieselfraude

Gerechtshof Amsterdam 11 april 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:909

De verdachte werkte als compliance officer bij BV1, een bedrijf dat zich bezig hield met de productie en in- en verkoop van biodiesel. In die functie heeft hij zich jarenlang schuldig gemaakt aan het samen met anderen opmaken van valse duurzaamheidsdocumenten en verkoopfacturen. Door het opnemen van de valse verkoopfacturen in de administratie van het bedrijf, door het versturen van valse documenten, alsmede door het tonen van een schaduwadministratie bij de audits, heeft hij structureel derden, waaronder de controlerende instanties, weten te misleiden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

OM niet-ontvankelijk in vervolging voor niet voldoen aan informatieplicht ex art. 47 AWR

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 9 april 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:1228

Verdachte is vervolgd wegens het niet voldoen aan de informatieplicht ex artikel 47 van de AWR, strafbaar gesteld bij de artikelen 68 jo. 69 van de AWR. De fiscale fraudekamer van het gerechtshof 's-Hertogenbosch is van oordeel dat aan het niet geoorloofde gebruik van de (voor fiscale doeleinden verkregen) gegevens voor deze strafprocedure de sanctie dient te worden verbonden van niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie in de vervolging.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HvJ EU over privacy en de vervolging van ernstige strafbare feiten

HvJ EU 30 april 2024, C-178/22 (Procura della Repubblica presso il Tribunale di Bolzano)

De rechter die belast is met het verlenen van toegang tot telefoongegevens om de daders te identificeren van een strafbaar feit waarvoor de nationale wet bij de vervolging ervan in een dergelijke toegang voorziet, moet die toegang kunnen weigeren of beperken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HvJ EU verduidelijkt in Encrochat-zaak voorwaarden voor overdracht en gebruik van het bewijs in strafzaken met een grensoverschrijdende dimensie

Het Hof van Justitie van de EU heeft in een zaak van 30 april 2024 (M.N. - Encrochat) de voorwaarden verduidelijkt voor de overdracht en het gebruik van het bewijs in strafzaken met een grensoverschrijdende dimensie (zoals geregeld in Richtlijn 2014/41/EU betreffende het Europees Onderzoeksbevel in strafzaken). Het Hof beantwoordde enkele prejudiciële vragen van een Duitse rechtbank, waarbij een zaak over illegale drugshandel aanhangig was gemaakt waarin de betrokkenen gebruik maakten van een versleutelde telecommunicatiedienst.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Strafrechtelijke vervolging voor het niet voldoen aan de informatieplicht ex artikel 47 van de AWR

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 9 april 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:1229

De verdachte, belastingplichtige voor de inkomstenbelasting, heeft nagelaten bankstukken over haar buitenlandse vermogen in Zwitserland ter beschikking te stellen. Overwegingen over de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, het opzet van de verdachte, overmacht in de zin van noodtoestand en de vordering tot oplegging van een bijzondere voorwaarde inhoudende dat de verdachte binnen drie maanden na het onherroepelijk worden van het arrest alsnog inlichtingen verschaft en bescheiden verstrekt betreffende haar buitenlandse vermogen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Uitgebreide overweging witwasvermoeden

Rechtbank Noord-Holland 19 april 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:3900

Aan de rechtbank ligt ter beoordeling voor of de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan witwassen. De rechtbank stelt daarbij voorop dat voor een veroordeling voor witwassen zoals neergelegd in artikel 420bis, eerste lid, onder a en b, van het Wetboek van Strafrecht dient te worden bewezen dat het tenlastegelegde geldbedrag uit enig misdrijf (gronddelict) afkomstig is. Het is voor een bewezenverklaring van het bestanddeel ‘afkomstig uit enig misdrijf' niet vereist dat uit de bewijsmiddelen moet kunnen worden afgeleid dat het tenlastegelegde geldbedrag afkomstig is uit een nauwkeurig aangeduid misdrijf. Indien op grond van de beschikbare bewijsmiddelen geen rechtstreeks verband valt te leggen tussen het tenlastegelegde geldbedrag en een bepaald misdrijf, kan niettemin bewezen worden geacht dat het geldbedrag uit enig misdrijf afkomstig is, indien het op grond van de vastgestelde feiten en omstandigheden niet anders kan zijn dan dat het in de tenlastelegging genoemde geldbedrag uit enig misdrijf afkomstig is.

Read More
Print Friendly and PDF ^

OM niet-ontvankelijk in vervolging: voor derden was voor start vervolging al kenbaar dat vennootschap was ontbonden

Rechtbank Overijssel 17 april 2024, ECLI:NL:RBOVE:2024:2091

De rechtbank verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte. De verdachte was ten laste gelegd dat hij opzettelijke onjuiste aangiften omzetbelasting had gedaan. Uit de rechtspraak van de Hoge Raad volgt dat als op het tijdstip dat een vervolging wordt aangevangen voor derden kenbaar is dat een rechtspersoon is ontbonden, het recht tot strafvordering als vervallen moet worden beschouwd. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat dit onverlet laat de bevoegdheid van het openbaar ministerie om ter zake van een door die rechtspersoon begaan strafbaar feit een vervolging in te stellen tegen hen die tot dat feit opdracht hebben gegeven of feitelijke leiding hebben gegeven aan de verboden gedraging.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak voor passieve (ambtelijke) omkoping behandelaar tbs-kliniek

Rechtbank Rotterdam 12 april 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:3476

Het dossier bevat aanwijzingen dat de verdachte en de medeverdachte een intieme relatie met elkaar hebben willen aangaan. Ook acht de rechtbank bewezen dat de verdachte een telefoon de kliniek heeft binnengebracht. Daarmee hebben de verdachte en de medeverdachte tegen de regels van de instelling in gehandeld. Voor de verdachte geldt dat zij als behandelaar van de instelling een niet-professionele houding heeft aangenomen. Anders dan de officier van justitie beoordeelt de rechtbank deze uitingen door de medeverdachte echter niet als giften waarmee de medeverdachte het oogmerk had de verdachte te willen omkopen. Ook de in de brief van de medeverdachte aan de verdachte genoemde vergoeding voor gemaakte onkosten wordt niet als gift beschouwd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak financieren van terrorisme en overtreden Sanctiewet vanwege ontbreken opzet

Gerechtshof Den Haag 17 april 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:609

Verdachte heeft samen met anderen verschillende geldbedragen, via tussenpersonen, doen toekomen aan zijn naar Syrië uitgereisde dochter. Het Hof spreekt verdachte vrij van verdenking van het financieren van terrorisme (feit 1, artikel 421 Sr) omdat het bewijs ontbreekt dat de verdachte opzet had op het financieren van een terroristisch misdrijf als bedoeld in artikel 421 Sr. Verder spreekt het hof de verdachte vrij van het opzettelijk overtreden van artikel 2 van de Sanctiewet omdat niet kan worden bewezen dat de verdachte opzet had op het opzettelijk financieren van een terroristische organisatie (feit 2) of één specifieke jihadstrijder (feit 3). Verdachte wordt voor de feiten 2 en 3 in de overtredingsvariant veroordeeld tot voorwaardelijke hechtenis.

Read More
Print Friendly and PDF ^