Dagvaarding (gedeeltelijk) nietig i.v.m. ontbreken van de omschrijving van de feitelijke oplichtingshandelingen in TLL

Rechtbank Den Haag 24 januari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:768

In het onder 1 ten laste gelegde is opgenomen dat verzekeraar naam is bewogen tot afgifte van enig goed, te weten een geldbedrag van €590.050. De tenlastelegging vermeldt evenwel slechts de delictsomschrijving, waarin termen voorkomen die niet voldoende feitelijk zijn en die dus – conform de eis van artikel 261 lid 2 – dienen te worden verfeitelijkt. Dit is niet gebeurd. Het gevolg daarvan is dat de rechtbank van oordeel is dat de dagvaarding voor wat betreft dit gedeelte niet aan de eisen van de wet voldoet.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beroepsverbod notaris: wanneer heeft bijkomende straf betrekking op het recht op uitoefening van het beroep dat in voldoende verband staat met het beroep waarin het strafbaar feit is begaan?

Hoge Raad 19 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1767

De verdachte heeft, nadat hij eerder was ontzet van het ambt van notaris, drie jaar lang in zijn functie als medewerker bij een notariskantoor, in samenwerking met een notaris, diverse stukken vervalst dan wel valselijk opgemaakt. Daarin ligt als niet onbegrijpelijk oordeel van het hof besloten dat de verdachte de strafbare feiten heeft begaan in de uitoefening van het beroep van notarieel medewerker. De tegen dit oordeel gerichte klacht van het cassatiemiddel faalt. De formulering van het verbod tot uitoefening van ‘het beroep van kandidaat-notaris, notarisklerk, notarieel medewerker en het anderszins verrichten van werkzaamheden op een notariskantoor of in de notariële (advies)praktijk’ voldoet echter niet aan het vereiste dat de ontzetting betrekking moet hebben op het recht op uitoefening van een beroep dat in voldoende verband staat met het beroep waarin het strafbaar feit is begaan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Belastingfraude: geen opzet op het tienvoudige terugvragen aan omzetbelasting

Rechtbank Rotterdam 13 december 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:11940

De Verdachte heeft belastingfraude gepleegd door omzetbelasting terug te vragen over een tijdvak waarin geen recht bestond op teruggave. Voorts heeft de Verdachte door een fout bij het invullen van de aangifte (en daarop gevolgde fouten bij de Belastingdienst) ten onrechte € 5.449.500 op zijn bankrekening ontvangen, het duizendvoudige van het bedrag dat hij met recht kon terugvragen, en heeft hij verzuimd hiervan bij de Belastingdienst melding te maken. De Verdachte heeft zich samen met enkele anderen schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen van grote delen van het enorme geldbedrag dat hij ten onrechte van de Belastingdienst had ontvangen. Hoewel het voor de Verdachte van meet af aan duidelijk was dat de Belastingdienst een fout had gemaakt en dat hij geen recht had op dit geldbedrag, heeft hij samen met zijn medeverdachte van dit geld in luxe geleefd en heeft hij in een tijdsbestek van 2,5 maand aanzienlijke geldbedragen contant opgenomen, uitgegeven en doorgesluisd naar anderen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontneming: OM niet-ontvankelijk omdat ontnemingsvordering niet tijdig en op de juiste wijze is aangekondigd

Rechtbank Gelderland 20 december 2023, ECLI:NL:RBGEL:2023:7050

De zittingsaantekeningen van de griffier zijn daarom in dit geval leidend. In de zittingsaantekeningen van de griffier van de inhoudelijke behandeling van de strafzaak op 14 en 15 februari 2023 staat enkel dat de officier van justitie heeft gezegd: “de ontnemingsprocedure volgt nog”. De officier van justitie zei dit na zijn requisitoir in de zaken van zeven verdachten. In de zaken van vijf van deze verdachten had de officier van justitie al op een eerdere zitting aangekondigd dat er een ontnemingsvordering zou worden ingediend. Deze vordering was in die zaken bovendien al ingediend. In de zaak van veroordeelde was nog geen ontnemingsvordering ingediend. Ook voor de rechtbank was niet duidelijk dat ook in de zaak van veroordeelde een ontnemingsvordering zou worden ingediend.

Read More
Print Friendly and PDF ^

OM niet-ontvankelijk in vervolging voor milieuvervuiling vanwege schending verbod van willekeur

Rechtbank Overijssel 18 december 2023, ECLI:NL:RBOVE:2023:5181

Ter terechtzitting is bepleit het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in de vervolging. In onderzoek Brandgans zijn zes verdachten gedagvaard, waaronder de Verdachte en zijn Onderneming bedrijf 1. De feitelijk leidinggevenden van de overige gedagvaarde ondernemingen zijn wel als verdachte aangemerkt geweest, maar tegen hen is geen vervolging ingesteld. De rechtbank overweegt dat het strafrechtelijk verwijt dat het OM de Verdachte en de bestuurders / leidinggevenden van de andere gedagvaarde rechtspersonen heeft gemaakt, in de kern vergelijkbaar is. De officier van justitie heeft aangevoerd dat zij de Verdachte heeft gedagvaard, omdat de Onderneming van de verdachte, in tegenstelling tot de andere ondernemingen, relevante justitiële documentatie heeft en de activiteiten die de Verdachte uit hoofde van zijn Onderneming ontplooit niet in de Kamer van Koophandel inzichtelijk zijn voor andere marktdeelnemers. De rechtbank is van oordeel dat deze motivering de beslissing om de Verdachte te vervolgen niet kan dragen. De Onderneming van de Verdachte is slechts een maal eerder veroordeeld voor een soortgelijk feit, maar dit betreft een vonnis van 3 oktober 2022 van de rechtbank Overijssel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling rechtspersoon voor opzettelijk bedrijfsmatig bemiddelen bij de afzet van papierslib, terwijl zij had kunnen weten dat daardoor nadelige gevolgen voor het milieu konden ontstaan

Rechtbank Overijssel 18 december 2023, ECLI:NL:RBOVE:2023:5178

De rechtbank heeft geoordeeld dat het papierslib slechts is aan te merken als een afvalstof. Op Verdachte B.V. rustte een onderzoeksplicht om te verifiëren met welke stof zij te maken heeft. Het afzetten van papierslib bij co-vergisters was nieuw en ook het bemiddelen daarin was dus nieuw voor verdachte. De begeleidingsbrieven vermeldden bovendien een Euralcode, een code die gegeven wordt aan afval en aan haar zijn geen analyserapporten verstrekt. Deze omstandigheden hadden Verdachte tot voorzichtigheid en nader (deugdelijk) onderzoek moeten aanzetten. Van Verdachte B.V. mag worden gevergd dat zij zélf controleert en verifieert met welke afvalstof zij te maken heeft.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: Onder welke omstandigheden is een beperking van recht op vrijheid van vreedzame vergadering in democratische samenleving noodzakelijk?

Hoge Raad 19 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1742

Op 31 januari 2020 vond er voor het (voormalig) hoofdkantoor van Shell in Den Haag een demonstratie plaats. Aan de demonstratie namen ongeveer 25 tot 30 actievoerders deel, onder wie de verdachte. Zij heeft tijdens die demonstratie een zwarte, op olie gelijkende vloeistof (naar eigen verklaring bestaande uit zonnebloemolie, houtskoolpoeder en maïzena) over de trap naar de ingang van het gebouw gegoten. De Verdachte is aangehouden en later vervolgd en zowel door de rechtbank als het hof veroordeeld wegens het onbruikbaar maken van de trap. De cassatiemiddelen klagen over het oordeel van het hof dat met de vervolging, berechting en bestraffing van de Verdachte voor haar gedragingen geen ontoelaatbare inbreuk wordt gemaakt op haar recht op vrijheid van meningsuiting en betoging, zoals gewaarborgd door de artikelen 10 en 11 EVRM.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Onderzoek deken naar Oranje-fraude: aan deken komt eigen verschoningsrecht toe, geen zeer uitzonderlijke omstandigheden die doorbreking rechtvaardigen

Rechtbank Amsterdam 19 december 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:8260

In het kader van de Oranje-fraude loopt er een strafrechtelijk onderzoek naar 3 verdachten. Ook de deken (NOvA) heeft onderzoek gedaan naar de kwestie. De OvJ heeft gevorderd dat de rechter-commissaris aan de deken zou bevelen een afschrift van het onderzoeksrapport te overleggen. De rechtbank oordeelt dat aan de deken een eigen verschoningsrecht toekomt, ook in het kader van de toezichthoudende taak. Voorts is er geen sprake van zeer uitzonderlijke omstandigheden die de doorbreking van het verschoningsrecht van de deken rechtvaardigen. De omvangrijke fraude waarop het strafrechtelijk onderzoek van de officier van justitie ziet betreft weliswaar een ernstig feit dat voor grote maatschappelijke onrust heeft gezorgd, temeer aangezien deze is gepleegd binnen het kantoor van de landsadvocaat, maar dit is op zichzelf niet voldoende voor het aannemen van zeer uitzonderlijke omstandigheden waarvoor het verschoningsrecht van de deken dient te wijken. Van belang is dat het strafrechtelijk onderzoek ziet op fraude in het kader van de notariële praktijk van naam N.V. en er geen sprake is van een verdenking jegens de advocaten van dat kantoor van wie de deken in het kader van haar onderzoek informatie heeft gekregen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vergoeding kosten raadsman na sepotmededeling: moet enige tijd worden gegund een en ander uit te leggen aan cliënt, nu iedere vorm van toelichting over de sepotbeslissing ontbreekt

Rechtbank Gelderland 3 januari 2023, ECLI:NL:RBGEL:2024:41

Als het openbaar ministerie volstaat met een algemeen sjabloon van de sepotbeslissing zonder enige concrete toelichting, is het kennelijk aan de advocaat om te proberen deze beslissing nader te duiden. Als daarmee vervolgens kosten gemoeid zijn, is het billijk deze kosten ook te vergoeden. Dat betekent dat verzoek geheel wordt toegewezen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Voorzieningenrechter: Nemo tenetur-beginsel staat eraan in de weg dat een bestuurlijke boete wordt opgelegd aan een partij die een incident meldt onder dwang van een (hoge) bestuurlijke boete

Rechtbank Rotterdam 11 december 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:11786

Het nemo tenetur-beginsel lijkt zijn betekenis te verliezen als zou worden aanvaard dat DNB, zoals in dit geval, een financiële onderneming een bestuurlijke boete oplegt op grond van de bevindingen van een eigen onderzoek naar overtredingen die deze onderneming zelf voorafgaand aan dat onderzoek bij een incidentmelding onder dwang aan haar heeft gemeld, terwijl deze incidentmelding de aanleiding was voor dat onderzoek en gesteld noch gebleken is dat ook zonder de incidentmelding een onderzoek naar deze overtredingen zou zijn gestart. De voorzieningenrechter betwijfelt dan ook of het boetebesluit in rechte stand kan houden en ziet aanleiding het openbaarmakingsbesluit te schorsen.

Read More
Print Friendly and PDF ^