Beklag ex art. 12 Sv over niet-vervolging van (demissionair) minister-president en (demissionair) minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport voor ambtsmisdrijven

Hoge Raad 19 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1554

Klager deed aangifte tegen de (demissionair) minister-president en minister van VWS ter zake van 'misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid'. Nadat het OM weigert te vervolgen, wordt bij het hof een beklag op grond van art. 12 Sv ingediend. Het hof verwijst het beklag door naar de Hoge Raad, nu ministers ter zake van ambtsdelicten (direct) terechtstaan. De Hoge Raad oordeelt echter dat opdracht tot vervolging ter zake van dergelijke misdrijven slechts kan worden gegeven bij koninklijk besluit, of besluit van de Tweede Kamer en verklaart klager daarom niet-ontvankelijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geen straf of maatregel voor invoeren van Salep

Gerechtshof Amsterdam 13 november 2020, ECLI:NL:GHAMS:2020:3965

De verdachte heeft in strijd met de daarvoor geldende regels Salep ingevoerd. De desbetreffende regelgeving dient ertoe bedreigde dieren- en plantensoorten te beschermen. Nu het echter gaat om een zéér beperkte hoeveelheid en mede gelet op het blanco strafblad en de overige persoonlijke omstandigheden van de verdachte, die ter zitting van het hof zijn gebleken, ziet het hof aanleiding te bepalen dat geen straf of maatregel zal worden opgelegd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Uitkeringsfraude: Conclusie AG over medeplegen, opzet, kwaliteit & inlichtingenplicht

Parket bij de Hoge Raad 5 oktober 2021, ECLI:NL:PHR:2021:916

Het in art. 227b Sr gelegen verwijt is dat de inlichtingenplichtige opzettelijk heeft nagelaten de juiste gegevens tijdig aan de juiste instantie te verstrekken en hij aldus een wettelijke inlichtingenplicht heeft verzaakt. Ingevolge art. 17, eerste lid, Wet Werk en Bijstand en art. 17 van de Participatiewet is iedere belanghebbende verplicht niet alleen op verzoek, maar ook onverwijld uit eigen beweging aan het College van Burgemeester en Wethouders mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op bijstand. Behalve dat het in art. 227b Sr strafbaar gestelde feit een omissiedelict is, betreft het hier tevens een kwaliteitsdelict. De normadressaat van het artikel is immers de uitkeringsgerechtigde op wie de inlichtingenplicht rust.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor overtreding van de Sanctiewet na levering van aceton aan een persoon in Syrië zonder voorafgaande vergunning

Rechtbank Rotterdam 14 oktober 2021, ECLI:NL:RBROT:2021:10001

De verdachte heeft als feitelijk leidinggever van een groothandel in chemische grondstoffen en chemicaliën voor industriële toepassing handel gedreven met Syrië en in totaal zo’n 128.000 liter aceton geleverd aan een persoon in Syrië zonder voorafgaande vergunning, terwijl dit op grond van Europeesrechtelijke sancties verboden was. Hij wordt veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden en een taakstraf voor de duur van 180 uren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Handelaar in levensverzekeringen bestraft voor faillissementsfraude

Een 51-jarige Britse handelaar in buitenlandse levensverzekeringen sluisde eind 2014 ruim 4,1 miljoen dollar weg van zijn Nederlandse bedrijf voordat het failliet ging. Hiermee leidde hij de bewindvoerder en curator om de tuin, benadeelde hij de schuldeisers en maakte zich schuldig aan faillissementsfraude. De rechtbank veroordeelt hem tot een gevangenisstraf van 30 maanden. Hij is vrijgesproken van witwassen en het vervalsen van documenten. De man mag uitgeleverd worden aan Bermuda.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt overwegingen m.b.t. onschuldpresumptie bij ontneming uit soortgelijke feiten en m.b.t. bewijsrechtelijke regels in ontnemingsprocedures

Hoge Raad 12 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1498

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 29 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1523 overwogen dat het oordeel van de rechter dat voldoende aanwijzingen bestaan dat de betrokkene andere strafbare feiten in de zin van het huidige artikel 36e lid 2 Sr heeft begaan, binnen het eigen kader voor het bewijs in de ontnemingsprocedure in overeenstemming moet zijn met de onschuldpresumptie. De in artikel 36e lid 2 Sr bedoelde “voldoende aanwijzingen” mogen daarom niet door de rechter worden aangenomen indien niet buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat andere strafbare feiten door de betrokkene zijn begaan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Faillissementsfraude: bestuurder of feitelijk leidinggevende?

Rechtbank Den Haag 8 oktober 2021, ECLI:NL:RBDHA:2021:11050

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan faillissementsfraude door het onttrekken van het klantenbestand en geld aan de gefailleerde B.V.. Daarvoor is van belang dat de verdachte als feitelijk bestuurder op de hoogte was van de schuldenlast van de gefailleerde B.V. en van het aanstaande faillissement. De rechtbank acht ook bewezen dat de verdachte na de overdracht van de onderneming aan een andere vennootschap, als feitelijk leidinggevende bij de uiteindelijk gefailleerde B.V. betrokken is gebleven.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vordering benadeelde partij: HR herhaalt overwegingen m.b.t. begroting van proceskosten, taak van strafrechter, ontbreken van motiveringsplicht & te hanteren maatstaf

Hoge Raad 5 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1443

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling verdachte die door gebruik van stromannen een netwerk aan rechtspersonen heeft opgezet

Rechtbank Oost-Brabant 12 oktober 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:5422

Verdachte heeft onder meer door het gebruik van stromannen een netwerk aan rechtspersonen opgezet, waarmee hij door middel van geldstromen over en weer grote geldbedragen heeft laten verdwijnen. Verdachte heeft zich gedurende een lange periode schuldig gemaakt aan het feitelijk leidinggeven aan rechtspersonen die opzettelijk loonbelasting niet hebben betaald, terwijl deze moest worden afgedragen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Zijn salarisbetalingen o.g.v. een fictief dienstverband t.b.v. de verkrijging van een hypotheek afkomstig uit valsheid in geschrifte?

Hoge Raad 12 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1491

De Hoge Raad herhaalt in deze uitspraak relevante overwegingen met betrekking tot de vraag wanneer voorwerpen afkomstig zijn uit enig misdrijf als bedoeld in art. 420bis en 420ter Sr. Daarbij wordt antwoord gegeven op de vraag of salarisbetalingen op grond van een fictief dienstverband ten behoeve van de verkrijging van een hypotheek afkomstig uit valsheid in geschrifte?

Read More
Print Friendly and PDF ^