HR herhaalt gevallen waarin en wijze waarop feitenrechter herstelbeslissing kan geven

Hoge Raad 15 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:932

Bij het geven van een herstelbeslissing gaat het om een zelfstandige, niet in de wet verankerde en beperkte mogelijkheid voor de feitenrechter om een in zijn uitspraak voorkomende kennelijke rekenfout, schrijffout of andere kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent te verbeteren. Dat brengt mee dat de feitenrechter slechts in evidente gevallen gebruik kan maken van de bevoegdheid het dictum te verbeteren, mede met het oog op de juiste executie van de uitspraak.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Gevangenisstraf en beroepsverbod voor notaris voor o.a. valsheid in geschrifte

Rechtbank Amsterdam 14 juni 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:3069

Verdachte heeft samen met medeverdachte over een periode van drie jaar diverse stukken vervalst om de indruk te wekken dat de bewaringspositie van het notariskantoor van medeverdachte positief was, terwijl er in werkelijkheid sprake was van een fors tekort. Verdachte en medeverdachte zijn hierbij geraffineerd te werk gegaan door een flink aantal bankafschriften te vervalsen, een lening te verzinnen en te doen alsof een cliënte van het kantoor hen geld leende.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt overwegingen m.b.t. genoten voordeel ingeval strafbare feit op zichzelf geen voordeel oplevert (valsheid), maar kennelijk ertoe strekt en geëigend is voordeel te genereren

Hoge Raad 22 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:948

Onder wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht kan ook worden begrepen daadwerkelijk genoten voordeel in het geval dat het strafbare feit op zichzelf geen rechtstreeks voordeel oplevert, maar kennelijk ertoe strekt en geëigend is voordeel te genereren (vgl. HR 25 mei 1999, ECLI:NL:HR:1999:AK1554).

Read More
Print Friendly and PDF ^

Gevangenisstraf voor paardenhandelaar die van witgewassen geld miljoenenstal bouwde

De rechtbank Oost-Brabant heeft een 51-jarige man veroordeeld tot een gevangenisstraf van 15 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk. De paardenhandelaar waste geld wit waarmee hij onder meer een stal van enkele miljoenen in Valkenswaard bouwde en dure auto’s en een appartement in Eindhoven huurde. Zijn bedrijven moeten in totaal ruim 750.000 euro aan boete betalen. Ook zijn 70-jarige financieel adviseur die in België woont krijgt 8 maanden cel, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, voor zijn betrokkenheid bij het witwassen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Is meldingsplicht genoemd in art. 8 Verordening en art. 2 Wet voorkoming misbruik chemicaliën in strijd met nemo tenetur-beginsel?

Hoge Raad 15 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:849

Het oordeel van het hof dat de veroordeling wegens het niet-nakomen van deze verplichting tot het verstrekken van informatie geen schending van het – door artikel 6 EVRM en tevens in het Handvest gewaarborgde – nemo tenetur-beginsel oplevert, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Daaraan doet niet af, zoals in de toelichting op het cassatiemiddel wordt betoogd, dat als die verplichting wel wordt nageleefd het gevolg daarvan kan zijn dat een verdenking ontstaat ter zake van overtreding van de Opiumwet.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt overwegingen m.b.t. redelijk vermoeden van schuld en verhoorsituatie

Hoge Raad 15 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:853

Wanneer door de politie aan een verdachte gestelde vragen gaan over zijn betrokkenheid bij een strafbaar feit ten aanzien waarvan hij als verdachte is aangemerkt, is sprake van een verhoor. Op grond van artikel 27 lid 1 Sv wordt als verdachte aangemerkt degene te wiens aanzien uit feiten of omstandigheden een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit voortvloeit. Dat vermoeden betreft zowel de omstandigheid dat een strafbaar feit wordt of is begaan, als de betrokkenheid van een persoon bij dat feit. Daarom kan, ook als (nog) niet vaststaat dat een strafbaar feit plaatsvindt of heeft plaatsgevonden, sprake zijn van een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit en daardoor van een verhoorsituatie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Schending discriminatieverbod bij bestuursrechtelijke (thema)controle levert geen vormverzuim in strafrechtelijk onderzoek op

Hoge Raad 15 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:931

Het hof heeft vastgesteld dat door de gemeente Almelo een bestuursrechtelijke (thema)controle van de bijstandsuitkeringsgegevens van de verdachte is uitgevoerd en dat naar aanleiding van die controle een concrete verdenking tegen de verdachte is ontstaan, op grond waarvan strafrechtelijk onderzoek heeft plaatsgevonden naar het in deze zaak tenlastegelegde feit. Het hof heeft vervolgens geoordeeld dat voor zover in het kader van deze bestuursrechtelijke (thema)controle sprake zou zijn geweest van een schending van het discriminatieverbod.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling afvalstoffenverwerker voor de verkeerde opslag van asbest en accu’s

Rechtbank Overijssel 3 juni 2021, ECLI:NL:RBOVE:2021:2223 en ECLI:NL:RBOVE:2021:2225

Een grote afvalstoffenverwerker uit Varsseveld is veroordeeld voor de verkeerde opslag van asbest en accu’s. De rechtbank Overijssel legt geldboetes op aan drie BV’s en veroordeelt de eigenaar en een medewerker tot taakstraffen en voorwaardelijke celstraffen. Zij hebben zich ook schuldig gemaakt aan vervalsen van rekeningen en brieven.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Moet voor het vaststellen van de valsheid van belastingaangiften sprake zijn van navorderingsaanslagen?

Gerechtshof Amsterdam 10 juni 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:1703

De verdediging heeft ter terechtzitting in hoger beroep integrale vrijspraak bepleit. Zij heeft daartoe aangevoerd dat niet kan worden vastgesteld dat de aangiften onjuist zijn, aangezien de belastingplichtigen geen navorderingsaanslag hebben ontvangen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wanneer is sprake van “zich wederrechtelijk toe-eigenen” (van gelden op een derdengeldenrekening van een maatschap)

Hoge Raad 8 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:805

Uit de bewijsvoering blijkt kort gezegd dat ten behoeve van betrokkene 1 en betrokkene 2 naar de derdengeldenrekening van A overgemaakte geldbedragen niet (geheel) aan de begunstigden zijn doorbetaald en dat de verdachte, die verantwoordelijk was voor de bijgeschreven bedragen, toegang had tot deze gelden. Hieruit kan echter niet zonder meer volgen dat de verdachte zich de desbetreffende geldbedragen op de derdengeldenrekening van de maatschap wederrechtelijk heeft toegeëigend.

Read More
Print Friendly and PDF ^