Innerlijke tegenstrijdigheid door bewezenverklaring van zowel oplichting als verduistering m.b.t. dezelfde geldbedragen?

Hoge Raad 24 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:756

Het hof heeft onder meer bewezenverklaard dat de verdachte geldbedragen die hij van de aangevers ter investering had ontvangen heeft verduisterd. De bewezenverklaring dat de verdachte die geldbedragen “anders dan door misdrijf onder zich had” is echter niet begrijpelijk, nu het hof tevens (cumulatief) heeft bewezenverklaard dat de verdachte (al dan niet handelend onder de naam van zijn eenmanszaak A) de aangevers door oplichting heeft bewogen tot afgifte van die geldbedragen aan hem.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: Instagram-account geen voorwerp dat vatbaar is voor verbeurdverklaring

Hoge Raad 24 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:688

Is een Instagram-account een voorwerp dat vatbaar is voor verbeurdverklaring? De Hoge Raad oordeelt van niet. Het oordeel van de rechtbank dat een Instagram-account niet als een zaak of vermogensrecht kan worden aangemerkt vindt de Hoge Raad juridisch juist. Dat virtuele objecten die - kort gezegd - waarde vertegenwoordigen en overdraagbaar zijn onder omstandigheden wel als zo’n voorwerp zouden kunnen worden aangemerkt, maakt dat niet anders.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad geeft regels over het verschoningsrecht van in-house counsels

Hoge Raad 24 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:760

De Hoge Raad maakt algemene opmerkingen over het verschoningsrecht van advocaten in dienstbetrekking die binnen dat dienstverband uitsluitend optreden voor hun werkgever of daarmee verbonden rechtspersonen (zogenoemde in-house counsels). De Hoge Raad doet dat in een zaak die gaat over het verschoningsrecht van buitenlandse advocaten in dienstbetrekking bij Shell.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wanneer "verlaat" je de EU?

Hoge Raad 10 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:595

Het cassatiemiddel komt op tegen de bewezenverklaring van het onder 2 tenlastegelegde feit en klaagt onder meer dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat de verdachte de “Gemeenschap verliet”. Het cassatiemiddel voert daartoe aan dat iemand eerst de Gemeenschap, inmiddels de Europese Unie, verlaat op het moment dat deze persoon de buitengrenzen van de Gemeenschap overschrijdt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Kan bij Nederlandse rechter worden geklaagd over inbeslagneming van servers in Frankrijk?

Hoge Raad 22 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:612

Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van de rechtbank dat bij de Nederlandse rechter niet kan worden geklaagd over het in Nederland verrichte onderzoek aan in Frankrijk in beslag genomen servers, welk beslag is gelegd in het kader van een onderzoek door een gemeenschappelijk onderzoeksteam als bedoeld in artikel 5.2.1 van het Wetboek van Strafvordering.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie over ne bis in idem en hetzelfde feit (voorhanden hebben van geldbedrag dat uit misdrijf afkomstig is en niet voldoen aan aangifteplicht)

Parket bij de Hoge Raad 12 april 2022, ECLI:NL:PHR:2022:355

In onderhavige zaak blijkt uit de bewijsvoering van het hof dat de verdachte op 19 juni 2014 in de zogenaamde groene douanedoorgang van aankomsthal 4 op de luchthaven Schiphol, met bij zich handbagage en een zwarte rolkoffer, werd aangesproken door een douane-ambtenaar en werd gevraagd of hij iets had aan te geven. Hij antwoordde daarop “no nothing”. Vervolgens is hem gevraagd zijn bagage te openen en zijn de geldbedragen van 49.600,00 euro en 12.100,00 Zwitserse frank aangetroffen die in beide tenlasteleggingen worden genoemd. Het gaat dus in essentie bij beide tenlasteleggingen om hetzelfde feitencomplex en dezelfde gedragingen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verzwaarde bewijslast voor inspecteur bij oplegging boete

HR 8 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:526

De Hoge Raad neemt voor het vereiste van opzet in deze uitspraak nadrukkelijk afstand van de termen ‘aannemelijk maken’ en ‘zich ervan bewust zijn’. De Hoge Raad boog zich in deze zaak over de vraag of het bewijs met betrekking tot een bestanddeel van een beboetbaar feit, in dit geval (voorwaardelijk) opzet, is geleverd. Het uitgangspunt hierbij is dat de waarborgen die een belanghebbende aan artikel 6 lid 2 van het EVRM ontleend bij beantwoording van deze vraag in acht dienen te worden genomen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechtsgeldige toestemming door een niet-verdachte voor de doorzoeking van zijn auto in het licht van art. 8 EVRM?

Parket bij de Hoge Raad 5 april 2022, ECLI:NL:PHR:2022:329

De verdachte is als bestuurder van een auto aangehouden door twee verbalisanten. Hij stond gesignaleerd als vuurwapengevaarlijk. Een van de verbalisanten vroeg hem daarom of hij “strafbare zaken” zoals wapens bij zich had. De verdachte heeft daarop geantwoord: “nee, dat is echt verleden tijd. Kijk maar in mijn auto” en heeft toen alle portieren en de kofferbak geopend. Op de vraag of de verdachte toestemming wilde geven voor vrijwillige doorzoeking van zijn voertuig antwoordde hij vervolgens dat dit geen probleem was. In een verborgen ruimte in de auto zijn toen een doorgeladen vuurwapen en munitie aangetroffen. Namens de verdachte is ter terechtzitting (onder meer) aangevoerd dat geen sprake was van een ondubbelzinnige en uitdrukkelijke toestemming tot doorzoeking.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vordering benadeelde partij: Rechtstreekse schade wanneer schade mede gevolg is van handelen politie?

Hoge Raad 5 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:403

Een benadeelde partij kan in het strafproces vergoeding vorderen van de schade die zij door een strafbaar feit heeft geleden als voldoende verband bestaat tussen het bewezenverklaarde handelen van de verdachte en de schade om te kunnen aannemen dat de benadeelde partij door dit handelen rechtstreeks schade heeft geleden. Voor de beantwoording van de vraag of zo’n verband bestaat, zijn de concrete omstandigheden van het geval bepalend (vgl. HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793, rechtsoverweging 2.3.1).

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt overwegingen m.b.t. motiveren en beoordelen van getuigenverzoeken in ontnemingszaken: Kan rechter bij beoordeling betrekken dat getuige al in strafzaak is gehoord?

Hoge Raad 5 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:366

Voor zover het cassatiemiddel ervan uitgaat dat het hof in deze ontnemingszaak bij de beoordeling van het verzoek tot het horen van de getuigen niet in aanmerking mocht nemen dat deze getuigen eerder zijn gehoord in de strafzaak, berust het op een onjuiste rechtsopvatting. De rechter in de ontnemingszaak mag bij zijn beoordeling van een verzoek tot het horen van een getuige acht slaan op de omstandigheid dat deze getuige in de strafzaak al een verklaring heeft afgelegd waarvan de inhoud van belang is voor een in de ontnemingszaak te nemen beslissing, mits deze verklaring deel uitmaakt van de processtukken van de ontnemingszaak.

Read More
Print Friendly and PDF ^