Conclusie AG met regelgeving, literatuur en rechtspraak over (witwassen en) bitcoins

Parket bij de Hoge Raad 18 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:148

Het middel klaagt, als gezegd, over de kwalificatie van het onder 2 bewezenverklaarde als witwassen in de zin van art. 420bis, eerste lid onder b, Sr. Blijkens de toelichting is de steller van mening dat uit ’s hofs motivering niet kan worden afgeleid dat sprake is ‘van gedragingen van de verdachte die (kennelijk) ook gericht zijn geweest op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van die geldbedragen’.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over verdiscontering in straftoemeting van 23 onjuiste belastingaangiften die niet zijn tenlastegelegd. Vergelijking met kinderpornozaken.

Parket bij de Hoge Raad 18 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:139

De A-G beantwoordt die vraag ontkennend en plaatst in dat verband ook vraagtekens bij de door de Hoge Raad aanbevolen aanpak in kinderpornozaken. Die aanpak verdient zijns inziens dan ook geen navolging in andere zaken. De A-G stelt zich dan ook op het standpunt dat het hof het arrest van het hof moet vernietigen ten aanzien van de strafoplegging.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. eendaadse samenloop, voortgezette handeling en vrijheid van feitenrechter bij strafoplegging

Hoge Raad 18 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:280

Het Hof heeft, gelet op de vermelding van art. 57 Sr als toepasselijke wetsbepaling, geoordeeld dat met betrekking tot het onder 1 en 2 bewezenverklaarde sprake is van meerdaadse samenloop. De bewezenverklaarde geweldshandelingen leveren evenwel een zich op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex op, omdat de onder 1 bewezenverklaarde diefstal gevolgd door geweld wat betreft het geweld bestond uit het ook onder 2 bewezenverklaarde - geven van een vuistslag aan betrokkene 2 om hem te dwingen de verdachte los te laten en zodoende de vlucht mogelijk te maken. De strekking van de betreffende strafbepalingen - te weten art. 312, eerste lid, Sr en art. 284, eerste lid aanhef en onder 1°, Sr - loopt niet dusdanig uiteen dat niet zou kunnen worden geoordeeld dat de verdachte van die handelingen (in wezen) één verwijt wordt gemaakt. Het oordeel van het Hof is derhalve niet zonder meer begrijpelijk. Het middel is gegrond.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Strijd met IVBPR vanwege gebrek aan nieuwe feitelijke behandeling van zaak i.g.v. veroordeling in hoger beroep na vrijspraak in eerste aanleg?

Hoge Raad 18 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:285

Het middel bevat de klacht dat het hof het verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in het hoger beroep ten onrechte heeft verworpen, althans heeft verworpen op gronden die de verwerping niet kunnen dragen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beslag onder notaris ex art. 98 Sv op geheimhouderstukken: Moeten onregelmatigheden bij doorzoeking en inbeslagneming leiden tot gegrondverklaring klaagschrift?

Hoge Raad 18 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:277

Het gaat in deze zaak stukken en digitale gegevensdragers (verder aangeduid als stukken) die op 11 april 2016 in beslag zijn genomen tijdens een doorzoeking ter inbeslagneming die ten kantore van de klaagster (kandidaat-notaris) en de klager (notaris) heeft plaatsgevonden. Deze doorzoeking werd verricht in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar een verdenking van de klagers ter zake van overtreding van art. 16 van de Wet ter voorkoming van Witwassen en Financieren van Terrorisme (de Wwft) en een verdenking van drie andere personen (niet-verschoningsgerechtigden) te weten betrokkene 1, betrokkene 2 en betrokkene 3 ter zake van witwassen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Afwijzing van verzoek tot het horen van een (alibi)getuige

Parket bij de Hoge Raad 11 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:125

Niet in geschil is dat het hof bij de beoordeling van het verzoek de juiste maatstaaf heeft aangelegd, te weten of de noodzaak daartoe is gebleken (het noodzakelijkheidscriterium). Het noodzakelijkheidscriterium houdt verband met de taak en de verantwoordelijkheid van de strafrechter voor de volledigheid van het onderzoek van de zaak. Met het oog daarop is hem de bevoegdheid toegekend om ambtshalve onder meer de oproeping van getuigen te bevelen voor het geval hem de noodzakelijkheid blijkt van dat verhoor, ongeacht wat de procespartijen daarvan vinden. Tegen deze achtergrond is bij de beoordeling van een gemotiveerd, duidelijk en stellig verzoek van de verdediging aan de rechter om ambtshalve gebruik te maken van zijn bevoegdheid om zelf getuigen op te roepen, slechts van belang of hij het horen van die getuigen noodzakelijk acht met het oog op de volledigheid van het onderzoek.

Read More
Print Friendly and PDF ^

AG: wel hoger beroep mogelijk tegen beslissing tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf wegens nieuw strafbaar feit

Parket bij de Hoge Raad 18 februari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:160

Er is wel hoger beroep mogelijk tegen een beslissing tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde straf wegens een nieuw strafbaar feit, ondanks dat dat niet meer expliciet in de (nieuwe) wet (USB) staat. Dat staat onder meer in de vordering tot cassatie in het belang der wet van advocaat-generaal (AG) Bleichrodt die vandaag is ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt dat in situatie dat getuige zich verschoont een behoorlijke en effectieve mogelijkheid tot ondervraging ontbreekt

Hoge Raad 11 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:227

Het middel klaagt over het gebruik voor het bewijs van de verklaringen van de getuige medeverdachte 1, terwijl de verdediging onvoldoende in de gelegenheid is geweest deze getuige te ondervragen en de betrokkenheid van de verdachte bij het hem tenlastegelegde feit niet in voldoende mate steun vindt in andere bewijsmiddelen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt relevante overwegingen m.b.t. vereisten aan een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding

Hoge Raad 11 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:235

Het middel behelst de klacht dat de verwerping van het beroep op noodweer(exces) op onjuiste en/of onvolledige gronden berust, althans niet (zonder meer) begrijpelijk is gemotiveerd omdat bij dat oordeel de voorwaarden voor de aanvaarding van het beroep niet zijn betrokken en evenmin is gebleken op welke feiten en omstandigheden het oordeel omtrent culpa in causa steunt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt overwegingen m.b.t. uitzonderlijke gevallen dat vervolging onverenigbaar is met beginselen van goede procesorde

Hoge Raad 11 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:228

Het cassatiemiddel klaagt onder meer over de verwerping door het hof van het verweer dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging had moeten worden verklaard op de grond dat een sepotmededeling bij de verdachte het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat hij voor het tenlastegelegde feit niet zou worden vervolgd.

Read More
Print Friendly and PDF ^