Profijtontneming & andere strafbare feiten: Zijn verdiensten uit privéhandel die door betrokkene niet fiscaal zijn verantwoord aan te merken als legale inkomsten?

Hoge Raad 3 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:365

Het cassatiemiddel komt op tegen het oordeel van het hof dat bij de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel geen rekening dient te worden gehouden met eventuele verdiensten van de betrokkene uit de privéhandel in auto’s “reeds omdat deze verdiensten door de veroordeelde niet fiscaal zijn verantwoord en dus niet als legale inkomsten kunnen worden gezien”.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Columnisten gezocht

Regelmatig publiceren wij op BijzonderStrafrecht.nl columns, waarin ontwikkelingen worden besproken of waarin wordt gereageerd op een actualiteit die het bijzonder strafrecht raakt. Wij op zoek naar gedreven en enthousiaste legal professionals die incidenteel dan wel regelmatig (bij voorkeur) willen bijdragen aan onze website.

Read More
Print Friendly and PDF ^

OM niet-ontvankelijk nu de ontnemingsvordering niet ‘zo spoedig mogelijk’ is aangebracht

Rechtbank Limburg 11 februari 2020, ECLI:NL:RBLIM:2020:1746

Het ‘zo spoedig mogelijk’ hangt samen met de stand van het financieel onderzoek. Het financieel onderzoek in deze zaak is op 19 juni 2012 gesloten en het dossier is kort daarop door het arrondissementsparket ontvangen. Er is niet gebleken dat er nadien nadere onderzoekshandelingen zijn verricht, ook niet na het vonnis van de rechtbank op 23 december 2017.

Read More
Print Friendly and PDF ^

OM mag oud-officier van justitie toch vervolgen in zedenzaak

Gerechtshof Den Haag 5 maart 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:390

Een bezwaar tegen de dagvaarding van het Openbaar Ministerie in een zedenzaak is door het gerechtshof Den Haag ongegrond verklaard. De Haagse rechtbank verklaarde dit bezwaar eerder wel gegrond. Dit betekent dat het OM een strafzaak tegen de verdachte in deze zedenzaak bij de rechtbank kan voortzetten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt overwegingen m.b.t. begrip ‘rechtstreekse schade’, i.c. door hypotheekhouder geleden schade a.g.v. het beschadigen gebouw

Hoge Raad 3 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:368

De verdachte huurde een pand waarin hij een hotel exploiteerde. De eigenaar van het pand, [A] is failliet gegaan. Op het pand rustte een hypotheekrecht van de Rabobank. De verdachte had met de Rabobank afgesproken dat hij zijn huur rechtstreeks aan de bank zou overmaken omdat de hypotheekgever, A, de hypotheeklasten niet voldeed. De verdachte betaalde de huur niet en moest na een vonnis van de kantonrechter het pand ontruimen. Hem is ten laste gelegd dat hij toen schade heeft toegebracht aan het pand en dat hij goederen die zich in het pand bevonden, heeft vernield dan wel verduisterd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

In hoeverre ziet art. 552a Sv ook op evt. door politie gemaakte kopieën van data die zijn aangetroffen op de inbeslaggenomen, maar inmiddels teruggegeven telefoons?

Hoge Raad 3 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:369

De rechtbank heeft geoordeeld dat zij op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) enkel bevoegd is om te beslissen over voorwerpen die (onder de klager) in beslag zijn genomen, dat de voorwerpen die onder de klager in beslag zijn genomen aan hem zijn geretourneerd en dat verweren met betrekking tot de mogelijke onrechtmatigheid van het maken en achterhouden van kopieën van data bij de inhoudelijke behandeling van de strafzaak tegen de klager kunnen worden gevoerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Strafrechtelijk beslag in zaak tegen oprichter Stichting Loterijverlies blijft gehandhaafd

Hoge Raad 3 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:324 en ECLI:NL:HR:2020:325

De beslissing van de rechtbank van januari 2019 om de beslagen te handhaven in de zaak tegen de oprichter van Stichting Loterijverlies en enkele aan hem gekoppelde BV’s blijft in stand. Dat heeft de Hoge Raad vandaag geoordeeld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

OM-cassatie in beslagzaak gegrond. Kan conservatoir beslag in zijn totaliteit als disproportioneel worden aangemerkt?

Hoge Raad 18 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:274

Het gaat in deze zaak om het volgende. Tegen de klagers loopt een strafrechtelijk onderzoek op verdenking van onder meer belastingfraude, valsheid in geschrift, witwassen en bankieren zonder vergunning. De klagers zijn twee natuurlijke personen en vijf rechtspersonen die telkens in rechte worden vertegenwoordigd door een van de twee natuurlijke personen. Onder de klagers is op de voet van artikel 94a Sv beslag gelegd op een bedrag van €30.010.685,52 en de rechtbank heeft geoordeeld “dat het beslag gedurende de looptijd van het strafrechtelijk onderzoek gemaximeerd dient te blijven op 30 miljoen euro”.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt: rechter kan gevolgen verbinden aan omstandigheid dat aanhoudingsverzoek onvoldoende door bewijsstukken is gestaafd indien hij omstandigheden niet z.m. aannemelijk acht

Hoge Raad 18 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:271

Het middel klaagt dat het recht – in het bijzonder artikel 6 EVRM – is geschonden doordat het gerechtshof ten onrechte het verzoek van de verdachte om bij de behandeling van de zaak ter terechtzitting aanwezig te zijn, heeft afgewezen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Mededeling recht op rechtsbijstand hoeft niet direct voorafgaand of bij het begin van het eerste verhoor plaats te vinden, mag ook tevoren (d.m.v. toezending of uitreiking van informatieblad)

Hoge Raad 18 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:288

Op grond van art. 27c, tweede lid, Sv dient de niet-aangehouden verdachte voorafgaand aan zijn eerste verhoor mededeling te worden gedaan van het in art. 28, eerste lid, Sv gewaarborgde recht om zich te doen bijstaan door een raadsman. Indien dat voorschrift niet is nageleefd levert dat in beginsel een vormverzuim op als bedoeld in art. 359a Sv. Met het oog op de verzekering van het recht van de verdachte op een eerlijk proces in de zin van art. 6 EVRM geldt dat zo een vormverzuim, na een daartoe strekkend verweer, in de regel dient te leiden tot uitsluiting van het bewijs van de ter gelegenheid van het verhoor afgelegde verklaring, tenzij de verdachte door het achterwege blijven van de desbetreffende mededeling niet in zijn verdediging is geschaad (vgl. HR 20 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:368). De wet vereist niet dat deze mededeling direct voorafgaand of bij het begin van het eerste verhoor plaatsvindt.

Read More
Print Friendly and PDF ^