Europees Openbaar Ministerie vervolgt crimineel netwerk voor manipulatie van overheidsopdrachten tijdens pandemie

Het Europees Openbaar Ministerie (European Public Prosecutor's Office, EPPO) heeft deze week acht verdachten gedagvaard voor de rechtbank in Boekarest wegens fraude met EU-middelen ter waarde van ruim €9 miljoen. De zaak draait om de manipulatie van overheidsopdrachten voor medische beschermingsmiddelen tijdens de Covid-19 pandemie. Zes natuurlijke personen en twee rechtspersonen worden vervolgd voor hun vermeende betrokkenheid bij een crimineel netwerk dat tussen 2020 en 2021 systematisch aanbestedingen zou hebben gemanipuleerd. De zaak is illustratief voor de toenemende handhavingsactiviteit van het EPPO op het terrein van subsidie- en aanbestedingsfraude met EU-gelden, en raakt direct aan de bestrijding van financieel-economische criminaliteit binnen de Europese Unie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

EHRM stelt vragen aan Nederland over schadevergoeding na vrijspraak: is het oordeel 'laakbaar handelen' verenigbaar met de onschuldpresumptie?

Het EHRM heeft op 30 maart 2026 de zaak Koopmans tegen Nederland (no. 32183/24) gepubliceerd, nadat deze op 12 maart was gecommuniceerd aan de Nederlandse regering. De zaak draait om een man die in 2023 integraal werd vrijgesproken van wapendelicten, maar wiens verzoeken om schadevergoeding voor voorarrest en advocaatkosten door het gerechtshof Den Haag werden afgewezen. Het hof motiveerde die afwijzing met de overweging dat het handelen van de verzoeker "laakbaar" was en dat alleen de wijze van tenlasteleggen een veroordeling had verhinderd. Bij het EHRM is geklaagd dat deze motivering in strijd is met de onschuldpresumptie van artikel 6 lid 2 EVRM, omdat zij impliceert dat de vrijgesprokene eigenlijk toch schuldig was. Het EHRM toetst de zaak aan zijn recente Grote Kamer-rechtspraak uit Nealon en Hallam (2024) en heeft de regering gevraagd of de motivering blijk geeft van een schuldoordeel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof 's-Hertogenbosch stelt prejudiciele vragen aan Hoge Raad over extraterritoriale rechtsmacht bij valsheid in geschrift in nareisprocedure

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17 maart 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:724

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch legt bij tussenarrest van 17 maart 2026 prejudiciele vragen voor aan de Hoge Raad over de reikwijdte van artikel 4, aanhef en onderdeel d, van het Wetboek van Strafrecht. De zaak betreft een verdachte met de Syrische nationaliteit die in Turkije een formulier van de IND valselijk zou hebben opgemaakt in het kader van een nareisprocedure strekkende tot gezinshereniging. Centraal staat de vraag of Nederland extraterritoriale rechtsmacht heeft wanneer valsheid in geschrift wordt gepleegd jegens een formulier van de IND, buiten Nederlands grondgebied, door een niet-Nederlander. Het hof verwijst naar twee onherroepelijke arresten van het gerechtshof Den Haag waarin die rechtsmacht werd ontkend, omdat de valsheid niet zou zijn gepleegd "tegen" een Nederlandse overheidsinstelling in de zin van het beschermingsbeginsel. Beide procespartijen hebben zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Het hof schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd in afwachting van de beantwoording door de Hoge Raad.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel 81 Wet RO onder druk: Hof van Justitie EU eist motivering bij weigering prejudiciële vragen

Op 24 maart 2026 wees het Hof van Justitie EU arrest in de zaak C-767/23 (Remling) over de motiveringsplicht bij het weigeren van prejudiciële vragen. Het Hof oordeelt dat een hoogste nationale rechter altijd specifiek en concreet moet motiveren waarom hij afziet van het stellen van prejudiciële vragen, ook wanneer het nationale recht verkorte afdoening toestaat. Het arrest heeft directe gevolgen voor de Nederlandse praktijk rond artikel 81 Wet RO, waarbij de Hoge Raad cassatiezaken regelmatig zonder inhoudelijke motivering afdoet. De uitspraak bouwt voort op de Cilfit-doctrine en het Consorzio-arrest uit 2021 en verscherpt de eisen aan rechterlijke instanties die in laatste aanleg uitspraak doen. Voor de bijzonder-strafrechtpraktijk is het arrest relevant bij cassatiezaken over btw-fraude, sanctieschendingen en andere zaken met een Unierechtelijke dimensie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

“Yes we can!” – The UK Bribery Act 2010

After some foot-dragging, which did not go unnoticed internationally, the UK has adopted the Bribery Act 2010, which received Royal Assent in April 2010. It will come into force in April 2011, after Government Guidance has been issued. This has been described as one of the most significant reform to corporate criminal law in a century. It repeals the Public Bodies Corrupt Practices Act 1889, the Prevention of Corruption Act 1906 and the Prevention of Corruption Act 1916. It also revokes relevant sections of diverse acts concerning criminal justice, local government, electoral procedure, housing and the armed forces. It replaces a system of fragmented and complex offences with a comprehensive scheme of bribery offences, covering bribery both in the UK and abroad.

Read More
Print Friendly and PDF ^