Vrijgesproken van contante giften, toch ontneming via kasopstelling

Het gerechtshof Amsterdam stelde op 23 april 2026 in een ontnemingszaak na een veroordeling wegens passieve ambtelijke omkoping het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 144.858 en legde een betalingsverplichting op van € 135.426. De betrokkene was in de strafzaak vrijgesproken van het aannemen van twee contante betalingen van € 100.000 en € 14.000, maar het hof nam toch een bedrag van bijna € 79.000 uit een eenvoudige kasopstelling mee. Volgens het hof legt een kasopstelling geen rechtstreeks verband met specifieke strafbare feiten en wordt daarmee de schuld aan vrijgesproken feiten niet alsnog aangenomen, zodat geen strijd bestaat met de onschuldpresumptie van artikel 6 lid 2 EVRM. Het hof baseert de ontneming op zowel het tweede als het derde lid van artikel 36e Sr en sluit daarmee aan bij vaste rechtspraak van de Hoge Raad. De betalingsverplichting is verminderd met € 4.431,50 wegens verbeurdverklaring en met € 5.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Chauffeur bij bankhelpdeskfraude: rechtbank Limburg ziet medeplichtigheid waar OM medeplegen vorderde

De rechtbank Limburg veroordeelde op 28 april 2026 een vader die zijn zoon naar slachtoffers van bankhelpdeskfraude reed wegens medeplichtigheid, niet medeplegen. Hoewel de verdachte via een Snapchatgroep aantoonbaar wetenschap had van de fraude, achtte de rechtbank zijn bijdrage als chauffeur onvoldoende zwaarwegend voor medeplegen, mede omdat hij niet meedeelde in de buit. Hij kreeg een taakstraf van 240 uur, lager dan de geëiste negen maanden gevangenisstraf, mede vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank wees de gevorderde schadevergoedingsmaatregelen af, omdat onduidelijk was of de slachtoffers of hun banken de feitelijke schade droegen. Het vonnis illustreert de casuïstische afgrenzing tussen artikel 47 en 48 Sr en contrasteert met een arrest van het hof 's-Hertogenbosch waarin een vergelijkbare chauffeursrol wel als medeplegen werd gekwalificeerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Raad van State bevestigt beperking inzagerecht politiegegevens op grond van opsporingsbelang

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 29 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2435

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de korpschef van politie de inzage in politiegegevens mag beperken voor zover dit noodzakelijk en evenredig is voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten. Appellant heeft volledige inzage in zijn politiedossier verzocht en verwijdering verlangd van registraties over zijn mentale gezondheid. Doordat appellant geen toestemming heeft verleend op grond van artikel 8:29, vijfde lid, Awb kan de bestuursrechter niet beoordelen of de gedeeltelijke weigering van inzage rechtmatig is. De Afdeling gaat er daarom van uit dat de korpschef op juiste gronden geen volledige inzage heeft verleend. Het verwijderingsverzoek heeft zijn belang verloren omdat de bestreden registraties inmiddels zijn vernietigd. De gevorderde schadevergoeding van € 500.000 wordt afgewezen wegens onbevoegdheid en gebrek aan onderbouwing.

Read More
Print Friendly and PDF ^

De klok tikt: de Nederlandse e-evidence implementatie ontleed

In een eerder artikel heb ik een overzicht gegeven van het e-evidencepakket van de Europese Unie (EU), met de nadruk op de gevolgen voor datagedreven bedrijven. Dat artikel verscheen begin 2023, kort na het bereiken van een politiek akkoord over de tekst van de Verordening en de Richtlijn. Inmiddels zijn we ruim drie jaar verder. De Verordening en de Richtlijn zijn formeel vastgesteld en gepubliceerd, en er is een belangrijke volgende stap gezet: de Nederlandse wetgever heeft een wetsvoorstel ingediend ter implementatie van het pakket: de Uitvoeringswet elektronisch bewijsmateriaal (hierna: de Uitvoeringswet). Het advies van de Afdeling advisering van de Raad van State (hierna: de Afdeling) is inmiddels uitgebracht en verwerkt in het wetsvoorstel. Het is nu niet langer de vraag óf deze regelgeving er komt, maar hoe dienstaanbieders zich hierop moeten voorbereiden. De Verordening wordt toepasselijk per 18 augustus 2026, en bestaande dienstaanbieders hebben tot diezelfde datum om een geadresseerde aan te wijzen. De klok tikt dus.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Tweede aanvullingswet nieuw Wetboek van Strafvordering in consultatie: verschoningsrecht, toegang tot gegevens (post-Landeck), herstelrecht en de positie van het slachtoffer in het strafproces

Op 7 mei 2026 is de tweede aanvullingswet bij het nieuwe Wetboek van Strafvordering in internetconsultatie gegaan. Hiermee komt het inhoudelijke wetgevingstraject van het nieuwe wetboek in zijn afrondende fase. De twee vaststellingswetten zijn op 24 februari 2026 door de Eerste Kamer aangenomen en gepubliceerd in het Staatsblad (Stb. 2026, 56 en 57), de eerste aanvullingswet is op 24 maart 2026 ingediend bij de Tweede Kamer, en met de tweede aanvullingswet wordt het pakket gecompleteerd. De beoogde inwerkingtreding van het volledige nieuwe wetboek is 1 april 2029. Deze signaleringsblog geeft een overzicht van wat er in de tweede aanvullingswet zit.

Read More
Print Friendly and PDF ^