Verslag Tweede Kamer over Uitvoeringswet elektronisch bewijsmateriaal: steun voor e-Evidence, maar stapel verduidelijkingsvragen

Op 10 april 2026 heeft de vaste Kamercommissie voor Justitie en Veiligheid het verslag vastgesteld bij de Uitvoeringswet elektronisch bewijsmateriaal, die uitvoering geeft aan Verordening (EU) 2023/1543 en Richtlijn (EU) 2023/1544. De fracties van D66, VVD, GroenLinks-PvdA en CDA onderschrijven de doelen van het e-Evidence pakket, maar stellen een lange reeks vragen over de rechtsbescherming binnen een systeem van directe grensoverschrijdende bevelen zonder voorafgaande rechterlijke toets. Brancheorganisatie NLconnect heeft gemeld dat technische, procesmatige en beveiligingsafspraken ontbreken, waardoor een zorgvuldige invoering per 18 augustus 2026 volgens de sector niet haalbaar is. Daarnaast plaatst met name de VVD kanttekeningen bij de keuze voor de ACM als toezichthouder, de verhouding tot het Nederlandse verschoningsrecht, en pleit zij in EU-verband voor uitbreiding naar real-time interceptie en ontsleuteling. De beantwoording door de regering zal moeten uitwijzen hoe de openstaande vragen over rechtsbescherming, uitvoerbaarheid en tijdpad worden geadresseerd vóór de directe werking van de Verordening intreedt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Doorzoekingen in Polen: EPPO onderzoekt mogelijke ambtelijke nalatigheid bij EU-gefinancierd klimaatprogramma

Het EPPO in Katowice heeft op 21 april 2026 doorzoekingen laten uitvoeren bij onder meer de Poolse Kanselarij van de Minister-President, twee ministeries en zeventien milieufondsen, in een onderzoek naar het nationale subsidieprogramma Czyste Powietrze. Het onderzoek richt zich op mogelijk plichtsverzuim van publieke functionarissen bij het ontwerp en de uitvoering van het programma, waardoor malafide aannemers subsidies zouden hebben kunnen weggesluizen ten koste van duizenden begunstigden. De operatie werd uitgevoerd door 65 agenten van het Poolse CBA en vier vertegenwoordigers van OLAF, die documentatie vanaf 1 juni 2021 hebben veiliggesteld. Omdat het programma wordt gecofinancierd door de Europese uitvoerende agentschap CINEA, raakt de zaak direct aan de financiële belangen van de Unie en valt zij onder de bevoegdheid van de EPPO op grond van Verordening (EU) 2017/1939. De zaak staat in een bredere reeks onderzoeken, waaronder een parallel EPPO-onderzoek in Gdańsk dat leidde tot een arrestatie op Warschau Airport in maart 2026.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Complexe claims in het strafproces

‘Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan.’ Met die woorden sprak Viviane de Muynck, Vlaamse actrice en regisseur, in februari 2000 op kritische toon haar spelers­groep toe van de Antwerpse postacademische opleiding Theaterwetenschap, waarvan ik destijds onderdeel uitmaakte. We waren al vergevorderd met het repetitieproces voor haar bewerking van Shakespeares Macbeth, maar geen van de spelers was nog tekstvast. Haar woorden zorgden voor schaamte, omdat we ons realiseerden dat we met ons onderpresteren niet alleen onszelf, maar vooral onze regisseur en ons publiek tekort zouden doen. We wisten dat het beter had gekund en gemoeten, maar we hadden het niet gedaan. Ik dacht terug aan deze woorden toen ik de titel las van het rapport Doen wat kan. Daarin doen de auteurs onder meer de aanbeveling om complexe schadeposten categorisch uit te sluiten van de behandeling in het strafproces, onder meer omdat deze de spankracht van het strafproces te boven zouden gaan. Met complexe schadeposten wordt in het bijzonder gedoeld op vergoeding van gederfd levensonderhoud (art. 6:108 lid 1 BW) en vergoeding van (toekomstige) arbeidsvermogens­schade. Deze aanbeveling staat niet op zichzelf, maar vormt een milestone in een rond 2021 ingezette ontwikkeling die meer terughoudendheid bepleit ten opzichte van de behandeling van complexe schadevergoedingsvorderingen in het straf­proces.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Van periodieke vernieuwing naar risicogestuurde herbeoordeling: strafrechtelijke gevolgen van het omnibuspakket gewasbescherming

Het tiende EU-omnibuspakket (december 2025) wijzigt Verordening 1107/2009 en vervangt de periodieke vernieuwing van werkzame stoffen door een risicogestuurd herbeoordelingssysteem, verlengt de respijtperiode van 18 naar 36 maanden en schrapt de Europese registerplicht voor professionele gebruikers. Omdat de Wgb via artikel 1a WED strafrechtelijk wordt gehandhaafd, werken deze wijzigingen rechtstreeks door in de reikwijdte van economische delicten en de bewijsvoering daarvan. Het vervallen van vaste goedkeuringstermijnen, de verlengde respijtperiode en het wegvallen van registratiegegevens raken pleegdatum, delictsomschrijving en opsporingspraktijk. Tegelijk blijft de lijn van de Afdeling van 2 april 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:1428) van kracht: gebruik nabij Natura 2000-gebieden is natuurvergunningplichtig zodra significante effecten niet zijn uitgesloten, met een parallel bestuursrechtelijk handhavingsspoor naast de WED. Behandeling in Raad en Europees Parlement volgt de komende maanden via de gewone wetgevingsprocedure.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Derden kunnen belanghebbenden zijn bij boetebesluiten

Burgers, bedrijven of organisaties die algemene of collectieve belangen behartigen kunnen belanghebbenden zijn bij besluiten waarbij een boete wordt opgelegd aan een ander. Ook als zij niet om handhaving hebben gevraagd. Dat is de uitkomst van een uitspraak van de grote kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van 22 april 2026. In deze zaak bracht staatsraad advocaat-generaal Widdershoven eerder een conclusie uit.

Read More
Print Friendly and PDF ^