Doorzoekingen in Polen: EPPO onderzoekt mogelijke ambtelijke nalatigheid bij EU-gefinancierd klimaatprogramma

Op 21 april 2026 heeft het Europees Openbaar Ministerie (EPPO), meer specifiek het bureau in Katowice, op grote schaal doorzoekingen laten uitvoeren bij Poolse overheidsinstellingen in het kader van een nieuw onderzoek naar mogelijke onregelmatigheden rond het nationale subsidieprogramma Czyste Powietrze (Schone Lucht). De operatie vond plaats bij onder meer de Kanselarij van de Minister-President, het Ministerie van Klimaat en Milieu, het Ministerie van Fondsen en Regionaal Beleid, het Nationaal Fonds voor Milieubescherming en Waterbeheer (NFOŚiGW) en alle zestien regionale milieufondsen. Het onderzoek richt zich op de vraag of publieke functionarissen hun ambtsplichten hebben verzuimd bij het ontwerp en de uitvoering van opeenvolgende fasen van het programma, en of daardoor EU-middelen onrechtmatig zijn weggevloeid. Omdat het programma mede wordt gefinancierd door de Europese uitvoerende agentschappen, raakt de zaak direct aan de financiële belangen van de Unie, hetgeen de bevoegdheid van de EPPO activeert. In deze blog schetsen we de feiten, de juridische context en de positie die deze zaak inneemt in een bredere reeks onderzoeken rond het programma.

Wat is het Czyste Powietrze programma?

Czyste Powietrze is sinds september 2018 het belangrijkste Poolse subsidie-instrument voor de verduurzaming van eengezinswoningen. Het programma, dat doorloopt tot 2029, biedt huiseigenaren financiële steun voor de vervanging van vervuilende verwarmingsinstallaties en voor thermische isolatie van woningen. Uitvoerder is het NFOŚiGW, dat onder het Ministerie van Klimaat en Milieu valt en samenwerkt met de zestien regionale Wojewódzkie Fundusze Ochrony Środowiska i Gospodarki Wodnej (WFOŚiGW). Volgens berichtgeving in wGospodarce zijn er sinds de start van het programma ruim één miljoen subsidieaanvragen ingediend, met een totale aangevraagde waarde van meer dan 41 miljard zloty. Het programma wordt deels gefinancierd uit Poolse middelen en deels via het Modernisatiefonds en de Europese uitvoerende agentschap CINEA (European Climate, Infrastructure and Environment Executive Agency). Juist die Europese co-financiering maakt dat eventuele fraude of nalatigheid binnen het programma onder de scope valt van de EU-regelgeving ter bescherming van de financiële belangen van de Unie.

Het onderzoek van EPPO in Katowice

De doorzoekingen van 21 april 2026 zijn uitgevoerd op last van de Europese aanklager in Katowice, met operationele uitvoering door het Centralne Biuro Antykorupcyjne (CBA). Volgens het persbericht van het CBA namen 65 CBA-agenten en vier vertegenwoordigers van het Europees Bureau voor Fraudebestrijding (OLAF) deel aan de actie. Zij hebben zowel papieren als elektronische documentatie veiliggesteld over de periode vanaf 1 juni 2021. Het onderzoek is binnen het CBA toevertrouwd aan het regionale kantoor in Łódź. De EPPO stelt dat het onderzoek werd ingesteld naar aanleiding van mediaberichtgeving en andere beschikbare informatie die zou wijzen op "potential design flaws", oftewel mogelijke structurele gebreken in de opzet van het programma die oneerlijke aannemers in staat zouden hebben gesteld om subsidies te bemachtigen ten koste van duizenden begunstigden. De feiten die worden onderzocht kunnen volgens de EPPO kwalificeren als machtsmisbruik of plichtsverzuim door publieke functionarissen. Alle betrokkenen worden vermoed onschuldig te zijn totdat het tegendeel is bewezen voor een Poolse rechter.

Bredere context: eerdere meldingen en arrestaties

De zaak staat niet op zichzelf. Het NFOŚiGW heeft eerder al aangifte gedaan tegen verschillende uitvoerende bedrijven in verband met ongeveer 6.000 verdachte aanvragen, met een totale waarde van circa 600 miljoen zloty. Daarvoor waren al 103 meldingen van mogelijke onregelmatigheden ingediend bij het Openbaar Ministerie en de politie vanuit de regionale milieufondsen. Volgens Muratordom zouden tot 13.000 huishoudens slachtoffer zijn geworden van vergelijkbare praktijken, waarbij malafide aannemers op basis van een volmacht van de begunstigde een voorschot van 50 procent van de subsidie op hun eigen rekening lieten storten, om het werk vervolgens niet of gebrekkig uit te voeren. In 2024 kon het maximale dofinansowanie oplopen tot 136.200 zloty, zodat frauduleuze voorschotten per geval tot ongeveer 68.000 zloty konden bedragen. Parallel aan het nu geopende onderzoek in Katowice loopt een ander EPPO-onderzoek vanuit Gdańsk: op 25 maart 2026 werd volgens de EPPO een verdachte aangehouden op de luchthaven van Warschau na terugkeer uit Thailand, waar hij een verblijfsvisum probeerde te verkrijgen. Deze verdachte, bestuurder van een bij de uitvoering van het programma betrokken onderneming, werd in voorlopige hechtenis geplaatst op verdenking van fraude en misbruik van publieke middelen.

Het onderscheid tussen fraude en plichtsverzuim

Opvallend aan het nu geopende onderzoek is dat het zich niet primair richt op de uitvoerende bedrijven, maar op de publieke functionarissen die het programma hebben ontworpen en uitgevoerd. Waar het onderzoek van de EPPO in Gdańsk is gericht op klassieke subsidiefraude door marktpartijen, onderzoekt Katowice of ambtenaren zodanig tekort zijn geschoten in hun ambtsplichten dat daardoor schade aan het publieke belang en aan de EU-begroting is ontstaan. In Pools recht wordt dit gekwalificeerd als niedopełnienie obowiązków (plichtsverzuim), strafbaar gesteld in artikel 231 van de Poolse Kodeks karny. In de EU-context raakt dit aan de definitie van strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie schaden zoals opgenomen in Richtlijn (EU) 2017/1371 (de zogeheten PIF-richtlijn), waaronder ook ernstige inbreuken van ambtenaren kunnen vallen wanneer deze leiden tot misbruik van EU-middelen.

De rol van EPPO, CINEA en OLAF

Het onderzoek illustreert de samenwerking tussen meerdere Europese en nationale instanties. De EPPO is sinds juni 2021 operationeel en is op grond van Verordening (EU) 2017/1939 bevoegd om strafbare feiten die de financiële belangen van de Unie schaden, te onderzoeken en te vervolgen. OLAF voert administratieve onderzoeken uit en kan daarbij rechtstreeks samenwerken met de EPPO wanneer strafrechtelijke feiten aan het licht komen. CINEA is het uitvoerend agentschap van de Europese Commissie dat klimaat- en milieuprogramma's beheert en, zoals bij Czyste Powietrze het geval is, fungeert als co-financier. Dat de huidige actie vanuit Polen wordt geleid door de EPPO en niet uitsluitend door het nationale Openbaar Ministerie, hangt samen met de aard en omvang van de EU-betrokkenheid bij de financiering van het programma. Het nu ingezette instrumentarium, doorzoekingen bij de kanselarij van de minister-president en bij twee ministeries, toont de reikwijdte van de bevoegdheden van de EPPO wanneer gedelegeerde Europese aanklagers optreden in een lidstaat.

Relevantie voor de bijzonder-strafrechtpraktijk

Voor de Nederlandse bijzonder-strafrechtpraktijk is deze zaak om meerdere redenen relevant. In de eerste plaats laat zij zien hoe de EPPO in toenemende mate optreedt in grootschalige subsidiezaken waarbij niet alleen private partijen, maar ook publieke functionarissen in het vizier komen. In de tweede plaats illustreert de zaak de betekenis van de PIF-richtlijn en van nationale implementatiewetgeving, waaronder de Nederlandse bepalingen over subsidiefraude en ambtelijke corruptie. Ten derde roept de zaak vragen op over de verantwoordelijkheidsverdeling tussen programmaontwerpers, uitvoeringsorganisaties en private uitvoerders wanneer structurele ontwerpfouten in subsidieregelingen ruimte laten voor misbruik. Deze vragen zijn ook in Nederland actueel, gelet op de ervaringen met andere subsidieschandalen en de discussie over de zorgplicht van uitvoeringsinstanties bij de vormgeving van fraudegevoelige regelingen.

Afsluiting

Het onderzoek in Katowice staat aan het begin en moet eerst de feiten vaststellen. Duidelijk is dat de EPPO een brede benadering kiest: niet alleen de uitvoerende partijen die zich mogelijk schuldig hebben gemaakt aan subsidiefraude, maar ook de wijze waarop de Poolse overheid het programma heeft vormgegeven en toegezien op de uitvoering ervan, worden onder de loep genomen. Of die aanpak uiteindelijk leidt tot vervolgingen, en of daarbij zowel plichtsverzuim als subsidiefraude ten laste zullen worden gelegd, zal in de komende fasen van het onderzoek moeten blijken. Tot die tijd geldt voor alle betrokkenen de onschuldpresumptie, zoals ook de EPPO uitdrukkelijk benadrukt.

Print Friendly and PDF ^