EHRM stelt vragen aan Nederland over schadevergoeding na vrijspraak: is het oordeel 'laakbaar handelen' verenigbaar met de onschuldpresumptie?

Het EHRM heeft op 30 maart 2026 de zaak Koopmans tegen Nederland (no. 32183/24) gepubliceerd, nadat deze op 12 maart was gecommuniceerd aan de Nederlandse regering. De zaak draait om een man die in 2023 integraal werd vrijgesproken van wapendelicten, maar wiens verzoeken om schadevergoeding voor voorarrest en advocaatkosten door het gerechtshof Den Haag werden afgewezen. Het hof motiveerde die afwijzing met de overweging dat het handelen van de verzoeker "laakbaar" was en dat alleen de wijze van tenlasteleggen een veroordeling had verhinderd. Bij het EHRM is geklaagd dat deze motivering in strijd is met de onschuldpresumptie van artikel 6 lid 2 EVRM, omdat zij impliceert dat de vrijgesprokene eigenlijk toch schuldig was. Het EHRM toetst de zaak aan zijn recente Grote Kamer-rechtspraak uit Nealon en Hallam (2024) en heeft de regering gevraagd of de motivering blijk geeft van een schuldoordeel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof 's-Hertogenbosch stelt prejudiciele vragen aan Hoge Raad over extraterritoriale rechtsmacht bij valsheid in geschrift in nareisprocedure

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17 maart 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:724

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch legt bij tussenarrest van 17 maart 2026 prejudiciele vragen voor aan de Hoge Raad over de reikwijdte van artikel 4, aanhef en onderdeel d, van het Wetboek van Strafrecht. De zaak betreft een verdachte met de Syrische nationaliteit die in Turkije een formulier van de IND valselijk zou hebben opgemaakt in het kader van een nareisprocedure strekkende tot gezinshereniging. Centraal staat de vraag of Nederland extraterritoriale rechtsmacht heeft wanneer valsheid in geschrift wordt gepleegd jegens een formulier van de IND, buiten Nederlands grondgebied, door een niet-Nederlander. Het hof verwijst naar twee onherroepelijke arresten van het gerechtshof Den Haag waarin die rechtsmacht werd ontkend, omdat de valsheid niet zou zijn gepleegd "tegen" een Nederlandse overheidsinstelling in de zin van het beschermingsbeginsel. Beide procespartijen hebben zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Het hof schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd in afwachting van de beantwoording door de Hoge Raad.

Read More
Print Friendly and PDF ^

AFM volledig in gelijk gesteld in tuchtzaak accountant van een schroot- en goudhandel

De klacht die de AFM indiende tegen de accountant van een schroot- en goudhandel is op alle onderdelen gegrond verklaard. Hij heeft ten aanzien van de handel in goud de risico’s onvoldoende geïdentificeerd en ingeschat en is onvoldoende professioneel-kritisch geweest.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Bitcoinwitwasser krijgt herkansing: Hoge Raad vindt verwerping herkomstverweer onbegrijpelijk

Hoge Raad 17 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:441

Hoge Raad vernietigt witwasbewezenverklaring bitcoins omdat het hof Den Haag het herkomstverweer van de verdachte ontoereikend heeft beoordeeld. De verdachte voert aan dat hij in 2012 circa 2.000 bitcoins heeft gekocht voor EUR 12.000 en dat de waardestijging de latere tegenwaarde van EUR 613.260 verklaart. De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet zonder meer voorbij kon gaan aan die verklaring, ondersteund door getuigenverklaringen en een borgstellingsverklaring. Daarnaast vernietigt de Hoge Raad de onttrekking aan het verkeer van horloges en kleding, omdat die voorwerpen naar hun aard niet vatbaar zijn voor die maatregel op grond van artikel 36c Sr.

Read More
Print Friendly and PDF ^

EU Anti-corruptierichtlijn is een feit: wat verandert er en voor wie?

Op 26 maart 2026 nam het Europees Parlement de eerste EU-brede anti-corruptierichtlijn aan, die Kaderbesluit 2003/568/JHA en het EU-corruptieverdrag van 1997 vervangt. De richtlijn harmoniseert strafbaarstellingen van omkoping, verduistering, trading in influence, verrijking uit corruptie en verhulling, met minimale strafmaxima van drie tot vijf jaar en omzetgerelateerde boetes voor rechtspersonen tot 5% of 40 miljoen euro. Voor Nederland betekent de richtlijn onder meer een verplichte strafbaarstelling van handel in invloed, een delict dat in het Wetboek van Strafrecht tot nu toe ontbreekt. Daarnaast moet Nederland een nationale anti-corruptiestrategie ontwikkelen en een preventieve anticorruptie-instantie aanwijzen. De omzettingswetgeving moet rond medio 2028 gereed zijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^