'Spin in het web' van toeslagenfraude krijgt vier jaar celstraf

Rechtbank Rotterdam 29 januari 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:724

De rechtbank veroordeelt een man tot vier jaar gevangenisstraf wegens grootschalige toeslagenfraude. Hij dient 661 valse aanvragen voor kinderopvangtoeslag in op naam van 412 personen. Daarbij maakt hij gebruik van DigiD-inloggegevens van anderen en verzint hij gegevens over opvang en inkomen. Aan 236 personen wordt onterecht ruim 4,5 miljoen euro uitgekeerd. De verdachte ontvangt gemiddeld 1000 euro per aanvraag en verdient daarmee tonnen. De rechtbank rekent hem zijn centrale rol en gebrek aan inzicht zwaar aan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Afroomboete bij witwassen: grenzen en motiveringsvereisten verduidelijkt

Hoge Raad 13 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:179

De verdachte wordt door het hof veroordeeld wegens witwassen ex artikel 420bis lid 1 onder b Sr, bestaande uit het langdurig profiteren van een met crimineel vermogen verbouwde woning. Het hof legt een taakstraf en een geldboete van 50000 euro op, waarbij de boete mede strekt tot afroming van het behaalde voordeel. In cassatie wordt onder meer geklaagd dat een dergelijke ‘afroomboete’ niet is toegestaan naast een mogelijke ontnemingsprocedure. De Hoge Raad oordeelt dat de feitenrechter de hoogte van een geldboete mede mag afstemmen op het wederrechtelijk verkregen voordeel, mits de motivering voldoende inzicht biedt en dubbele ontneming wordt voorkomen. De ontnemingsrechter moet bij latere vaststelling van een betalingsverplichting rekening houden met een dergelijke boete. Het cassatieberoep wordt verworpen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Valse omgevingsvergunning bij subsidieaanvraag leidt tot veroordeling van zowel vennootschap als feitelijk leidinggever

Rechtbank Overijssel 29 januari 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:394 en ECLI:NL:RBOVE:2026:395

Een agrarisch adviesbureau en haar feitelijk leidinggever worden veroordeeld voor het gebruik van een vervalste omgevingsvergunning. Op 26 juni 2019 wordt een document ingediend bij de RVO dat valselijk is gedateerd op 3 april 2019 om alsnog subsidie te verkrijgen. De rechtbank oordeelt dat sprake is van opzet en oogmerk tot misleiding. Beide verdachten worden vrijgesproken van het tweede feit wegens gebrek aan bewijs. Een beroep op rechtsdwaling wordt verworpen: er was geen sprake van gezaghebbend advies. Beide verdachten krijgen een geheel voorwaardelijke geldboete van 5.000 euro met een proeftijd van twee jaar.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Aanvangsmoment redelijke termijn in ontnemingszaak: voornemen van de officier van justitie beslissend

Hoge Raad 3 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:167

In deze ontnemingszaak wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit gewoontewitwassen stelt het hof het voordeel vast op grond van artikel 36e lid 3 Sr met toepassing van de eenvoudige kasopstelling en legt een betalingsverplichting van 149.387,60 euro op. In cassatie klaagt de betrokkene dat het hof een onjuist aanvangsmoment hanteert voor de redelijke termijn van artikel 6 lid 1 EVRM.
Volgens het middel moet die termijn aanvangen bij de start van het strafrechtelijk financieel onderzoek ex artikel 126 Sv en niet bij het kenbaar gemaakte voornemen van de officier van justitie ex artikel 311 lid 1 Sv. De Hoge Raad herhaalt zijn rechtspraak dat het aan de feitenrechter is het aanvangsmoment vast te stellen en dat dit oordeel in cassatie slechts beperkt toetsbaar is. Het oordeel van het hof is niet onjuist en voldoende gemotiveerd, zodat het cassatieberoep wordt verworpen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Miljoenenbeslag Surinaamse geldzending definitief in stand na derde cassatie

Hoge Raad 10 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:49

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep tegen de beschikking van het gerechtshof Den Haag waarbij het beslag op een geldzending van 19,5 miljoen euro uit Suriname in stand blijft. De FIOD neemt het bedrag in 2018 op Schiphol in beslag wegens verdenking van witwassen; het geld is eigendom van drie Surinaamse handelsbanken en de Centrale Bank van Suriname treedt op als shipper. Het hof verklaart het beklag ongegrond en oordeelt dat de centrale bank geen immuniteit geniet, omdat het geld niet haar eigendom is maar dat van de handelsbanken. Ook acht het hof het niet hoogst onwaarschijnlijk dat de strafrechter later tot verbeurdverklaring zal overgaan.
In cassatie wordt onder meer geklaagd over het immuniteitsoordeel en de gehanteerde maatstaf bij de beoordeling van het beslag. De Hoge Raad past artikel 81 lid 1 RO toe en laat het oordeel van het hof zonder nadere motivering in stand, waarmee de beklagprocedure definitief is beëindigd.

Read More
Print Friendly and PDF ^