Kroniek Straf­(proces)­recht 2025

De Kroniek Straf(proces)recht 2025 geeft een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen in het strafrecht op basis van rechtspraak en wetgeving. De Hoge Raad benadrukt dat voorlopige hechtenis ook na veroordeling geen automatisme is en steeds concreet moet worden gemotiveerd. Op het terrein van opsporing zijn de grenzen aan smartphoneonderzoek aangescherpt, met een centrale rol voor rechterlijke toetsing. In de post-Keskin-jurisprudentie is het ondervragingsrecht verder uitgewerkt, met duidelijke kaders voor (late) getuigenverzoeken. Materieelrechtelijk valt de verfijning op bij opzet, voorbereiding, deelnemingsvormen en witwaszaken. Daarnaast laat 2025 een duidelijke doorwerking zien van het nieuwe zedenrecht en ingrijpende ontwikkelingen in het penitentiaire recht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Oordeel Hoge Raad n.a.v. beklag tegen inbeslaggenomen geluidsbanden van gesprekken die door twee advocaten en Peter R. de Vries zijn gevoerd

De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd of het doorbreken van het verschoningsrecht ook de belangen van andere cliënten van de betrokken advocaten schaadt. Hoewel de rechtbank zeer uitzonderlijke omstandigheden aannam die gebruik van bepaalde geluidsfragmenten toelaten, had zij expliciet moeten beoordelen of de belangen van andere cliënten niet onevenredig worden getroffen. De procedure van artikel 98 Sv is volgens de Hoge Raad ook van toepassing op anoniem toegezonden geluidsbestanden die mogelijk geheimhoudersinformatie bevatten. De klacht over de onzorgvuldige motivering slaagt, de overige klachten niet. De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd. De zaak wordt terugverwezen zodat de rechtbank opnieuw kan beoordelen welke fragmenten mogen worden gebruikt in het strafrechtelijk onderzoek.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechtbank Overijssel: niet-ontvankelijkheid OM na gesloten transacties met bestuurders

De Rechtbank Overijssel verklaarde op 17 november 2025 in twee zaken het OM niet-ontvankelijk omdat met beide bestuurders al transacties waren gesloten en de fiscale schade volledig was hersteld. De procedures duurden ruim acht jaar en kenden diverse procedurele omissies na aanvang van de zitting. Het OM had bovendien vertrouwen gewekt dat vervolging zou worden gestaakt. Herhalingsgevaar werd gering geacht doordat de betrokken ondernemingen inmiddels waren beëindigd of gewijzigd. De verdachten deden bewust afstand van inhoudelijke rechterlijke beoordeling. De rechtbank oordeelde dat geen strafvorderlijk belang resteerde, waardoor de zaken eindigden zonder strafblad voor de bestuurders.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Cross-Border Evidence Gathering in Criminal Crypto Investigations: A Case Study of the Netherlands

This article focuses on the practical and legal-normative challenges and opportunities for cross-border criminal crypto investigations. Cryptocurrencies are (mis)used in various criminal activities. Law enforcement agencies worldwide attempt to detect these crimes. A case study of the Netherlands shows that data from crypto exchanges is often crucial for locating a suspect. However, in many cases this information is located abroad or in multiple jurisdictions, or it is unknown where it is, or the involved public and private actors do not agree on what governs enforcement jurisdiction. In such cases, traditional ways of international cooperation – i.e. the MLA system – seem to be inadequate. As a result, alternative and informal evidence-gathering practices emerge, including unilateral actions.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Voormalig CEO ING Ralph Hamers wordt niet verder strafrechtelijk vervolgd

Gerechtshof Den Haag 3 december 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:2436

Het gerechtshof Den Haag besluit dat de voormalige CEO van ING Group niet verder strafrechtelijk wordt vervolgd. Klaagster SOBI verwijt hem feitelijk leiding te hebben gegeven aan Wwft-overtredingen, maar volgens het OM ontbreekt strafbare betrokkenheid. De verdediging benadrukt dat de verdachte adequaat handelt en vertrouwt op collega's. Het hof acht vervolging juridisch niet haalbaar en wijst op het gebrek aan bewijs voor opzet of nalatigheid. Verder spelen het lange tijdsverloop, capaciteitsbelasting en publieke normbevestiging mee. Om die redenen acht het hof verdere vervolging ook niet opportuun.

Read More
Print Friendly and PDF ^