Artikel 6 EVRM, het nemo tenetur-beginsel en de restrictie bij het afdwingen van wilsafhankelijk materiaal: wie o wie

De rechtsbescherming in het fiscale recht is de afgelopen decennia een regelmatig bediscussieerd onderwerp geweest. Bepalend hiervoor is de rechtspraak van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) geweest, waaruit volgt dat het ‘criminal charge’-begrip uit artikel 6 Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (hierna: EVRM) zich ook uitstrekt tot fiscale boetes. Dat heeft gevolgen voor het niveau van de rechtsbescherming die moet worden geboden in fiscale boetezaken. Omdat de waarborgen van artikel 6 EVRM zich echter niet uitstrekken tot de belastingheffing, is het voor de rechtsbescherming van belang om de ene sfeer (belastingheffing) van de andere sfeer (beboeting/strafvervolging) te onderscheiden, zeker in de gevallen dat sprake is van sfeeroverlap.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Tussen belastingmoraal en sanctiearsenaal

Met genoegen presenteer ik u de nieuwe editie van het Tijdschrift voor Bijzonder Strafrecht & Handhaving met als thema ‘fiscaal strafrecht’. Hoewel we binnen de redactie nog af en toe discussie voeren over de vraag wat onder de definitie ‘bijzonder strafrecht’ valt, is het fiscale strafrecht daar zonder twijfel onderdeel van. Het onderscheid tussen belastingbesparing, belastingontwijking en belastingfraude is al jaren voer voor discussie. Volgens de hoogste belastingrechter is het streven van de belastingplichtige naar het voor hem meest gunstige belastingtarief nog steeds geoorloofd, mits binnen zekere grenzen. De grens tussen belastingontwijking en belastingfraude blijft desondanks onderwerp van internationaal maatschappelijk debat en ook de wetgever neemt maatregelen om belastingregels in dat kader aan te scherpen. Toch zit tussen belastingontwijking en belastingfraude nog steeds één wezenlijk verschil, namelijk de intentie van de belastingplichtige.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Over de aangifteverplichting, bestraffing en de rol van de uitnodiging

De aangifteplicht staat wellicht wel op nummer één in de top drie van fiscale verplichtingen. In een themanummer over het ‘fiscaal strafrecht’ kan een bijdrage over de belastingaangifte dan ook niet ontbreken. Daarbij neem ik de conclusie van A-G Sinnige van 1 april 2025 tot uitgangspunt, hetgeen ook zorgt voor een afbakening van deze bijdrage. In deze conclusie is onder andere de vraag behandeld of de aanwezigheid van de uitnodiging tot het doen van aangifte vereist is om tot een bewezenverklaring van de fiscale fraudebepaling van artikel 69 lid 1 Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) – het opzettelijk niet (tijdig) doen van aangifte – te kunnen komen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Strafrecht als ultimum, symbolicum of optimum remedium?

De gedachte dat het strafrecht slechts als uiterste middel mag worden ingezet – de zogeheten ultimum remedium-gedachte – heeft diepe wortels in het Europese rechtsdenken. Die gedachte kan worden teruggevoerd naar denkers als Beccaria uit de vroege Verlichting die een rationeel strafrecht voorstonden met een beperkte omvang, borging van de individuele vrijheid van (verdachte) burgers en proportionele straffen. Beccaria pleitte voor een systeem waarbij de wet duidelijk maakt aan welke voorwaarden een gedraging moet voldoen voor zij een strafbaar feit oplevert en welke straf van toepassing is.

Read More
Print Friendly and PDF ^

De fraudebestrijdende faillissementscurator. Een onderzoek naar de taken en bevoegdheden van de curator in het faillissement van een rechtspersoon bij de bestrijding van fraude

Het in november 2012 aangekondigde programma ‘Herijking Faillissementsrecht’ rustte op drie pijlers, waaronder de pijler fraudebestrijding. Deze pijler heeft geleid tot de inwerkingtreding van drie wetten: de Wet civielrechtelijk bestuursverbod (WCB) en de Wet herziening strafbaarstelling faillissementsfraude (WHSF) in 2016, en de Wet versterking positie curator (WVPC) in 2017. Met de introductie van de WVPC en de WCB zijn de fraudesignalerende en -bestrijdende taken van de curator in de Faillissementswet verankerd (art. 68 lid 2 en art. 106a Fw e.v.). Nog voor de invoering van die wetten kwam hierop kritiek. Kort gezegd, omdat de nieuwe - in beginsel op kosten van de boedel uit te voeren - taken zich niet zouden verenigen met de kerntaak van de curator om de failliete boedel te beheren en te vereffenen ten behoeve van de gezamenlijk schuldeisers. Het belang van de gezamenlijk schuldeisers impliceert voor de curator immers een streven naar boedelmaximalisatie.Het proefschrift van R.E. (Robin) de Vries haakt aan bij deze discussie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Het recht op getuigen in artikel 6 EVRM (opnieuw) beschouwd

Effectieve verwezenlijking van het in artikel 6 EVRM gegarandeerde recht op getuigen in strafzaken kan complex zijn, zo volgt uit belangrijke schendingen die in dit verband tegen Nederland zijn vastgesteld. Deze bijdrage gaat in op de door het EHRM (ook) bij dit recht gebruikte ‘algehele eerlijkheidstoetsing’, die door critici als hoofdoorzaak wordt aangewezen voor onduidelijkheid in het Straatsburgs getuigenregime. Betoogd wordt dat juist in de complexiteit van het algehele eerlijkheidsconcept een bepaalde ordening en daarmee handvatten te vinden zijn die benut kunnen worden voor meer geconcretiseerde en doeltreffende verwezenlijking van dit recht door de nationale rechter.

Read More
Print Friendly and PDF ^

The EPPO between Union law and national systems: Critical reflections on a hybrid enforcement model

The legal framework governing the functioning of the European Public Prosecutor’s Office (EPPO) is founded on the integration of Regulation (EU) 2017/1939 (the so-called EPPO Regulation) with the domestic legal systems of EU Member States. The EPPO Regulation is far from self-sufficient and, in several respects, explicitly refers to national law. This hybrid architecture gives rise to previously uncharted challenges in the field of judicial cooperation in criminal matters within the EU, especially considering that the establishment of a European prosecutor has long been viewed as a step towards vertical integration in criminal justice – a goal that remains only partially achieved. This contribution examines some critical issues arising from the EPPO legal framework. Specifically, it first considers the criminalisation of offences falling within the EPPO’s material competence (the so-called PIF offences), to assess compliance with the obligations imposed by the PIF Directive. It then addresses the mechanisms of domestic scrutiny – judicial in a broad sense – over the EPPO’s exercise of competence during investigations. Finally, it analyses the functioning of transnational investigations under the Regulation.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Is het una via-beginsel achterhaald?

Het una via-beginsel, dat verplicht tot een keuze tussen strafsancties en bestraffende bestuurlijke sancties, is in Nederland gecodificeerd in artikel 5:44 van de Algemene wet Bestuursrecht en artikel 243, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering. In het licht van jurisprudentie van het Hof van Justitie EU is er reden om dit una via-beginsel kritisch tegen het licht te houden. Is het beginsel inmiddels achterhaald?

Read More
Print Friendly and PDF ^

Impact nieuwe Britse fraude-wet op Nederlandse ondernemingen

De nieuwe Britse fraudewet (Failure to Prevent Fraud Offence) maakt grote organisaties sinds 1 september 2025 strafbaar als zij geen effectieve fraudepreventieprocedures hebben. De aansprakelijkheid geldt wanneer een “associated person” (zoals werknemer, agent of dochteronderneming) fraude pleegt waar de organisatie voordeel bij heeft. Het gaat om een breed scala aan fraudevormen, waaronder boekhoud- en beleggingsfraude en misleidende verkooppraktijken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Proefschrift: Kan het strafrecht helpen om klimaatverandering te bestrijden?

Kan het strafrecht helpen om klimaatverandering te bestrijden? Sjoerd Lopik denkt van wel. Hij verdedigt komende vrijdag zijn proefschrift ‘Klimaatstrafrecht: De rol van het strafrecht binnen het juridische antwoord op klimaatverandering.’

Read More
Print Friendly and PDF ^