De fraudebestrijdende faillissementscurator. Een onderzoek naar de taken en bevoegdheden van de curator in het faillissement van een rechtspersoon bij de bestrijding van fraude

Het in november 2012 aangekondigde programma ‘Herijking Faillissementsrecht’ rustte op drie pijlers, waaronder de pijler fraudebestrijding. Deze pijler heeft geleid tot de inwerkingtreding van drie wetten: de Wet civielrechtelijk bestuursverbod (WCB) en de Wet herziening strafbaarstelling faillissementsfraude (WHSF) in 2016, en de Wet versterking positie curator (WVPC) in 2017. Met de introductie van de WVPC en de WCB zijn de fraudesignalerende en -bestrijdende taken van de curator in de Faillissementswet verankerd (art. 68 lid 2 en art. 106a Fw e.v.). Nog voor de invoering van die wetten kwam hierop kritiek. Kort gezegd, omdat de nieuwe - in beginsel op kosten van de boedel uit te voeren - taken zich niet zouden verenigen met de kerntaak van de curator om de failliete boedel te beheren en te vereffenen ten behoeve van de gezamenlijk schuldeisers. Het belang van de gezamenlijk schuldeisers impliceert voor de curator immers een streven naar boedelmaximalisatie.Het proefschrift van R.E. (Robin) de Vries haakt aan bij deze discussie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Het recht op getuigen in artikel 6 EVRM (opnieuw) beschouwd

Effectieve verwezenlijking van het in artikel 6 EVRM gegarandeerde recht op getuigen in strafzaken kan complex zijn, zo volgt uit belangrijke schendingen die in dit verband tegen Nederland zijn vastgesteld. Deze bijdrage gaat in op de door het EHRM (ook) bij dit recht gebruikte ‘algehele eerlijkheidstoetsing’, die door critici als hoofdoorzaak wordt aangewezen voor onduidelijkheid in het Straatsburgs getuigenregime. Betoogd wordt dat juist in de complexiteit van het algehele eerlijkheidsconcept een bepaalde ordening en daarmee handvatten te vinden zijn die benut kunnen worden voor meer geconcretiseerde en doeltreffende verwezenlijking van dit recht door de nationale rechter.

Read More
Print Friendly and PDF ^

The EPPO between Union law and national systems: Critical reflections on a hybrid enforcement model

The legal framework governing the functioning of the European Public Prosecutor’s Office (EPPO) is founded on the integration of Regulation (EU) 2017/1939 (the so-called EPPO Regulation) with the domestic legal systems of EU Member States. The EPPO Regulation is far from self-sufficient and, in several respects, explicitly refers to national law. This hybrid architecture gives rise to previously uncharted challenges in the field of judicial cooperation in criminal matters within the EU, especially considering that the establishment of a European prosecutor has long been viewed as a step towards vertical integration in criminal justice – a goal that remains only partially achieved. This contribution examines some critical issues arising from the EPPO legal framework. Specifically, it first considers the criminalisation of offences falling within the EPPO’s material competence (the so-called PIF offences), to assess compliance with the obligations imposed by the PIF Directive. It then addresses the mechanisms of domestic scrutiny – judicial in a broad sense – over the EPPO’s exercise of competence during investigations. Finally, it analyses the functioning of transnational investigations under the Regulation.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Is het una via-beginsel achterhaald?

Het una via-beginsel, dat verplicht tot een keuze tussen strafsancties en bestraffende bestuurlijke sancties, is in Nederland gecodificeerd in artikel 5:44 van de Algemene wet Bestuursrecht en artikel 243, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering. In het licht van jurisprudentie van het Hof van Justitie EU is er reden om dit una via-beginsel kritisch tegen het licht te houden. Is het beginsel inmiddels achterhaald?

Read More
Print Friendly and PDF ^

Impact nieuwe Britse fraude-wet op Nederlandse ondernemingen

De nieuwe Britse fraudewet (Failure to Prevent Fraud Offence) maakt grote organisaties sinds 1 september 2025 strafbaar als zij geen effectieve fraudepreventieprocedures hebben. De aansprakelijkheid geldt wanneer een “associated person” (zoals werknemer, agent of dochteronderneming) fraude pleegt waar de organisatie voordeel bij heeft. Het gaat om een breed scala aan fraudevormen, waaronder boekhoud- en beleggingsfraude en misleidende verkooppraktijken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Proefschrift: Kan het strafrecht helpen om klimaatverandering te bestrijden?

Kan het strafrecht helpen om klimaatverandering te bestrijden? Sjoerd Lopik denkt van wel. Hij verdedigt komende vrijdag zijn proefschrift ‘Klimaatstrafrecht: De rol van het strafrecht binnen het juridische antwoord op klimaatverandering.’

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Graag meer aandacht voor de institutionele verhoudingen bij de afdoening van strafzaken

De institutionele verhoudingen binnen de strafrechtsketen lijken tegenwoordig minder dan ooit tevoren een rustig bezit. Per 1 mei van dit jaar trad de Tijdelijke instructie intensivering strafbeschikking bij veelvoorkomende vermogensdelicten (hierna: Tijdelijke instructie) van het College van procureurs-generaal in werking. Die instructie leidde (o.a.) tot een rondetafelgesprek met, Kamervragen uit en een debat in de Tweede Kamer, waarmee de politieke verantwoordelijkheid van de Minister van Justitie en Veiligheid voor het OM werd benadrukt. Inhoudelijk liepen de reacties nogal uiteen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Syntax error! Een verkenning van betrouwbaarheidsconcepten bij digitaal bewijs in strafzaken

Bewijs dient betrouwbaar te zijn, maar wat betekent het concept ‘betrouwbaarheid’? In het geval van digitaal bewijs duiken in dit kader uiteenlopende termen op, zonder dat steeds duidelijk is wat met deze termen wordt bedoeld of hoe zij zich tot elkaar verhouden. Dit roept de vraag op: hoe moet het concept ‘betrouwbaarheid’ worden begrepen in de context van digitaal bewijs? Door de levensloop van digitaal bewijs – van vergaring tot inhoudelijke beoordeling – te analyseren, beoogt dit artikel bij te dragen aan het ontwarren van semantische verwarring en meer inzicht te bieden in de complexiteit van (de betrouwbaarheid van) digitaal bewijs.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Nieuw onderzoek biedt heldere richtlijn voor smartengeld bij straf- en civiel recht

In één oogopslag een indicatie van een passend smartengeldbedrag bij lichamelijk en geestelijk letsel en andere persoonsaantastingen. Dat is de belangrijkste uitkomst van een vandaag gepubliceerd onderzoek door onderzoekers van de Erasmus University Rotterdam, in opdracht van de Raad voor de rechtspraak. Ze onderzochten hoe in Nederland deze bedragen beter kunnen worden vastgesteld. De uitkomst draagt bij aan meer duidelijkheid en houvast bij het vaststellen van smartengeld in het straf- en civiel recht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Integriteitsonderzoeken

Integriteitsonderzoeken zijn in opkomst als instrument bij het voorkomen van witwassen, belangenverstrengeling, ESG-schendingen en andere integriteitsrisico’s. Toch blijkt in de praktijk dat deze onderzoeken regelmatig tekortschieten, niet alleen juridisch, maar vooral ook in methodologische en kennistheoretische zin. In dit artikel laat F.J. Erkens zien waarom een goed integriteitsonderzoek niet kan volstaan met louter juridische zorgvuldigheid, maar ook moet voldoen aan wat hij aanduidt als een ‘epistemisch verantwoord’ kader. Begrippen als epistemische dissonantie, hypocognitie en functionele waarheid worden toegelicht in het licht van de eisen aan onderzoeksopzet, bewijswaardigheid en proportionele besluitvorming. Het artikel biedt daarmee een nieuw perspectief op de legitimiteit van integriteitsonderzoeken, waarin juridische en epistemologische normen in samenhang worden toegepast.

Read More
Print Friendly and PDF ^