Veroordeling voor faillissementsfraude rond een beveiligingsbedrijf dat zich richtte op cruiseschipbeveiliging

Rechtbank Amsterdam 21 mei 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:5480

De rechtbank Amsterdam veroordeelt op 21 mei 2026 een feitelijk bestuurder voor faillissementsfraude rond een beveiligingsbedrijf dat zich richtte op cruiseschipbeveiliging. In het jaar voorafgaand aan het faillissement is voor ruim € 547.000 zonder geldige titel van de bankrekening van de vennootschap overgeboekt naar gelieerde ondernemingen en privérekeningen, en is een auto onttrokken aan de boedel. De verdachte doet daarnaast uitgaven met een privékarakter en laat na een volledige administratie te voeren en de curator de gevraagde inlichtingen te verschaffen. De rechtbank merkt de verdachte aan als feitelijk bestuurder in de zin van artikel 348a van het Wetboek van Strafrecht en verwerpt het verweer dat zij die rol niet vervulde. Wegens een forse overschrijding van de redelijke termijn wijkt de rechtbank af van de LOVS-oriëntatiepunten, die bij een benadelingsbedrag van € 300.000 uitgaan van twaalf tot achttien maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank legt een taakstraf van 240 uur op en een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een proeftijd van twee jaren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor btw-fraude waarbij de rechtbank de getuigenverklaring bij de FIOD betrouwbaarder acht dan de latere, afwijkende verklaring bij de RC

Rechtbank Midden-Nederland 27 mei 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:3240

De rechtbank Midden-Nederland veroordeelt een ondernemer tot een taakstraf van 150 uren voor het opzettelijk doen van onjuiste aangiften omzetbelasting en het gebruik van valse facturen. Centraal in de bewijsvraag staat de waardering van twee tegenstrijdige getuigenverklaringen: de rechtbank acht de verklaring die de getuige kort na het feit bij de FIOD aflegt betrouwbaarder dan zijn latere, afwijkende verklaring bij de rechter-commissaris. De getuige verklaart bij de FIOD stellig dat hij de facturen niet kent en niet opmaakt, terwijl hij bij de rechter-commissaris belangrijke details niet kan reproduceren. De rechtbank stelt vast dat de verdachte ten onrechte voorbelasting claimt voor zijn eenmanszaak en dat het ten onrechte geclaimde bedrag uitkomt op € 35.592. Daarnaast stuurt de verdachte vijfentwintig valse facturen naar de Belastingdienst die de indruk wekken dat een onderaannemer voorbelasting in rekening brengt. De rechtbank spreekt de verdachte gedeeltelijk vrij, omdat de omzet over een deel van de periode toerekenbaar is aan een besloten vennootschap en niet aan de eenmanszaak.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechter-commissaris beoordeelt in twee samenhangende beslissingen de verschoningsgerechtigdheid van in beslag genomen notariële en advocatuurlijke stukken

Rechtbank Rotterdam 23 april 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:6513 en Rechtbank Rotterdam 6 mei 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:6514

In één strafzaak tegen een verdachte rechtspersoon beoordeelt de rechter-commissaris van de rechtbank Rotterdam in twee samenhangende beslissingen welke bij doorzoekingen in beslag genomen fysieke stukken onder het verschoningsrecht vallen. De stukken zijn op 28 november 2025 in beslag genomen bij een doorzoeking in het kantoorpand van de rechtspersoon te Rotterdam en bij een doorzoeking in een pand te Amsterdam, waar de belastingadviseur beslagene is. De rechter-commissaris hanteert als maatstaf dat een stuk slechts verschoningsgerechtigd is als het een vertrouwelijk karakter heeft dat voor derden verborgen moet kunnen blijven, en dat zij slechts een standpunt hoeft op te vragen over stukken die mogelijk voorwerp of instrument van het strafbare feit zijn of waarvan kennisneming het beroepsgeheim zou schenden. Definitieve notariële stukken zoals aktes van aandelenoverdracht, statutenwijzigingen, gecertificeerde afschriften, een acquisition agreement en een definitieve huurovereenkomst zijn niet verschoningsgerechtigd, terwijl conceptovereenkomsten, een voorstel tot splitsing en bepaalde advocatuurlijke correspondentie dat wel zijn. Over enkele notariële registers en aktes van schenking vraagt de rechter-commissaris eerst een standpunt op bij de verschoningsgerechtigden, geeft zij de niet-verschoningsgerechtigde stukken vrij aan het onderzoeksteam en houdt zij de overige stukken in de kluis.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Tot 54 maanden gevangenisstraf voor gewoontewitwassen van ruim 7 miljoen euro

De rechtbank Gelderland veroordeelt vier mannen voor gewoontewitwassen van ruim € 7 miljoen, dat in de periode september 2019 tot en met februari 2021 wordt ontvangen en grotendeels wordt omgezet in goud, contanten en bitcoins. De 44-jarige hoofdverdachte uit Winterswijk krijgt 54 maanden gevangenisstraf en een geldboete van € 50.000 wegens zijn leidende rol. Drie medeverdachten van 78, 52 en 30 jaar stellen vennootschappen en bankrekeningen op hun naam ter beschikking en krijgen 30, 22 en 30 maanden gevangenisstraf, naast een meerjarig verbod om als bestuurder van een vennootschap op te treden. Het geld is afkomstig van Duitse, Oostenrijkse en Nederlandse particulieren en bedrijven en is volgens de rechtbank met misdrijven verdiend. De rechtbank wijst de vorderingen van het Openbaar Ministerie tot onmiddellijke gevangenneming en tot ongeanonimiseerde publicatie af.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaren voor veelpleger wegens verduistering en oplichting, hoger voorwaardelijk dan de eis en zonder onvoorwaardelijk deel

De rechtbank Overijssel veroordeelt een man uit 1988 voor verduistering en medeplegen van verduistering van elektrische fietsen en voor oplichting via valse woningverhuur. De verdachte huurde of leende fietsen bij verschillende fietsenwinkels onder het mom van een proefrit en eigende zich die toe, en bewoog daarnaast meerdere personen tot betaling van huur en borg voor woningen die niet van hem waren. Van een ten laste gelegd helingsfeit wordt hij vrijgesproken, omdat het enkele aantreffen bij een gestolen fiets onvoldoende is. De rechtbank rekent de feiten zwaar aan, maar ziet bij de verdachte een mogelijke omslag en wil hem een kans geven op behandeling en begeleiding. Daarom legt zij een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaren op met een proeftijd van drie jaren en een uitgebreid pakket bijzondere voorwaarden. Verschillende benadeelde partijen krijgen hun schade geheel of gedeeltelijk vergoed, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Read More
Print Friendly and PDF ^