Valsheid in geschrift ten behoeve van belastingfraude: rechtbank wijkt af van eis en legt taakstraf op wegens oude feiten en overschrijding redelijke termijn

Rechtbank Amsterdam 5 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2117

De rechtbank Amsterdam veroordeelt een verdachte voor valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, in de periode 2015 tot en met 2018. De verdachte maakte vanuit aan hem gelieerde ondernemingen valse facturen op voor een schoonmaakbedrijf, waarmee belastingfraude werd gefaciliteerd en werknemers zwart werden betaald. Het totaal gefactureerde bedrag bedraagt ruim € 2,4 miljoen, waarvan bijna € 775.000 aan de gelieerde ondernemingen is uitbetaald. Het Openbaar Ministerie eist zes maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf, maar de rechtbank wijkt hiervan af. Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn, de ouderdom van de feiten, de instrumentele rol van de verdachte en de toepassing van artikel 63 Sr legt de rechtbank een taakstraf van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden op.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Schuldwitwassen van € 72.000 aan coronasteun: hof acht culpa bewezen bij TVL-fraude

Gerechtshof Amsterdam 3 februari 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:474

Het gerechtshof Amsterdam veroordeelt een verdachte voor schuldwitwassen van € 72.000 aan coronasteun uit de Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL). Op naam van de eenmanszaak van de verdachte is een TVL-aanvraag ingediend met een opgegeven omzet van € 1.000.000, terwijl de werkelijke omzet slechts € 6.459 bedraagt. Het hof oordeelt dat de verdachte redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het ontvangen bedrag uit misdrijf afkomstig was, gelet op de wanverhouding tussen het bedrag en zijn omzet. Anders dan de politierechter en de advocaat-generaal komt het hof niet tot opzetwitwassen, maar tot de culpose variant van artikel 420quater Sr. De verdachte krijgt een taakstraf van 120 uren opgelegd, waar de advocaat-generaal 60 uren had gevorderd naast een voorwaardelijke gevangenisstraf. De vordering van de benadeelde partij RVO wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de verdachte de volledige schuld inmiddels heeft terugbetaald.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontneming na valselijk opmaken van facturen: rechtbank schat wederrechtelijk voordeel op 10 procent van uitbetaalde factuurbedragen

Rechtbank Amsterdam 5 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2119

De rechtbank Amsterdam legt in een ontnemingszaak een betalingsverplichting op van 75.000 euro na een veroordeling wegens valsheid in geschrift. De veroordeelde heeft in de periode 2015 tot en met 2018 valse facturen opgesteld en ingediend bij twee besloten vennootschappen voor niet-geleverde diensten en goederen. In totaal is 774.877 euro uitbetaald op de bankrekeningen van aan de veroordeelde gelieerde ondernemingen. De rechtbank schat het daadwerkelijke voordeel van de veroordeelde op ongeveer 10 procent van dat bedrag, omdat het grootste deel van de opbrengsten is aangewend voor het zwart betalen van personeel van de vennootschappen. Het Openbaar Ministerie vordert aanvankelijk 713.349 euro, later gematigd tot 356.000 euro, maar de rechtbank wijkt hier aanzienlijk van af. De rechtbank constateert daarnaast een overschrijding van de redelijke termijn van vijf maanden, die voldoende wordt gecompenseerd in de gunstige afronding van het ontnemingsbedrag.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak voor oplichting van vijf hotels: Rb kan oplichtingsmiddel niet vaststellen en acht het goed mogelijk dat verdachte in de veronderstelling was dat hij de rekeningen kon betalen

Rechtbank Amsterdam 26 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2102

De rechtbank Amsterdam spreekt een verdachte vrij van oplichting van vijf hotels in Amsterdam, Haarlem en Zeist in de periode van juni 2022 tot januari 2023. De verdachte verbleef in de hotels en maakte gebruik van maaltijden en dranken, maar betaalde de rekeningen niet. De rechtbank oordeelt dat niet kan worden vastgesteld wat het oplichtingsmiddel is geweest, omdat het dossier onvoldoende inzicht biedt in het reserverings- en incheckproces. Daarnaast kan het opzet op het niet betalen niet worden bewezen, mede omdat de verdachte in dezelfde periode bij een van de hotels wel een rekening heeft voldaan. Uit gedragskundige rapportages blijkt dat de verdachte ervan overtuigd is een succesvol bedrijf te hebben, waardoor de rechtbank het goed mogelijk acht dat hij dacht de rekeningen te kunnen betalen. De rechtbank concludeert dat sprake is van civielrechtelijk laakbaar handelen, maar niet van strafrechtelijke oplichting, en verklaart de benadeelde partijen niet-ontvankelijk in hun vorderingen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Procesafspraken voorgesteld tijdens verhoor terwijl verdachte nog in verzekering zat

Rechtbank Amsterdam 19 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:1826

In deze zaak staat een bestuurder terecht wegens het opzettelijk niet doen van inkomsten-, vennootschaps- en omzetbelastingaangiften over meerdere jaren. Tijdens de inverzekeringstelling doet het Openbaar Ministerie al een voorstel voor procesafspraken, terwijl de verdediging nog niet over het volledige dossier beschikt. De rechtbank oordeelt dat het OM daarmee “de grens heeft opgezocht”, maar acht de afspraken toch geldig omdat verdachte vrijwillig heeft ingestemd en de gevolgen begrijpt. De rechtbank volgt de procesafspraken grotendeels, maar verlaagt de taakstraf van 300 naar 240 uur omdat niet duidelijk is waarom deze tijdens de onderhandelingen is verhoogd. Daarnaast legt de rechtbank een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden en een voorwaardelijk bestuursverbod van drie jaar op.

Read More
Print Friendly and PDF ^