Digestaat als meststof vermomd: bestuurder veroordeeld voor verboden verhandeling en valse VDM’s

Rechtbank Amsterdam 6 december 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:8386

Verdachte, (middellijk) bestuurder van mestgerelateerde rechtspersonen, laat digestaat uit een vergister met dierlijke bijproducten in Nederland opslaan en afzetten als meststof richting Duitsland. De rechtbank spreekt vrij van overtreding van artikel 14 Meststoffenwet en van deelname aan een criminele organisatie wegens onvoldoende bewijs en onduidelijkheid over Duitse beperkingen. Bewezen is dat verdachte feitelijk leiding geeft aan medeplegen van het verhandelen van digestaat als meststof terwijl het niet voldoet aan de eisen van artikel 4 en 5 Meststoffenwet. Tevens is bewezen dat hij feitelijk leiding geeft aan medeplegen van valsheid in geschrift door gebruik van valse handelsdocumenten met een onjuiste bestemming en valse VDM’s die 100% dierlijke mest suggereren; voor de facturen volgt vrijspraak. De rechtbank acht het handelen ernstig omdat het controle- en beschermingssysteem voor meststoffen en dierlijke bijproducten wordt ondermijnd. Straf: 3 maanden gevangenisstraf voorwaardelijk met 2 jaar proeftijd, taakstraf 240 uur, geldboete 3000 en ontzetting van het recht om (middellijk) bestuurder van rechtspersonen te zijn voor 2 jaar.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Illegale verhandeling van D-Carvone als gewasbeschermingsmiddel niet uitgezonderd van toelatingsplicht

Hoge Raad 10 februari 2026, ECLI:NL:HR:2026:223

Dit betreft een veroordeling wegens het opzettelijk en meermalen op de markt brengen van het gewasbeschermingsmiddel D-Carvone zonder toelating als bedoeld in artikel 28 lid 1 Verordening (EG) 1107/2009 en artikel 20 lid 1 Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, alsmede wegens valsheid in geschrift. De verdachte verkoopt het middel als kiemremmingsmiddel voor pootaardappelen terwijl geen toelating door het Ctgb is verleend en krijgt een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden en een taakstraf van 100 uren opgelegd. In cassatie voert hij aan dat D-Carvone onder Richtlijn 88/388/EEG inzake aroma’s valt en daarom is uitgezonderd van de toelatingsplicht op grond van de Regeling uitzondering bestrijdingsmiddelen oud. De Hoge Raad oordeelt dat deze uitzondering alleen geldt wanneer de stof als aroma voor levensmiddelen wordt gebruikt en niet wanneer zij als gewasbeschermingsmiddel wordt toegepast. Omdat het middel in deze zaak als gewasbeschermingsmiddel wordt verhandeld, is de Europese toelatingsregeling onverkort van toepassing en faalt het cassatiemiddel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

De aanpak van milieucriminaliteit: wat werkt, wat niet, en wat we nog niet weten

Milieucriminaliteit kost Nederland jaarlijks miljarden euro's en heeft ernstige gevolgen voor volksgezondheid en leefomgeving. Toch is verrassend weinig bekend over de effectiviteit van de interventies die we ertegen inzetten. Het recente WODC-rapport Eenheid in veelzijdigheid bij de aanpak van financieel-economische criminaliteit brengt dit kennistekort pijnlijk in beeld — maar biedt tegelijk concrete aanknopingspunten voor verbetering.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Bedrijf verantwoordelijk voor fatale val van schip

Rechtbank Oost-Brabant 17 februari 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:1059

Een bedrijf uit de gemeente Waalwijk is verantwoordelijk voor het overlijden van een werknemer die tijdens zijn werk aan een schip te water raakte en daardoor verdronk. De rechtbank Oost-Brabant legt een geldboete op van 75.000 euro. De medewerker van het bedrijf was in januari 2023 bezig met snijbrandwerk op het achterdek van een schip dat lag afgemeerd aan de kade. Hij verscheen in de ochtend niet bij een koffiepauze en was daarna onvindbaar. Drie dagen later vond de politie zijn levenloze lichaam in de watergang waar het schip lag. Hij kwam door verdrinking om het leven.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontnemingsvordering strandt na elf jaar stilstand: officier van justitie niet-ontvankelijk wegens ernstige termijnoverschrijding

Rechtbank Amsterdam 20 januari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:1137

Deze zaak betreft een ontnemingsvordering tegen een veroordeelde wegens medeplegen van oplichting in de periode 2002–2005. De officier van justitie dient in 2010 een vordering in tot betaling van 59.959,50 aan wederrechtelijk verkregen voordeel. Na toewijzing van een getuigenverzoek in 2010 blijft de zaak ruim elf jaar stil liggen. Bij hervatting in 2026 vordert de officier van justitie zelf niet-ontvankelijkheid wegens ernstige overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank oordeelt dat het extreme tijdsverloop en het uitblijven van essentieel getuigenverhoor een eerlijke behandeling onmogelijk maken. De officier van justitie wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard en er wordt geen betalingsverplichting opgelegd.

Read More
Print Friendly and PDF ^