Voorwaardelijke gevangenisstraf en taakstraf voor advocaat wegens jarenlange onjuiste btw-aangiften over toevoegingsvergoedingen Raad voor Rechtsbijstand
/Gerechtshof Amsterdam 8 april 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:1209 (natuurlijk persoon) en ECLI:NL:GHAMS:2026:1208 (rechtspersoon)
Het gerechtshof Amsterdam veroordeelt op 8 april 2026 in twee parallelle uitspraken een advocaat en zijn besloten vennootschap wegens het opzettelijk onjuist doen van aangiften omzetbelasting, valsheid in geschrift in de bedrijfsadministratie en het niet doen van aangiften omzetbelasting. De vergoedingen van de Raad voor Rechtsbijstand worden jarenlang in de administratie verwerkt als onbelaste omzet, terwijl deze ontvangsten zijn belast met btw. De advocaat verstrekt zijn boekhouders overzichten met een onjuist tarief van nul procent, op basis waarvan onjuiste aangiften worden ingediend. Het hof verwerpt het beroep op afwezigheid van opzet en het rechtmatigheidsverweer over de cautie bij het boekenonderzoek en oordeelt dat een suppletieaangifte juridisch geen aangifte is. Wegens een overschrijding van de redelijke termijn met meer dan vijf jaar en zeven maanden volgt voor de bestuurder een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden met een taakstraf van 120 uren. De vennootschap krijgt een geheel voorwaardelijke geldboete van € 100.000 opgelegd.
Read More