Helpdeskmedewerker veroordeeld voor computervredebreuk met valse sleutel en poging tot afdreiging na hack van medische patiëntgegevens

Gerechtshof Amsterdam 16 april 2026, ECLI:NL:GHAMS:2026:1003

Het gerechtshof Amsterdam veroordeelt een voormalig helpdeskmedewerker voor computervredebreuk en poging tot afdreiging na een hack van medische gegevens van ongeveer 30.000 patiënten. De verdachte gebruikte zijn werktoegang onbevoegd om gegevens van een server van zijn werkgever te downloaden en eiste vervolgens bitcoins onder dreiging van openbaarmaking. Het hof verwerpt het verweer dat geen sprake zou zijn van een valse sleutel en wijst op vaste jurisprudentie van de Hoge Raad. Wegens overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg en in hoger beroep compenseert het hof in de strafmodaliteit en strafsoort. De verdachte krijgt 180 dagen gevangenisstraf waarvan 132 voorwaardelijk, een taakstraf van 240 uur en een geldboete van € 7.500. Het hof verklaart bovendien diverse digitale gegevensdragers verbeurd en gelast teruggave van een Dell computer aan de werkgever.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof Den Haag veroordeelt voor gebruik vals MBO-diploma in zorgsector: alternatief scenario van te goeder trouw handelen ongeloofwaardig

Gerechtshof Den Haag 30 april 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:1287

Het gerechtshof Den Haag veroordeelt op 30 april 2026 een verdachte wegens het opzettelijk gebruik maken van een vals MBO-diploma. De verdachte heeft het valse diploma tegen betaling verkregen en overgelegd aan een uitzendbureau in de zorgsector. In eerste aanleg is de verdachte door de politierechter in de rechtbank Rotterdam vrijgesproken, waarna het Openbaar Ministerie hoger beroep heeft ingesteld. Het hof acht het alternatieve scenario van de verdachte, inhoudende dat hij te goeder trouw zou hebben gehandeld, niet aannemelijk. De evidente onjuistheden op het diploma en de overeenstemming met intakeformulier en cv wegen daarbij zwaar mee. Het hof legt op grond van artikel 225 Sr een voorwaardelijke taakstraf van vijftig uren op met een proeftijd van twee jaren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verschoningsrecht meldkamer ambulancezorg prevaleert: bandopname 112-melding hoeft niet aan Openbaar Ministerie te worden verstrekt

Rechtbank Noord-Nederland 14 april 2026, ECLI:NL:RBNNE:2026:1191

De rechtbank Noord-Nederland verklaart op 14 april 2026 een klaagschrift van Meldkamer Ambulancezorg Noord-Nederland tegen de vordering tot verstrekking van een bandopname van een 112-melding gegrond. De officier van justitie heeft op grond van artikel 126nf Sv vordering gedaan in een onderzoek naar moord. De meldkamer beroept zich op het afgeleide medisch verschoningsrecht ex artikel 218 Sv juncto artikel 88 Wet BIG en artikel 7:457 BW. De raadkamer oordeelt dat de inschatting dat veronderstelde toestemming van het overleden slachtoffer niet kan worden aangenomen niet kennelijk onredelijk is. Van zeer uitzonderlijke omstandigheden die doorbreking van het verschoningsrecht rechtvaardigen is geen sprake, mede omdat het einddossier reeds verschillende potentiële bewijsmiddelen bevat. De bandopname van de 112-melding hoeft niet aan het Openbaar Ministerie te worden verstrekt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Valse rompnummers alleen zijn onvoldoende voor onttrekking aan het verkeer

Hoge Raad 21 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:624

De Hoge Raad vernietigt een beschikking van de rechtbank Amsterdam waarbij twee sloepen met valse WIN-rompnummers op grond van artikel 36d Sr aan het verkeer waren onttrokken. Volgens de Hoge Raad moet de rechter bij een afzonderlijke beschikking ex artikel 36b lid 1 onder 4° Sr vaststellen dat het inbeslaggenomen voorwerp in een door artikel 36c of 36d Sr beschreven verband staat tot een begaan strafbaar feit. De rechtbank had niet tot uitdrukking gebracht met welk begaan strafbaar feit de sloepen in verband stonden, terwijl de oncontroleerbaarheid van herkomst en eigendom op zichzelf onvoldoende is. Het oordeel van de rechtbank is daarom ontoereikend gemotiveerd en het cassatiemiddel slaagt. De Hoge Raad wijst de zaak terug naar de rechtbank Amsterdam voor een nieuwe beoordeling van de vordering tot onttrekking aan het verkeer.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijgesproken van contante giften, toch ontneming via kasopstelling

Het gerechtshof Amsterdam stelde op 23 april 2026 in een ontnemingszaak na een veroordeling wegens passieve ambtelijke omkoping het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 144.858 en legde een betalingsverplichting op van € 135.426. De betrokkene was in de strafzaak vrijgesproken van het aannemen van twee contante betalingen van € 100.000 en € 14.000, maar het hof nam toch een bedrag van bijna € 79.000 uit een eenvoudige kasopstelling mee. Volgens het hof legt een kasopstelling geen rechtstreeks verband met specifieke strafbare feiten en wordt daarmee de schuld aan vrijgesproken feiten niet alsnog aangenomen, zodat geen strijd bestaat met de onschuldpresumptie van artikel 6 lid 2 EVRM. Het hof baseert de ontneming op zowel het tweede als het derde lid van artikel 36e Sr en sluit daarmee aan bij vaste rechtspraak van de Hoge Raad. De betalingsverplichting is verminderd met € 4.431,50 wegens verbeurdverklaring en met € 5.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^