Openbaarmaking van boetebesluiten onder de Woo: Afdeling bestuursrechtspraak schept duidelijkheid

Op 18 maart 2026 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak gedaan in het hoger beroep van een online kansspelaanbieder tegen een bestuurlijke boete van € 400.000 die de Kansspelautoriteit (Ksa) had opgelegd wegens het versturen van reclame-e-mails aan jongvolwassenen. De uitspraak raakt aan meerdere kwesties die voor de handhavingspraktijk van het kansspelrecht van belang zijn: de reikwijdte van het reclameverbod voor jongvolwassenen, het lex certa-beginsel bij open geformuleerde bestuursrechtelijke normen, de evenredigheid van bestuurlijke boetes en de bevoegdheid tot actieve openbaarmaking van boetebesluiten onder de Wet open overheid (Woo). De Afdeling verwerpt alle hogerberoepsgronden en bevestigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag. Daarmee is de boete onherroepelijk en krijgt de praktijk op elk van deze punten nadere richting.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geen aftrek dividendbelasting bij ontneming: de fiscus hoeft niet mee te delen in de afrekening

Hoge Raad 31 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:505

Ontnemingszaak over wederrechtelijk verkregen voordeel uit de verkoop van illegale gewasbeschermingsmiddelen (Bitoxybacillin en Lepidocide) door een B.V. waarvan de betrokkene feitelijk leidinggever en enig aandeelhouder is. Het cassatiemiddel klaagt dat het gerechtshof 's-Hertogenbosch ten onrechte geen dividendbelasting in mindering brengt bij de schatting van het voordeel van EUR 532.532. De Hoge Raad verwerpt het beroep: het hof stelt feitelijk vast dat er geen dividendbelasting is afgedragen in verband met het wederrechtelijk verkregen voordeel, en die vaststelling draagt het oordeel zelfstandig.

Read More
Print Friendly and PDF ^

EUR 87.000 in een badjas: witwassen bewezen, zoekgeraakte administratie geen reden voor niet-ontvankelijkheid OM

Hoge Raad 17 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:427

Deze uitspraak bevestigt dat het zoekraken van in beslag genomen administratie niet automatisch leidt tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. De Hoge Raad toetst aan de hand van het criterium of de procedure als geheel bezien ("the proceedings as a whole") nog voldoet aan de eisen van artikel 6 EVRM. In witwaszaken blijft het stappenplan leidend: wanneer een vermoeden van witwassen bestaat, wordt van de verdachte een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring verwacht. De overschrijding van de redelijke termijn in cassatie leidt bij een geheel voorwaardelijke straf niet tot strafvermindering.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Mensensmokkelaar verliest strijd om ontnemingsvordering: Hoge Raad accepteert ruime uitleg van 'andere strafbare feiten'

Hoge Raad 17 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:422

Het hof 's-Hertogenbosch legt een betalingsverplichting op van EUR 215.059 op basis van zowel bewezenverklaarde feiten als andere strafbare feiten waarvan voldoende aanwijzingen bestaan. De Hoge Raad oordeelt dat het hof de voldoende aanwijzingen mocht baseren op de overeenkomst in modus operandi tussen bewezenverklaarde en niet-bewezenverklaarde mensensmokkel. De klacht dat het hof de aanwijzingen enkel baseert op betalingen door vreemdelingen berust op een verkeerde lezing van het arrest en mist feitelijke grondslag. De redelijke termijn in cassatie is overschreden maar leidt niet tot compensatie in de ontnemingszaak omdat deze in de samenhangende strafzaak wordt beoordeeld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Acht maanden gevangenisstraf voor feitelijk leidinggever die aangiften omzetbelasting uitbesteedt maar niet controleert

Rechtbank Amsterdam 10 maart 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2576

De rechtbank veroordeelt een ondernemer tot acht maanden gevangenisstraf voor belastingfraude met omzetbelasting. De verdachte geeft als enig bestuurder en aandeelhouder feitelijke leiding aan een vennootschap die over meerdere kwartalen in 2018 en 2019 geen of onjuiste aangiften omzetbelasting indient. Het verweer dat het doen van aangiften was uitbesteed aan een boekhouder slaagt niet: op de ondernemer rust de verplichting om ingediende aangiften vooraf op juistheid te controleren. Door dit na te laten aanvaardt de verdachte bewust de aanmerkelijke kans dat de aangiften niet of onjuist worden ingediend. Het totale benadelingsbedrag bedraagt ruim 168.000 euro. De rechtbank spreekt de verdachte partieel vrij voor de perioden waarin de Belastingdienst maandaangiften in plaats van kwartaalaangiften heeft opgelegd.

Read More
Print Friendly and PDF ^