Vertrokken rechter en griffier redden gebrekkig proces-verbaal niet

Hoge Raad 31 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:497

De Hoge Raad vernietigt in ECLI:NL:HR:2026:497 het arrest van het gerechtshof Den Haag wegens het ontbreken van een rechtsgeldig proces-verbaal van de terechtzitting. Het proces-verbaal is niet uitgewerkt omdat de betrokken raadsheer en griffier niet langer bij het hof werkzaam zijn. De Hoge Raad oordeelt dat dit geen bijzondere omstandigheid is die de nietigheid van het onderzoek ter terechtzitting en de uitspraak kan wegnemen. Dit arrest bevestigt de strenge lijn uit HR 13 oktober 2020, ECLI:NL:HR:2020:1605, en benadrukt dat personele wisselingen geen rechtvaardiging vormen voor het niet naleven van artikel 327 Sv. De zaak wordt teruggewezen naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe behandeling.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ongeopende blauwe enveloppen: jarenlang geen aangifte vennootschapsbelasting leidt tot veroordeling ondanks alsnog ingediende aangiften

Hoge Raad 24 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:425

De Hoge Raad oordeelt op 24 maart 2026 in een strafzaak over het opzettelijk niet doen van aangiften vennootschapsbelasting door een B.V. over meerdere jaren (artikel 69 lid 1 AWR). De bewezenverklaring ten aanzien van de aangiften over 2015 en 2016 is niet begrijpelijk, omdat deze aangiften alsnog zijn ingediend voordat ambtshalve aanslagen waren opgelegd, maar dit leidt niet tot cassatie omdat de aard en ernst van het bewezenverklaarde in zijn geheel niet worden aangetast. De klacht over overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase (artikel 6 lid 1 EVRM) slaagt, waarna de geldboete wordt verminderd van EUR 10.000 naar EUR 9.000. De overige vijf cassatiemiddelen, waaronder klachten over de ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, het bewijs van opzet en de draagkracht, worden afgedaan met toepassing van artikel 81 lid 1 Wet RO. Het arrest heeft samenhang met de zaken 23/00758 en 23/00760.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verminderde toerekenbaarheid en de motiveringsplicht: de Hoge Raad houdt vast aan de ruime straftoemetingsvrijheid van de feitenrechter

Hoge Raad 14 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:477

De Hoge Raad bevestigt in zijn arrest de veroordeling van een man tot veertien jaren en zes maanden gevangenisstraf wegens doodslag op zijn echtgenote en het doden van hun hond. Centraal staat de vraag of het hof voldoende heeft gemotiveerd hoe de verminderde toerekeningsvatbaarheid is verdisconteerd in de strafmaat. De Hoge Raad herhaalt de ruime straftoemetingsvrijheid van de feitenrechter en verwijst naar zijn arresten uit 1985 en 2022. De rechter hoeft de invloed van verminderde toerekenbaarheid op de straf in beginsel niet te motiveren, tenzij de verdediging of het OM een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt inneemt. In deze zaak is de strafoplegging toereikend gemotiveerd en wordt het cassatieberoep verworpen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Bestuurder is geen pleger: aangifteplicht vennootschapsbelasting rust op de vennootschap, niet op haar directeur

Hoge Raad 24 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:424

De Hoge Raad bevestigt in dit arrest dat de wettelijke aangifteplicht voor de vennootschapsbelasting uitsluitend rust op de vennootschap die tot het doen van aangifte is uitgenodigd, en niet op de bestuurder die het aangiftebiljet feitelijk in ontvangst neemt. Een natuurlijk persoon die als directeur-grootaandeelhouder de administratie verzorgt, kan daarom niet als pleger worden veroordeeld voor het niet indienen van de aangifte vennootschapsbelasting van zijn vennootschappen. De Hoge Raad wijst er wel op dat de deelnemingsvormen van de artikelen 47 tot en met 51 Sr mogelijkheden bieden voor strafrechtelijke aansprakelijkstelling langs een andere weg. Het arrest is relevant voor de fiscale strafpraktijk en verduidelijkt de grenzen van het plegerschap bij belastingverzuimen door rechtspersonen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

EncroChat-data uit een JIT: Hoge Raad scherpt toetsingskader aan na arrest Hof van Justitie

Hoge Raad 14 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:650

De Hoge Raad scherpt het toetsingskader voor EncroChat-bewijs aan in het licht van HvJ EU 30 april 2024, C-670/22. Artikel 31 Richtlijn 2014/41/EU strekt niet alleen tot bescherming van staatssoevereiniteit, maar ook van de rechten van afgetapte gebruikers, waarmee rechtsoverweging 6.23.4 van ECLI:NL:HR:2023:913 wordt bijgesteld. De voorschriften over het Europees onderzoeksbevel zijn niet van toepassing op bewijsvergaring en uitwisseling binnen een gemeenschappelijk onderzoeksteam (JIT) tussen Nederland en Frankrijk. Omdat de Nederlandse rechter-commissaris vooraf een gecombineerde 126uba- en 126t-machtiging verleende en Nederland via de JIT op de hoogte was van de interceptie van EncroChat-toestellen op Nederlands grondgebied, is van onregelmatigheden geen sprake. De straf wordt wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie verminderd van zes jaren en negen maanden naar zes jaren en vijf maanden.

Read More
Print Friendly and PDF ^