Thuisdetentie is geen voorarrest: Hoge Raad trekt grens bij aftrek van schorsingstijd

Hoge Raad 24 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:482

Hoge Raad oordeelt dat thuisdetentie tijdens geschorste voorlopige hechtenis niet in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf op grond van artikel 27 lid 1 Sr. Ook artikel 5 EVRM verplicht niet tot aftrek, zelfs niet bij vergaande bewegingsbeperkingen met elektronisch toezicht. De zaak betreft de veroordeling van een moeder tot vijftien jaar gevangenisstraf wegens moord op haar elfjarige zoon in Zevenbergen in 2020 door toediening van medicijnen. De Hoge Raad laat wel ruimte voor de feitenrechter om schorsingsvoorwaarden mee te wegen bij de straftoemeting. Motivering is vereist wanneer de verdediging hierover een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt inneemt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Klimaatdemonstranten in belastingkantoor: gemeentelijke APV kan het betogingsrecht niet beperken

Hoge Raad 24 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:483

De Hoge Raad oordeelt dat artikel 2:50 APV Den Haag niet kan worden toegepast om het grondwettelijke betogingsrecht te beperken. De zaak betreft een klimaatdemonstrant die in 2022 een belastingkantoor in Den Haag bezette als onderdeel van een protest tegen fossiele subsidies. De Hoge Raad overweegt dat het recht tot betoging uit artikel 9 Grondwet alleen door een wet in formele zin kan worden beperkt, niet door een gemeentelijke verordening op basis van de algemene verordenende bevoegdheid van artikel 149 Gemeentewet. De Wet openbare manifestaties biedt gemeenten uitsluitend de bevoegdheid om kennisgevingsregels voor betogingen vast te stellen. De verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoge Raad casseert: niet reageren op vraag naar advocaat is geen afstand doen

Hoge Raad 24 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:426

De Hoge Raad vernietigt de veroordeling wegens diefstal van een fopspeen omdat het gerechtshof Amsterdam ontoereikend heeft gemotiveerd waarom de verdachte niet als kwetsbaar is aangemerkt en rechtsgeldig afstand zou hebben gedaan van rechtsbijstand. De verdachte verklaarde bij de politie aan psychoses te lijden, gaf als reden voor de diefstal dat een speen "prettig" is terwijl zij geen kinderen heeft, en reageerde niet op de vraag of zij een advocaat wilde. Op grond van artikel 28b lid 1 Sv en het arrest HR:2024:556 moet een kwetsbare verdachte in de gelegenheid worden gesteld een advocaat te raadplegen voor het eerste politieverhoor, en kan zij slechts afstand doen van dat recht nadat een raadsman haar over de gevolgen heeft ingelicht. De zaak is teruggewezen naar het hof Amsterdam voor een nieuwe behandeling.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geen aftrek dividendbelasting bij ontneming: de fiscus hoeft niet mee te delen in de afrekening

Hoge Raad 31 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:505

Ontnemingszaak over wederrechtelijk verkregen voordeel uit de verkoop van illegale gewasbeschermingsmiddelen (Bitoxybacillin en Lepidocide) door een B.V. waarvan de betrokkene feitelijk leidinggever en enig aandeelhouder is. Het cassatiemiddel klaagt dat het gerechtshof 's-Hertogenbosch ten onrechte geen dividendbelasting in mindering brengt bij de schatting van het voordeel van EUR 532.532. De Hoge Raad verwerpt het beroep: het hof stelt feitelijk vast dat er geen dividendbelasting is afgedragen in verband met het wederrechtelijk verkregen voordeel, en die vaststelling draagt het oordeel zelfstandig.

Read More
Print Friendly and PDF ^

EUR 87.000 in een badjas: witwassen bewezen, zoekgeraakte administratie geen reden voor niet-ontvankelijkheid OM

Hoge Raad 17 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:427

Deze uitspraak bevestigt dat het zoekraken van in beslag genomen administratie niet automatisch leidt tot niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. De Hoge Raad toetst aan de hand van het criterium of de procedure als geheel bezien ("the proceedings as a whole") nog voldoet aan de eisen van artikel 6 EVRM. In witwaszaken blijft het stappenplan leidend: wanneer een vermoeden van witwassen bestaat, wordt van de verdachte een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring verwacht. De overschrijding van de redelijke termijn in cassatie leidt bij een geheel voorwaardelijke straf niet tot strafvermindering.

Read More
Print Friendly and PDF ^