Geen voorwaardelijk opzet op witwassen ondanks aanmerkelijke kans: hof spreekt geldezel vrij wegens contra-indicaties

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 16 april 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:3395

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden spreekt op 16 april 2026 een verdachte vrij van het medeplegen en de medeplichtigheid aan witwassen van ongeveer € 9.316. De verdachte stelt zijn bankpas, pincode en inloggegevens ter beschikking aan een goede vriendin voor het storten van een geldbedrag. Hoewel naar het oordeel van het hof een aanmerkelijke kans op witwassen bestaat, heeft de verdachte deze kans niet bewust aanvaard. Doorslaggevend zijn de aanwezige contra-indicaties: de jarenlange vriendschap, het wederzijdse vertrouwen en de controlevragen die de verdachte vooraf stelt. Het hof past het leerstuk van het voorwaardelijk opzet toe en onderscheidt de bewuste aanvaarding van de bewuste schuld. De benadeelde partij wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot schadevergoeding van € 9.315,04.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling van feitelijk leidinggever voor het jarenlang negeren van een stilleggingsbevel en het niet treffen van maatregelen ter voorkoming van zware ongevallen bij een BRZO-bedrijf

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 1 mei 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1194

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeelt een 83-jarige bestuurder als feitelijk leidinggever voor overtredingen van veiligheidsvoorschriften die voor zijn onderneming als BRZO-bedrijf golden. De onderneming negeert jarenlang een bevel tot stillegging van de Inspectie SZW dat afvul- en overslagwerkzaamheden met explosiegevaarlijke stoffen in productiehal P1 verbiedt. Daarnaast treft de onderneming opzettelijk niet alle maatregelen die nodig zijn om zware ongevallen te voorkomen, onder meer door het gebruik van niet-explosieveilige apparatuur en het achterwege laten van een vereiste Management of Change-procedure. Het hof verwerpt de verweren dat het stilleggingsbevel onbevoegd is gegeven en dat de gevolgde werkwijze elk explosiegevaar uitsloot. De verdachte wordt als feitelijk leidinggever en niet als medepleger aangemerkt en partieel vrijgesproken van het onderdeel over de voorlichting van productiemedewerkers. Het hof legt een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden met een proeftijd van twee jaren op, alsmede een taakstraf van 180 uren subsidiair 90 dagen hechtenis.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof: Voorhanden hebben van valse geschriften valt buiten vervolgingsuitsluitingsgrond artikel 69 lid 4 AWR

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 27 mei 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:3362

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat het enkel voorhanden hebben van valse of vervalste geschriften niet binnen de reikwijdte van de vervolgingsuitsluitingsgrond van artikel 69, vierde lid AWR valt. Anders dan de rechtbank Overijssel acht het hof het Openbaar Ministerie daarom ontvankelijk in de vervolging van het onder 1 primair tenlastegelegde. De verdachte heeft 26 deels valse facturen voorhanden gehad, terwijl hij wist dat deze waren bestemd om als echt en onvervalst te gebruiken. Het hof verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep ten aanzien van feit 2 wegens het ontbreken van bezwaren. Met toepassing van artikel 423, vierde lid Sv bepaalt het hof voor het onder 2 bewezenverklaarde feit een taakstraf van 80 uren. Mede vanwege de aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn legt het hof voor feit 1 een taakstraf van 20 uren op, te vervangen door 10 dagen hechtenis.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Profijtontneming na structurele onderbetaling van uitzendkrachten: hof betrekt schaduwadministratie en soortgelijke feiten bij schatting van het voordeel

Gerechtshof Den Haag 11 juni 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:2943

Het gerechtshof Den Haag stelt op 11 juni 2024 in hoger beroep het wederrechtelijk verkregen voordeel van een betrokkene vast op € 258.710,95 na een veroordeling wegens feitelijk leidinggeven aan valsheid in geschrift door een rechtspersoon. De betrokkene drijft een uitzendbureau dat aan werknemers met Oost-Europese namen een nettoloon betaalt dat lager is dan het wettelijk minimumloon, waarbij het verschil via de onderneming aan hemzelf toekomt. Het hof baseert de schatting op het verschil tussen het uitbetaalde nettoloon en het wettelijk minimumloon in de periode van 2014 tot en met oktober 2016. Naast de bewezen verklaarde feiten betrekt het hof ook andere soortgelijke feiten in de schatting waarvoor voldoende aanwijzingen bestaan, mede op grond van een professioneel opgezette schaduwadministratie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

OM niet-ontvankelijk in tweede Wallenpanden-vervolging: ne bis in idem en beginselen van een behoorlijke procesorde

Het hof Amsterdam verklaarde het OM op 1 mei 2026 niet-ontvankelijk in de tweede witwasvervolging van een man en zijn vennootschap rond de Wallenpanden. In het eerdere onderzoek Kolbak was de man in 2009 vrijgesproken omdat de criminele herkomst van de panden niet bewezen kon worden; in Terrel probeerde het OM het opnieuw met een latere pleegperiode en de a-variant van artikel 420bis Sr. Het hof oordeelt dat sprake is van hetzelfde feit in de zin van artikel 68 Sr: zelfde panden, gelijke juridische aard en geen relevante verschillen in gedragingen. Voor de rechtspersoon ontbreekt formele ne bis in idem-bescherming, maar via vereenzelviging met de verdachte loopt de vervolging stuk op de beginselen van een behoorlijke procesorde. Aangevoerde nova kunnen de toets van artikel 68 Sr niet anders maken, aldus het hof.

Read More
Print Friendly and PDF ^