Sociale zekerheidsfraude: verwerping niet-ontvankelijkheidsverweer voor laten oplopen bedrag door uitkeringsinstantie

Rechtbank Noord-Holland 11 februari 2021, ECLI:NL:RBNHO:2021:1302

Verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim zeven jaar schuldig gemaakt aan het medeplegen van bijstandsfraude door opzettelijk na te laten de uitkerende instantie in te lichten dat zij niet duurzaam gescheiden leefde van haar echtgenoot, terwijl zij een bijstandsuitkering ontving naar de norm van een alleenstaande ouder. Verdachte heeft hierdoor een aanzienlijk bedrag aan uitkeringsgelden ontvangen waarop zij geen, dan wel niet volledig recht had. HalteWerk heeft het benadelingsbedrag berekend op ruim € 120.000.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Afwijzing art. 12 Sv beklag: geen vervolging voor radio DJ na uitzenden ‘coronalied’

Gerechtshof Amsterdam 2 maart 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:581

De Officier van Justitie bij het Arrondissementsparket Amsterdam heeft eerder besloten geen strafvervolging in te stellen tegen de beklaagde die een zogenaamd coronalied heeft afgespeeld via zijn radiozender. Tegen deze beslissing is een art. 12 Sv procedure gestart met het verzoek de DJ alsnog te vervolgen. De verdediging heeft het hof verzocht om de klacht af te wijzen. Het is niet zijn bedoeling geweest om mensen te beledigen met het lied. De beklaagde heeft zijn excuses aangeboden aan de vertegenwoordigers van de Chinese gemeenschap en via de radio om de situatie recht te zetten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof: zoekraken deel originele strafdossier is aan te merken als verzuim

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 22 februari 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:1689

Tijdens de regiezitting bij de rechtbank op 31 oktober 2016 heeft de officier van justitie aangegeven dat een deel van het originele dossier is zoekgeraakt. Dit betreft een deel van de mappen/ordners met het originele politieproces-verbaal van het onderzoek en is tot op heden niet teruggevonden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geen schending una via bij strafrechtelijke vervolging feitelijk leidinggevende na administratiefrechtelijke beboeting rechtspersoon

Hoge Raad 16 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:219

Verdachte is (als natuurlijk persoon) door de Belastingdienst op grond van de Invorderingswet 1990 aansprakelijk gesteld voor aan de rechtspersoon opgelegde naheffingsaanslagen omzetbelasting en vergrijpboetes. Eerst na die aansprakelijkstelling is verdachte (als feitelijk leidinggever) gedagvaard. Volgens de verdediging is deze gang van zaken in strijd met het una via beginsel zoals neergelegd in de art. 5:44 en 5:50 Awb en art. 243 Sv.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beklag tegen beslag bij Wwft-instelling ongegrond

Rechtbank Oost-Brabant 29 januari 2021, ECLI:NL:RBOBR:2021:410

Het klaagschrift strekt tot opheffing van zowel het op grond van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) als het op grond van artikel 94a Sv gelegde beslag. Bij de beoordeling heeft de rechtbank betrokken het bepaalde bij en krachtens de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Klaagster is aan te merken als een instelling als in de Wwft bedoeld. Klaagster kan aldus bekend worden verondersteld met het bepaalde bij en krachtens de Wwft. De reële kans dat een of meer van de hiervoor bedoelde bepalingen van de Wwft door klaagster niet zijn nageleefd acht de rechtbank, ook tegen de achtergrond van de doelstellingen van de Wwft, een concrete aanwijzing dat zich in dit geval een situatie voordoet als bedoeld in artikel 94a, vierde lid, Sv.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Staat ontbreken van voorafgaand sfo in de weg aan oplegging betalingsverplichting?

Parket bij de Hoge Raad 9 februari 2021, ECLI:NL:PHR:2021:106

Het eerste middel behelst de klacht dat het hof ten onrechte heeft geoordeeld dat het ontbreken van een strafrechtelijk financieel onderzoek geen beletsel vormt voor de oplegging van de betalingsverplichting aan de betrokkene, althans dat het oordeel van het hof dat het legaliteitsbeginsel niet in de weg staat aan toepassing van het huidige art. 36e, derde lid, Sr ontoereikend is gemotiveerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR doet uitspraak over verschoningsrecht in zaak Stibbe vs. OM

Hoge Raad 19 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:273 (Civiel recht)

De FIOD stelde een strafrechtelijk onderzoek in naar twee vermogensbeheerders en hun bestuurders (Box-zaak). Zij worden verdacht van fraude. In dat kader nam het OM onder meer e-mailverkeer van verdachten in beslag, alsmede stukken bij het accountantskantoor dat was ingeschakeld door hun advocaten. Er zijn aanwijzingen dat bij het strafrechtelijk onderzoek kennis is genomen van vertrouwelijke e-mails. De advocaten hebben de Rechtbank Oost-Brabant daarom met succes gevraagd om bewijsbeslag te mogen leggen op bepaalde gegevens van het OM, de FIOD en de Belastingdienst. Zij willen aan de hand daarvan vaststellen in welke mate hun verschoningsrecht is geschonden. De Staat wilde opheffing van het bewijsbeslag, maar ook het gerechtshof oordeelde dat het beslag voor een groot deel mag blijven liggen. Ook de Hoge Raad oordeelt in het voordeel van Stibbe.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vormfouten politie leiden tot vrijspraak in strafzaak Almeerder

Rechtbank Midden-Nederland 17 februari 2021, ECLI:NL:RBMNE:2021:602

Een 34-jarige man uit Almere is door de rechtbank Midden-Nederland vrijgesproken van het in bezit hebben en vervoeren van ruim 3 kilogram cocaïne en/of 3 kilogram amfetamine. De rechtbank oordeelt dat het bewijs in de zaak niet gebruikt mag worden omdat de politie cruciale vormfouten maakte tijdens het onderzoek. Hierdoor kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

OM niet-ontvankelijk wegens tijdsverloop en geen gehoor geven op getuigenverzoek

Rechtbank Amsterdam 15 januari 2021, ECLI:NL:RBAMS:2021:384

De rechtbank is van oordeel dat de belangen van de verdediging in het vooronderzoek op een aantal wezenlijke punten zijn geschaad. Allereerst ziet het ten laste gelegde op een periode van ruim tien jaren geleden, en is de zaak na 2013 pas weer voor het eerst in 2020 op zitting aangebracht. Er zijn in dit geval echter aanvullende omstandigheden die tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie moet leiden. De rechtbank wijst daarvoor op een brief van de raadsman uit 2014 aan de officier van justitie waarin een (herhaald) verzoek is gedaan om getuigen te horen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt beoordelingskader overschrijding redelijke termijn en rechtsgevolgen die daaraan dienen te worden verbonden

Hoge Raad 9 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:197

Bij de beoordeling van de vraag of de behandeling van de zaak binnen de redelijke termijn heeft plaatsgevonden, moet het tijdsverloop tijdens de eerste aanleg en dat tijdens het hoger beroep afzonderlijk worden beoordeeld. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de behandeling van de zaak op de zitting dient te zijn afgerond met in eerste aanleg een einduitspraak binnen twee jaar nadat de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen, en dat in de fase van het hoger beroep een einduitspraak wordt gedaan binnen twee jaar nadat het rechtsmiddel is ingesteld, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden.

Read More
Print Friendly and PDF ^