Het aanwezigheidsrecht in strafzaken anno 2019

Het aanwezigheidsrecht is een van de pijlers van de strafrechtelijke rechtsbescherming. De verdachte dient immers in de gelegenheid te worden gesteld de beschuldigingen aan zijn adres van de zijde van het openbaar ministerie te kunnen tegenspreken. Als de verdachte verhinderd is, maar hij aangeeft bij de behandeling zijn zaak aanwezig te willen zijn, dan moet dat in beginsel worden gefaciliteerd. Het aanwezigheidsrecht is evenwel niet absoluut; de verdachte kan hiervan afstand doen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verzoekschrift ex art. 591a Sv: Latere wijziging sepotcode brengt niet mee dat termijn opnieuw gaat lopen

Gerechtshof Amsterdam 2 april 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:2481

Een verzoekschrift als bedoeld in artikel 591a Sv dient te worden ingediend binnen drie maanden na afdoening van de zaak, in onderhavige zaak derhalve binnen drie maanden na de sepotbeslissing. De latere wijziging door het openbaar ministerie van de sepotcode brengt niet mee dat opnieuw een termijn van drie maanden gaat lopen waarbinnen een verzoekschrift op de voet van artikel 591a Sv kan worden ingediend.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Fraude met loonheffingen in de uitzendbranche: Overwegingen over de kwaliteit van aangifteplichtige, medeplegen, rol van verdachte & de wijze waarop zaken tegen medeverdachten zijn afgedaan

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 11 september 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:3314

Het hof heeft in het kader van de straftoemeting tevens de rol van de verdachte in de constellatie van de bewezenverklaarde strafbare feiten in ogenschouw genomen, alsmede de wijze waarop de zaken tegen haar medeverdachten zijn afgedaan. Allereerst stelt het hof vast dat de verdachte als zzp’er in ondergeschiktheid ten opzichte van haar opdrachtgevers medeverdachte 1 en medeverdachte 2 administratieve werkzaamheden heeft verricht. De verdachte heeft, anders dan de directeuren van Uitzendbureau 1 B.V. en Uitzendbureau 2 B.V., geen financieel voordeel uit de strafbare feiten genoten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Strafrecht en het verbieden van rechtspersonen

In het regeerakkoord van het huidige kabinet staat opvallend veel en opvallend veel concreets over strafrecht. Men zou willen dat het minder was. In andere onderdelen lijkt het besef dat het strafrecht van betekenis is niet, of maar weinig door te klinken. Of misschien wordt het wel opzettelijk verwaarloosd. Dat betreft het onderdeel ‘verbieden van organisaties’. Volgens het regeerakkoord als wetgevingsprogramma komt er een verbod op ‘criminele motorbendes’ en een aanpassing van artikel 2:20 BW ter uitbreiding van verbodsbepalingen van ‘radicale organisaties’.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geldt uitgangspunt dat zaak binnen zestien maanden moet zijn afgedaan in geval van voorlopig gehechte ook voor ontnemingszaken?

Hoge Raad 9 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:559

De stellers van het middel stellen zich in de toelichting daarop op het standpunt dat het hof ten onrechte heeft overwogen dat het uitgangspunt van een eindvonnis binnen zestien maanden, zoals dat in strafzaken geldt voor verdachten die in verband met de bewezen verklaarde feiten in voorlopige hechtenis verkeren, niet van overeenkomstige toepassing is in ontnemingszaken. Daartoe verwijzen de stellers van het middel naar het arrest van de Hoge Raad van 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:BD2578, NJ 2008, 358, dat volgens hen ook geldt voor ontnemingszaken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Schending vertrouwensbeginsel: Rb verklaart OvJ niet-ontvankelijk in de ontnemingsvordering

Rechtbank Amsterdam 25 juli 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:5592

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een schending van het vertrouwensbeginsel. Het Openbaar Ministerie bestrijdt niet de stelling van de raadsvrouw dat de officier van justitie tijdens het onderzoek ter terechtzitting in de strafzaak op 7 maart 2017 de opmerking heeft gemaakt dat de op die terechtzitting aangekondigde ontnemingsvordering slechts zou worden doorgezet, indien er geen regeling met de benadeelde partij zou worden getroffen waarbij de schade vergoed zou worden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoe voorkom je een openbare terechtzitting?

Een kantelpunt in iedere strafzaak is het moment waarop de dagvaarding is uitgereikt aan de verdachte. Dat lijkt het moment te zijn dat een openbare terechtzitting niet meer voorkomen kan worden. Maar de wet biedt wel mogelijkheden. Op grond van art. 262 Sv kan een verdachte binnen 8 dagen na betekening van de dagvaarding daartegen bezwaar maken. Deze procedure biedt een waarborg voor de verdachte tegen een nodeloze openbare terechtzitting.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Bespreking ontvankelijkheid benadeelde partij bij ingediende vordering zonder uittreksel KvK of machtiging

Gerechtshof Amsterdam 5 juni 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:2283

Ter terechtzitting in hoger beroep is door de raadsman de vraag opgeworpen of de benadeelde partij ontvankelijk is in de vordering, nu deze door Naam 1 is ingediend namens Naam 2 aanhangwagens, zonder dat zich in het dossier een uittreksel van het Kamer van Koophandel of een machtiging bevindt waaruit blijkt dat Naam 1 daartoe bevoegd was.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wanneer is een ontnemingsvordering op de bij de wet voorgeschreven wijze aangekondigd?

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 3 september 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:3889

De raadsman van veroordeelde heeft aangevoerd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat de ontnemingsvordering niet is aangekondigd, zoals vereist in artikel 311 van het Wetboek van Strafvordering. Aan de veroordeelde en de verdediging moet uiterlijk bij requisitoir kennis worden gegeven dat er een ontneming aan komt. Van een aankondiging van een ontnemingsvordering is in het proces-verbaal van de terechtzitting geen aantekening gemaakt.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vereisten voor ten laste leggen van oplichting

Gerechtshof Amsterdam 18 juni 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:2028

In het onder 2 ten laste gelegde is opgenomen waartoe benadeelde 7 en benadeelde 6 zijn bewogen, namelijk het verlenen van een dienst, het ter beschikking stellen van gegevens, te weten een bankrekeningnummer en/of het pinnen van één of meerdere geldbedragen. De daaraan voorafgaande verrichte oplichtings-handelingen, de handelingen waardoor benadeelde 7 en benadeelde 6 zouden zijn bewogen, zijn slechts in de algemene termen zoals die in art. 326 Sr zijn opgenomen beschreven. Een omschrijving van de feitelijke oplichtingshandelingen ontbreekt in de tenlastelegging.

Read More
Print Friendly and PDF ^