Gerechtshof Den Haag 3 maart 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:601
Het Gerechtshof Den Haag legt op 3 maart 2026 een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf maanden op aan een feitelijk leidinggever voor het medeplegen van onjuiste belastingaangiften, valsheid in geschrift en gewoontewitwassen. De verdachte is bestuurder en enig aandeelhouder van een rechtspersoon die ruim een miljoen euro aan onterechte btw-teruggaven heeft ontvangen door valselijk opgemaakte facturen. Het netto schadebedrag voor de Belastingdienst bedraagt na beslaglegging ruim 650.000 euro, voornamelijk besteed aan auto's, winkelen en contante opnames. Het hof bevestigt de bewezenverklaring van de rechtbank Rotterdam maar matigt de eerder opgelegde gevangenisstraf van twintig maanden aanzienlijk. Doorslaggevend zijn de bijzonder zorgelijke medische omstandigheden van de verdachte, die zonder dubbele orgaantransplantatie geen uitzicht meer heeft op herstel. Naast de voorwaardelijke straf wordt de verdachte ontzet uit het recht tot uitoefening van het beroep van bestuurder van een rechtspersoon voor de duur van twee jaren.
Read More