Eerste aanvullingswet nieuw Wetboek van Strafvordering ingediend bij Tweede Kamer

Op 24 maart 2026 is de Eerste aanvullingswet nieuw Wetboek van Strafvordering ingediend bij de Tweede Kamer. Het wetsvoorstel bevat twaalf onderwerpen, waaronder de wettelijke regeling van procesafspraken, de voorwaardelijke strafbeschikking, de rechterlijke toets bij hoge transacties en ontnemingsschikkingen, en de codificatie van EU-rechtspraak over gegevensverwerking. De regeling van procesafspraken gaat op wezenlijke punten verder dan het kader van de Hoge Raad: een toelatingstoets met zes criteria, een strafkortingsmaximum van een derde, en een wettelijke uitsluiting van hoger beroep na conforme beslissing. Het bewijscriterium bij de strafbeschikking wordt aangescherpt tot "buiten redelijke twijfel" en de officier krijgt de mogelijkheid om voorwaardelijke straffen op te leggen. Ten opzichte van de consultatieversie van mei 2024 zijn op vrijwel alle onderdelen wijzigingen aangebracht naar aanleiding van de adviezen van de ketenpartners.

Read More
Print Friendly and PDF ^

FIOD houdt zeven verdachten aan in onderzoeken naar BPM‑fraude

In de week van 9 tot en met 13 maart 2026 heeft de FIOD in acht afzonderlijke onderzoeken zeven verdachten aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij BPM‑fraude en het plegen van valsheid in geschrift. De verdachten komen uit onder meer Amsterdam, Purmerend, Den Bosch, Doetinchem en Enschede.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak voor valsheid in geschrift en feitelijke leidinggeven aan onjuiste btw-aangiften: rol van verdachte binnen onderneming onvoldoende vastgesteld

Rechtbank Amsterdam 5 maart 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2558

De rechtbank Amsterdam spreekt een verdachte vrij van valsheid in geschrift en feitelijke leidinggeven aan het doen van onjuiste aangiften omzetbelasting namens een besloten vennootschap. De verdachte wordt verweten dat hij samen met zijn broer twee nihilaangiften omzetbelasting heeft ingediend, terwijl de vennootschap wel belastbare omzet heeft gerealiseerd. Het Openbaar Ministerie baseert de verdenking op getuigenverklaringen dat de verdachte en zijn broer samen de leiding over de onderneming hebben en hetzelfde salaris verdienen. De verdediging voert aan dat de verdachte slechts werknemer is en niet betrokken is bij het doen van aangiften, hetgeen wordt ondersteund door de verklaring van de broer die op papier eigenaar is. De rechtbank oordeelt dat de aanwijzingen in het dossier onvoldoende zijn om vast te stellen dat de rol van de verdachte groter is dan die van werknemer en dat zijn betrokkenheid bij het indienen van aangiften niet kan worden bewezen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor niet doen van belastingaangiften: verdachte geeft fiscale verplichtingen volstrekt onvoldoende prioriteit

Rechtbank Amsterdam 5 maart 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2274

De rechtbank Amsterdam veroordeelt een ondernemer voor het feitelijk leidinggeven aan het niet doen van aangifte vennootschapsbelasting over de jaren 2018, 2020 en 2021, en voor het niet tijdig doen van aangifte inkomstenbelasting over 2019. De verdachte is enig aandeelhouder van een vennootschap die een fiscale eenheid vormt met elf dochterondernemingen. De rechtbank oordeelt dat de uitnodigingen tot het doen van aangifte naar het juiste adres zijn verzonden en dat sprake is van voorwaardelijk opzet. De verdachte heeft zijn fiscale verplichtingen volstrekt onvoldoende prioriteit gegeven en verantwoordelijkheid afgeschoven op zijn accountants en CFO. De Belastingdienst heeft aanslagen vennootschapsbelasting opgelegd voor in totaal € 561.732 en een aanslag inkomstenbelasting van € 294.383. De rechtbank legt een taakstraf van 150 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden op, lager dan de eis van het Openbaar Ministerie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Valsheid in geschrift ten behoeve van belastingfraude: rechtbank wijkt af van eis en legt taakstraf op wegens oude feiten en overschrijding redelijke termijn

Rechtbank Amsterdam 5 februari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:2117

De rechtbank Amsterdam veroordeelt een verdachte voor valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, in de periode 2015 tot en met 2018. De verdachte maakte vanuit aan hem gelieerde ondernemingen valse facturen op voor een schoonmaakbedrijf, waarmee belastingfraude werd gefaciliteerd en werknemers zwart werden betaald. Het totaal gefactureerde bedrag bedraagt ruim € 2,4 miljoen, waarvan bijna € 775.000 aan de gelieerde ondernemingen is uitbetaald. Het Openbaar Ministerie eist zes maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf, maar de rechtbank wijkt hiervan af. Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn, de ouderdom van de feiten, de instrumentele rol van de verdachte en de toepassing van artikel 63 Sr legt de rechtbank een taakstraf van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden op.

Read More
Print Friendly and PDF ^