Artikel: The Status of the Victim in European Union Criminal Law

EU criminal law has been a fast-developing area of law over the last decade. Its developments have spurred controversy as well as enthusiasm. It has been observed that its primary focus has been on procedural mechanisms to facilitate cooperation, such as the principle of mutual recognition or the principle of availability (respectively, within judicial and police cooperation in criminal matters) rather than on guarantees for individual rights. In order to support and strengthen the interaction between judicial and police authorities across the EU, Art. 82 (2) of the Treaty on the Functioning of the European Union (TFEU) confers upon the European Parliament and the Council the power to approximate Member States’ procedural rules by establishing minimum rules. The matter is rather delicate as criminal law is one of the core attributes of state sovereignty. It is not surprising that the same provision includes guarantees that take into account the differences between the European traditions. In this context, one of the aspects that deserve particular attention is the role and legal position of victims of crime. Their rights are explicitly mentioned by Art. 82 (2) TFEU as one of the areas where minimum approximation shall be pursued. Although it may at first sight look like a marginal procedural issue, the way of dealing with victims of crime reflects a variety of theoretical approaches on how crime, punishment, and the relationship between the individual and the state are being conceived.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Associations for European Criminal Law and the Protection of the EU Financial Interests – Guiding Principles

The first Association was formally constituted in Rome in October 1990. Today, there are 32 associations altogether, representing all the Member States (except Cyprus), plus Croatia, San Marino, Switzerland, and Turkey. AGON, the bulletin of the Associations, was first published in April 1993. It was replaced by eucrim in 2006. The Associations meanwhile function as a network and serve as a forum in the field of European criminal law and the protection of the financial interests of the European Union. They are made up of representatives from the legal and judicial professions (academics and practitioners) as well as other law enforcement agencies (police, inspection departments, etc.). Their mission is based on a series of guiding principles established in the early nineties and highlighting their structure, functions, role, objectives, and activities. Twenty years later, in the light of experience gained and the new environment provided by the Lisbon Treaty, it is appropriate to reflect upon the future role of the Associations in the EU legal space. To this effect, new guidelines were agreed upon among the Associations’ delegates in May 2011 concerning the structure, role, and priorities of the Associations.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Europees Openbaar Ministerie vervolgt crimineel netwerk voor manipulatie van overheidsopdrachten tijdens pandemie

Het Europees Openbaar Ministerie (European Public Prosecutor's Office, EPPO) heeft deze week acht verdachten gedagvaard voor de rechtbank in Boekarest wegens fraude met EU-middelen ter waarde van ruim €9 miljoen. De zaak draait om de manipulatie van overheidsopdrachten voor medische beschermingsmiddelen tijdens de Covid-19 pandemie. Zes natuurlijke personen en twee rechtspersonen worden vervolgd voor hun vermeende betrokkenheid bij een crimineel netwerk dat tussen 2020 en 2021 systematisch aanbestedingen zou hebben gemanipuleerd. De zaak is illustratief voor de toenemende handhavingsactiviteit van het EPPO op het terrein van subsidie- en aanbestedingsfraude met EU-gelden, en raakt direct aan de bestrijding van financieel-economische criminaliteit binnen de Europese Unie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

EHRM stelt vragen aan Nederland over schadevergoeding na vrijspraak: is het oordeel 'laakbaar handelen' verenigbaar met de onschuldpresumptie?

Het EHRM heeft op 30 maart 2026 de zaak Koopmans tegen Nederland (no. 32183/24) gepubliceerd, nadat deze op 12 maart was gecommuniceerd aan de Nederlandse regering. De zaak draait om een man die in 2023 integraal werd vrijgesproken van wapendelicten, maar wiens verzoeken om schadevergoeding voor voorarrest en advocaatkosten door het gerechtshof Den Haag werden afgewezen. Het hof motiveerde die afwijzing met de overweging dat het handelen van de verzoeker "laakbaar" was en dat alleen de wijze van tenlasteleggen een veroordeling had verhinderd. Bij het EHRM is geklaagd dat deze motivering in strijd is met de onschuldpresumptie van artikel 6 lid 2 EVRM, omdat zij impliceert dat de vrijgesprokene eigenlijk toch schuldig was. Het EHRM toetst de zaak aan zijn recente Grote Kamer-rechtspraak uit Nealon en Hallam (2024) en heeft de regering gevraagd of de motivering blijk geeft van een schuldoordeel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof 's-Hertogenbosch stelt prejudiciele vragen aan Hoge Raad over extraterritoriale rechtsmacht bij valsheid in geschrift in nareisprocedure

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 17 maart 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:724

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch legt bij tussenarrest van 17 maart 2026 prejudiciele vragen voor aan de Hoge Raad over de reikwijdte van artikel 4, aanhef en onderdeel d, van het Wetboek van Strafrecht. De zaak betreft een verdachte met de Syrische nationaliteit die in Turkije een formulier van de IND valselijk zou hebben opgemaakt in het kader van een nareisprocedure strekkende tot gezinshereniging. Centraal staat de vraag of Nederland extraterritoriale rechtsmacht heeft wanneer valsheid in geschrift wordt gepleegd jegens een formulier van de IND, buiten Nederlands grondgebied, door een niet-Nederlander. Het hof verwijst naar twee onherroepelijke arresten van het gerechtshof Den Haag waarin die rechtsmacht werd ontkend, omdat de valsheid niet zou zijn gepleegd "tegen" een Nederlandse overheidsinstelling in de zin van het beschermingsbeginsel. Beide procespartijen hebben zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard. Het hof schorst het onderzoek voor onbepaalde tijd in afwachting van de beantwoording door de Hoge Raad.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel 81 Wet RO onder druk: Hof van Justitie EU eist motivering bij weigering prejudiciële vragen

Op 24 maart 2026 wees het Hof van Justitie EU arrest in de zaak C-767/23 (Remling) over de motiveringsplicht bij het weigeren van prejudiciële vragen. Het Hof oordeelt dat een hoogste nationale rechter altijd specifiek en concreet moet motiveren waarom hij afziet van het stellen van prejudiciële vragen, ook wanneer het nationale recht verkorte afdoening toestaat. Het arrest heeft directe gevolgen voor de Nederlandse praktijk rond artikel 81 Wet RO, waarbij de Hoge Raad cassatiezaken regelmatig zonder inhoudelijke motivering afdoet. De uitspraak bouwt voort op de Cilfit-doctrine en het Consorzio-arrest uit 2021 en verscherpt de eisen aan rechterlijke instanties die in laatste aanleg uitspraak doen. Voor de bijzonder-strafrechtpraktijk is het arrest relevant bij cassatiezaken over btw-fraude, sanctieschendingen en andere zaken met een Unierechtelijke dimensie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

“Yes we can!” – The UK Bribery Act 2010

After some foot-dragging, which did not go unnoticed internationally, the UK has adopted the Bribery Act 2010, which received Royal Assent in April 2010. It will come into force in April 2011, after Government Guidance has been issued. This has been described as one of the most significant reform to corporate criminal law in a century. It repeals the Public Bodies Corrupt Practices Act 1889, the Prevention of Corruption Act 1906 and the Prevention of Corruption Act 1916. It also revokes relevant sections of diverse acts concerning criminal justice, local government, electoral procedure, housing and the armed forces. It replaces a system of fragmented and complex offences with a comprehensive scheme of bribery offences, covering bribery both in the UK and abroad.

Read More
Print Friendly and PDF ^

EOM rondt fraudezaak af rond Europese subsidies voor kankeronderzoek

Het Europees Openbaar Ministerie (EOM) in Rotterdam heeft een onderzoek naar EU-subsidiefraude bij kankeronderzoeksprojecten afgerond. Dat maakte het EOM op 19 maart 2026 bekend. De zaak is afgehandeld met een strafbeschikking tegen één persoon. De opgelegde sanctie bestaat uit 60 uur taakstraf en een boete van 10.000 euro.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verzameling biometrische gegevens in strafrechtelijk onderzoek: HvJ EU stelt strenge eisen in zaak Comdribus

Op 19 maart 2026 wees het Hof van Justitie van de Europese Unie een belangrijk arrest in zaak C-371/24 (Comdribus) over de verzameling van biometrische gegevens in het kader van strafrechtelijk onderzoek. Het arrest verduidelijkt de eisen die het Unierecht stelt aan nationale autoriteiten wanneer zij vingerafdrukken en foto's willen verzamelen van verdachten. De uitspraak raakt het snijvlak van gegevensbescherming en strafrecht en is relevant voor de Nederlandse praktijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Nieuwe hoofdaanklager EPPO benoemd: Andrés Ritter volgt Kövesi op

De Raad van de Europese Unie heeft op 9 maart 2026 ingestemd met de benoeming van Andrés Ritter als nieuwe Europese hoofdaanklager van het Europees Openbaar Ministerie (EPPO). Een dag later, op 10 maart, heeft ook het Europees Parlement zijn goedkeuring gegeven. Daarmee is de benoeming formeel rond. Ritter treedt op 1 november 2026 aan, de dag nadat het mandaat van de huidige hoofdaanklager Laura Codruța Kövesi afloopt.

Read More
Print Friendly and PDF ^