Kilometerblokker maakt auto niet zonder meer rijp voor de sloop: Hoge Raad formuleert toetsingskader voor onttrekking aan het verkeer

Hoge Raad 17 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:352

De Hoge Raad oordeelt dat een personenauto met een kilometerblokker niet zonder meer vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer. De rechtbank Gelderland motiveerde onvoldoende waarom een Volkswagen Golf GTI met gemanipuleerde kilometerstand moest worden vernietigd. Een onjuiste kilometerstand levert volgens de Hoge Raad niet automatisch een concreet gevaar voor de verkeersveiligheid op. De rechter moet vaststellen of het gebrek herstelbaar is en of belemmering van het handelsverkeer kan worden voorkomen, bijvoorbeeld door correctie van de kilometerstand of registratie bij de RDW. De zaak is teruggewezen naar de rechtbank Gelderland voor een nieuwe behandeling met inachtneming van het door de Hoge Raad geformuleerde toetsingskader.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wet internationale sanctiemaatregelen: bestuursrecht naast strafrecht bij sanctiehandhaving

De Wet internationale sanctiemaatregelen introduceert bestuursrechtelijke handhaving naast het bestaande strafrecht. De Douane en BTI krijgen de bevoegdheid om zelfstandig bestuurlijke boetes op te leggen. Het Openbaar Ministerie verwelkomt dit duale stelsel, maar er zijn wezenlijke vragen over samenloop, afbakening en de beperkte rol van DNB en AFM. Dit blog analyseert hoe het nieuwe stelsel eruit gaat zien en waar de spanning zit.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel 81 Wet RO onder druk: Hof van Justitie EU eist motivering bij weigering prejudiciële vragen

Op 24 maart 2026 wees het Hof van Justitie EU arrest in de zaak C-767/23 (Remling) over de motiveringsplicht bij het weigeren van prejudiciële vragen. Het Hof oordeelt dat een hoogste nationale rechter altijd specifiek en concreet moet motiveren waarom hij afziet van het stellen van prejudiciële vragen, ook wanneer het nationale recht verkorte afdoening toestaat. Het arrest heeft directe gevolgen voor de Nederlandse praktijk rond artikel 81 Wet RO, waarbij de Hoge Raad cassatiezaken regelmatig zonder inhoudelijke motivering afdoet. De uitspraak bouwt voort op de Cilfit-doctrine en het Consorzio-arrest uit 2021 en verscherpt de eisen aan rechterlijke instanties die in laatste aanleg uitspraak doen. Voor de bijzonder-strafrechtpraktijk is het arrest relevant bij cassatiezaken over btw-fraude, sanctieschendingen en andere zaken met een Unierechtelijke dimensie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Marktplaatsfraude: Hoge Raad vernietigt straf wegens niet toegestane combinatie van gevangenisstraf en taakstraf

Hoge Raad 24 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:476

In deze uitspraakvernietigt de Hoge Raad de straf in een zaak over marktplaatsfraude, medeplegen van gewoontewitwassen en deelname als leider aan een criminele organisatie. Het gerechtshof Den Haag had een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf maanden gecombineerd met een taakstraf van 180 uren, wat in strijd is met artikel 9 lid 4 van het Wetboek van Strafrecht. Die bepaling verbiedt het opleggen van een taakstraf naast een onvoorwaardelijke gevangenisstraf waarvan het ten uitvoer te leggen deel meer dan zes maanden bedraagt. De Hoge Raad wijst de zaak terug naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe strafbeslissing. De bewezenverklaring en de schadevergoedingsmaatregel blijven in stand.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling wegens medeplegen van oplichting: gemeente benadeeld door onterechte loonkostensubsidie via fictief bedrijf

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 6 maart 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:1754

Het gerechtshof veroordeelt een verdachte voor het medeplegen van oplichting van een gemeente door middel van onterecht verkregen loonkostensubsidie. De verdachte richtte samen met medeverdachten een bedrijf op en diende met valse arbeidsovereenkomsten een aanvraag voor loonkostensubsidie in, terwijl hij wist dat hij hier geen recht op had. In totaal wordt een bedrag van circa 19.891 euro aan subsidiegeld onterecht uitbetaald. Het hof acht medeplegen bewezen op grond van verklaringen van medeverdachten, bankgegevens en de aangifte van de benadeelde gemeente. Vanwege een forse overschrijding van de redelijke termijn in zowel eerste aanleg als hoger beroep legt het hof een geheel voorwaardelijke taakstraf van 75 uren op met een proeftijd van een jaar. De vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen tot een bedrag van 4.972,80 euro, waarvoor de verdachte hoofdelijk aansprakelijk is.

Read More
Print Friendly and PDF ^