Kilometerblokker maakt auto niet zonder meer rijp voor de sloop: Hoge Raad formuleert toetsingskader voor onttrekking aan het verkeer

Hoge Raad 17 maart 2026, ECLI:NL:HR:2026:352

De Hoge Raad oordeelt dat een personenauto met een kilometerblokker niet zonder meer vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer. De rechtbank Gelderland motiveerde onvoldoende waarom een Volkswagen Golf GTI met gemanipuleerde kilometerstand moest worden vernietigd. Een onjuiste kilometerstand levert volgens de Hoge Raad niet automatisch een concreet gevaar voor de verkeersveiligheid op. De rechter moet vaststellen of het gebrek herstelbaar is en of belemmering van het handelsverkeer kan worden voorkomen, bijvoorbeeld door correctie van de kilometerstand of registratie bij de RDW. De zaak is teruggewezen naar de rechtbank Gelderland voor een nieuwe behandeling met inachtneming van het door de Hoge Raad geformuleerde toetsingskader.

Achtergrond

In deze zaak draait het om een Volkswagen Golf GTI met Duits kenteken, eigendom van een Duits autobedrijf (hierna: de klaagster), een GmbH. Een mede-eigenaar van dat bedrijf (hierna: de klager) is eveneens betrokken. De auto is bestemd voor verhuur en wordt in Nederland staande gehouden door de politie, waarna het voertuig op grond van artikel 94 van het Wetboek van Strafvordering in beslag wordt genomen. Aanleiding voor de inbeslagneming is het vermoeden dat de auto is voorzien van een zogenaamde kilometerblokker.

Een kilometerblokker is een elektronisch apparaat dat wordt aangesloten op de elektronische systemen van een auto en de werking van de kilometerteller beïnvloedt. Het gevolg is dat de op het dashboard weergegeven kilometerstand niet overeenkomt met het daadwerkelijk gereden aantal kilometers. De politie onderzoekt de auto op 14 juni 2024 en treft achter het instrumentenpaneel een niet-fabrieksmatige kabel aan met daarop een ingesealde printplaat met de tekst "VAG+", die wordt herkend als een kilometerblokker. Het dashboard geeft op dat moment 108.664 kilometer aan. Na verder onderzoek wordt een tweede kilometerblokker aangetroffen. Dit apparaat vervangt bij diagnose de digitaal bijgehouden kilometerstand van de versnellingsbak door de (lagere) dashboardstand. Na verwijdering van deze tweede kilometerblokker blijkt de versnellingsbak een stand van 170.034 kilometer te registreren: een verschil van ruim 61.000 kilometer.

Het aanbrengen van een kilometerblokker is in Nederland strafbaar gesteld in artikel 70m van de Wegenverkeerswet 1994. Op grond van artikel 3 lid 2 van het Besluit Voertuigen is het de eigenaar van een voertuig bovendien verboden dat voertuig te laten rijden indien daarin een apparaat aanwezig is dat geschikt is om de kilometerteller stil te zetten of te manipuleren. In deze zaak is geen strafvervolging ingesteld.

De officier van justitie vordert op grond van artikel 552f lid 2 van het Wetboek van Strafvordering onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen auto. De klaagster en de klager dienen op hun beurt klaagschriften in op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, strekkende tot teruggave van het voertuig. De rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, wijst bij beschikking van 5 december 2024 de vordering van de officier van justitie toe en verklaart de klaagschriften ongegrond. De rechtbank oordeelt dat zij het eens is met hetgeen de officier van justitie ter onderbouwing van de vordering heeft aangevoerd en concludeert dat de auto met de onjuiste kilometerstand niet terug in het verkeer kan worden gebracht.

Middelen

De klager stelt cassatie in maar dient geen schriftuur met cassatiemiddelen in, zodat zijn beroep niet-ontvankelijk is. Namens de klaagster stellen de advocaten R.J. Baumgardt en M.J. van Berlo een cassatiemiddel voor. Het cassatiemiddel komt op tegen de toewijzing van de vordering tot onttrekking aan het verkeer van de auto en tegen de ongegrondverklaring van het klaagschrift van de klaagster.

De kern van de klacht is dat de rechtbank niet toereikend heeft gemotiveerd waarom deze personenauto vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer. De verdediging heeft in raadkamer aangevoerd dat de daadwerkelijke kilometerstand wél te achterhalen is (namelijk 170.034 kilometer), dat de kilometerblokkers reeds door de politie zijn verwijderd, en dat het voertuig in de originele staat kan worden teruggebracht door correctie van de kilometerstand en registratie bij de RDW of het NAP. De klaagster heeft daarnaast gewezen op een eerdere uitspraak van de militaire kamer van de rechtbank Gelderland (ECLI:NL:RBGEL:2023:6734), waarin onttrekking aan het verkeer alleen werd toegewezen omdat in die zaak de ware kilometerstand niet meer te achterhalen was.

Advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken concludeert op 9 september 2025 (ECLI:NL:PHR:2025:963) tot vernietiging van de beschikking en terugwijzing. In haar conclusie wijdt zij een uitgebreide algemene beschouwing aan de vraag of een auto met een kilometerblokker vatbaar is voor onttrekking aan het verkeer. Zij beantwoordt die vraag ontkennend: het verwijderen van een kilometerblokker is een eenvoudige ingreep en het ongecontroleerde bezit van een auto met een onjuiste kilometerstand is volgens haar niet zonder meer in strijd met de wet of het algemeen belang. De rechtbank heeft bovendien niet onderzocht of de onjuiste kilometerstand kan worden gecorrigeerd, terwijl de verdediging dat uitdrukkelijk heeft gesteld.

Beoordeling Hoge Raad

De Hoge Raad herhaalt in deze beschikking de relevante overwegingen uit zijn beschikking van dezelfde datum in de zaak 25/02382 B (ECLI:NL:HR:2026:349), waarin een uitvoerig toetsingskader wordt geformuleerd voor de onttrekking aan het verkeer van personenauto's waarin een kilometerblokker heeft gezeten.

De Hoge Raad stelt voorop dat een personenauto niet zonder meer van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit ervan in strijd is met de wet of het algemeen belang. Dat wordt niet anders op de enkele grond dat in die auto een kilometerblokker is aangetroffen die daaruit al is verwijderd, of die met niet meer dan redelijke inspanningen kan worden verwijderd.

Niettemin kan onder omstandigheden een personenauto waarin een kilometerblokker is aangetroffen, alsnog in aanmerking komen voor onttrekking aan het verkeer. De Hoge Raad onderscheidt daarbij twee situaties.

De eerste situatie doet zich voor wanneer de rechter vaststelt dat de auto, ook na verwijdering van de kilometerblokker, een concreet gevaar voor de verkeersveiligheid vormt en het aan dat gevaar ten grondslag liggende gebrek niet met redelijke inspanningen kan worden hersteld. De Hoge Raad benadrukt dat de enkele omstandigheid dat de kilometerstand mogelijk niet juist is, niet meebrengt dat de auto daadwerkelijk een concreet gevaar voor de verkeersveiligheid vormt.

De tweede situatie betreft het geval waarin de rechter vaststelt dat, ook na verwijdering van de kilometerblokker, het normale handelsverkeer ten aanzien van de auto onevenredig wordt belemmerd doordat de waarde van de auto onduidelijk of te hoog is als gevolg van de kans dat de kilometerstand wezenlijk lager is dan het daadwerkelijk gereden aantal kilometers. De Hoge Raad overweegt hierbij dat aangenomen mag worden dat zo'n belemmering van het handelsverkeer in voldoende mate wordt voorkomen als de correcte kilometerstand inmiddels is hersteld of in voldoende mate is benaderd op de kilometerteller, dan wel als het gegeven dat de kilometerstand niet betrouwbaar is op een eenvoudige manier voor derden kenbaar is gemaakt, bijvoorbeeld door een registratie bij de Dienst Wegverkeer.

Ten aanzien van de verantwoordelijkheidsverdeling overweegt de Hoge Raad dat het openbaar ministerie dat op een van deze gronden onttrekking aan het verkeer vordert, ervoor verantwoordelijk is dat de benodigde (technische) informatie zich bij de processtukken bevindt voordat de zaak wordt behandeld. In voorkomende gevallen kan de rechter, desnoods door aanhouding, bewerkstelligen dat nadere informatie wordt vergaard. Van de betrokkene die zich tegen de vordering keert, mag in beginsel worden verwacht dat hij het nodige onderneemt om de belemmering op zijn kosten weg te nemen, bijvoorbeeld door correctie van de kilometerstand of registratie van de manipulatie. Wanneer hem daartoe van overheidswege niet voldoende gelegenheid is geboden, kan dat een rol spelen bij de beoordeling of de auto aan het verkeer kan worden onttrokken en of aanleiding bestaat voor een geldelijke tegemoetkoming als bedoeld in artikel 36b lid 2 in samenhang met artikel 33c lid 2 van het Wetboek van Strafrecht.

Tegen deze achtergrond oordeelt de Hoge Raad dat de motivering van de rechtbank niet toereikend is. De rechtbank heeft volstaan met de overweging dat zij het eens is met hetgeen de officier van justitie heeft aangevoerd, waarbij zij kennelijk het oog heeft op het standpunt dat de integriteit van de voertuigregistratie en de verkeersveiligheid worden beschermd door vernietiging van het voertuig. De Hoge Raad acht dit onvoldoende om drie redenen. Ten eerste brengt de enkele omstandigheid dat de kilometerstand mogelijk niet juist is, niet mee dat de auto daadwerkelijk een concreet gevaar voor de verkeersveiligheid vormt. Ten tweede heeft de rechtbank geen vaststellingen gedaan over de vraag of het gebrek dat ten grondslag ligt aan het geconstateerde gevaar voor de verkeersveiligheid met redelijke inspanningen kan worden hersteld. Ten derde heeft de rechtbank geen vaststellingen gedaan over de vraag of de belemmering van het normale handelsverkeer in verband met de gemanipuleerde kilometerstand in voldoende mate kan worden voorkomen.

Het cassatiemiddel slaagt. De Hoge Raad verklaart het beroep van de klager niet-ontvankelijk, vernietigt de beschikking van de rechtbank voor zover het betreft de toewijzing van de vordering tot onttrekking aan het verkeer en de ongegrondverklaring van het klaagschrift van de klaagster, en wijst de zaak terug naar de rechtbank Gelderland om opnieuw te worden behandeld en afgedaan. Voor het overige verwerpt de Hoge Raad het beroep. De beschikking hangt samen met de zaken 24/04477 B, 25/00845 B, 24/02382 B en 25/02383 B.

Lees hier de volledige uitspraak.

Print Friendly and PDF ^