Hoge Raad herhaalt de eisen aan de vaststelling van voldoende aanwijzingen voor andere strafbare feiten bij ontneming
/De Hoge Raad herhaalt in een ontnemingszaak over hennepteelt de eisen die gelden voor de vaststelling dat voldoende aanwijzingen bestaan dat de betrokkene andere strafbare feiten heeft begaan als bedoeld in artikel 36e lid 2 Sr. Uit HR 29 september 2020, ECLI:NL:HR:2020:1523 volgt dat dit oordeel in overeenstemming moet zijn met de onschuldpresumptie en dat de rechter voldoende aanwijzingen alleen mag aannemen als buiten redelijke twijfel kan worden vastgesteld dat de betrokkene die andere feiten heeft begaan. Uit HR 12 oktober 2021, ECLI:NL:HR:2021:1498 volgt dat uit de uitspraak moet blijken aan welke feiten en omstandigheden de rechter die aanwijzingen heeft ontleend. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden neemt aan dat de betrokkene, die in de strafzaak is veroordeeld voor het medeplegen van bedrijfsmatige hennepteelt op 6 juli 2017, minimaal één eerdere oogst heeft gehad en legt op die grondslag een betalingsverplichting op. Voldoende aanwijzingen voor die eerdere oogst kunnen echter niet zonder meer uit de door het hof in aanmerking genomen feiten en omstandigheden worden afgeleid, zodat het oordeel ontoereikend is gemotiveerd en vernietiging en terugwijzing volgen.
Read More