Kosten boekhouder voor peiljaarverlegging niet vergoed na vrijspraak

Rechtbank Noord-Holland 16 februari 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:1693

Dit betreft een verzoek ex artikel 530 Sv na vrijspraak van verzoekster door de politierechter. Verzoekster vraagt vergoeding van kosten van haar raadsman, reiskosten, kosten van een boekhouder voor een peiljaarverlegging en kosten voor het verzoekschrift. De officier van justitie verzet zich tegen vergoeding van de boekhoudkosten omdat deze niet in rechtstreeks verband staan met de strafzaak. De rechtbank oordeelt dat alleen kosten die direct samenhangen met de strafzaak voor vergoeding in aanmerking komen en acht de overige posten billijk. De kosten van de boekhouder zien op de inkomenspositie en de aanvraag van gefinancierde rechtsbijstand en worden daarom afgewezen. In totaal wordt 2.849,03 toegekend en het meer of anders verzochte wordt afgewezen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Essentiƫle schakel, maar geen medepleger van oplichting: wel medeplegen witwassen in bankhelpdeskfraude

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 10 februari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:843

In deze zaak staat een 18-jarige verdachte terecht wegens betrokkenheid bij grootschalige bankhelpdeskfraude, waarbij honderden met name oudere slachtoffers telefonisch worden misleid en geld verliezen. Verdachte wordt verweten dat hij als medepleger betrokken is bij oplichting dan wel witwassen door pakketjes bij MediaMarkt op te halen en zijn bankrekening ter beschikking te stellen. De rechtbank oordeelt dat zijn bijdrage onvoldoende gewicht heeft voor medeplegen van oplichting en spreekt hem daarvan vrij. Wel acht de rechtbank medeplegen van opzetwitwassen bewezen, nu hij weet dat de goederen en geldbedragen uit misdrijf afkomstig zijn. Verdachte krijgt een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van 150 uur.

Read More
Print Friendly and PDF ^

De bewijsmaatstaf ten aanzien van onderwijsfraude: ā€˜aannemelijk maken’ of ā€˜buiten redelijke twijfel’?

De manier waarop examencommissies vermeende fraude moeten bewijzen, is de afgelopen jaren onderwerp van stevige juridische discussie geweest. Hoewel onderwijssancties inmiddels niet meer als bestraffend maar als bestuurlijke herstelsancties gelden, houdt de Afdeling bestuursrechtspraak vast aan een strafrechtelijk aandoende bewijsmaatstaf. In dit artikel wordt betoogd dat die benadering niet langer houdbaar is. Het ā€˜sanctionerende onderwijsrecht’ kent een roerige periode. Waar de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: Afdeling) ongeveer twee jaar heeft volgehouden dat de oplegging van – de meeste ā€“ sancties na fraude door examencommissies moeten worden aangemerkt als een bestraffende sanctie in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), is de Afdeling hier in een belangrijke uitspraak uit april 2025 op teruggekomen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Nieuw Wetboek van Strafvordering aangenomen

De Eerste Kamer heeft dinsdag 24 februari ingestemd met een nieuw Wetboek van Strafvordering dat het strafprocesrecht moderniseert. Het huidige Wetboek van Strafvordering is honderd jaar oud. De fracties van GroenLinks-PvdA, Volt, ChristenUnie, CDA, SGP, D66, SP, PvdD, VVD, PVV, JA21, BBB, Fractie-Van de Sanden, Fractie-Visseren-Hamakers, 50PLUS, Fractie-Beukering en Fractie-Walenkamp stemden voor de twee wetsvoorstellen die de invoering van het nieuwe wetboek regelen. De FVD-fractie stemde tegen, de fractie van OPNL was afwezig.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Procesafspraken afgewezen: rechtbank verlangt inhoudelijke behandeling van fiscale fraudezaak

Rechtbank Amsterdam 29 januari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:1235

Dit betreft een fiscale fraudezaak waarin de verdachte wordt verweten dat hij aangiften omzetbelasting over 2020 niet tijdig indient en aanzienlijke bedragen aan zijn ondernemingen onttrekt. Het Openbaar Ministerie en de verdediging sluiten procesafspraken met een voorstel tot twee maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf bij een benadelingsbedrag van circa 603.000. De officier van justitie stelt dat zonder afspraken een hogere straf, ongeveer zes maanden onvoorwaardelijk, zou zijn geƫist. De verdediging verzoekt daarnaast om omzetting van de gevangenisstraf in elektronisch toezicht, hetgeen wettelijk niet mogelijk blijkt. De rechtbank oordeelt dat de voorgestelde bewezenverklaring en strafmaat geen recht doen aan het dossier en dat geen volledige overeenstemming bestaat over kwalificatie en straf. De zaak wordt daarom aangehouden en verwezen naar een andere zittingscombinatie voor inhoudelijke behandeling.

Read More
Print Friendly and PDF ^