Essentiële schakel, maar geen medepleger van oplichting: wel medeplegen witwassen in bankhelpdeskfraude
/Rechtbank Zeeland-West-Brabant 10 februari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:843
In deze zaak staat een 18-jarige verdachte terecht wegens betrokkenheid bij grootschalige bankhelpdeskfraude, waarbij honderden met name oudere slachtoffers telefonisch worden misleid en geld verliezen. Verdachte wordt verweten dat hij als medepleger betrokken is bij oplichting dan wel witwassen door pakketjes bij MediaMarkt op te halen en zijn bankrekening ter beschikking te stellen. De rechtbank oordeelt dat zijn bijdrage onvoldoende gewicht heeft voor medeplegen van oplichting en spreekt hem daarvan vrij. Wel acht de rechtbank medeplegen van opzetwitwassen bewezen, nu hij weet dat de goederen en geldbedragen uit misdrijf afkomstig zijn. Verdachte krijgt een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaar en een taakstraf van 150 uur.
Context van de zaak
Deze strafzaak ziet op een grootschalig onderzoek naar bankhelpdeskfraude, aangeduid als onderzoek Lawrencium.
In dit onderzoek brengt de politie 306 aangiftes met elkaar in verband, afkomstig van slachtoffers uit het hele land en gericht tegen een dadergroep die volgens een herkenbare werkwijze opereert.
De slachtoffers zijn veelal oudere personen, met name vrouwen, in de leeftijd van 60 tot en met 90 jaar.
Zij worden telefonisch benaderd door personen die zich voordoen als bankmedewerkers van de fraudeafdeling.
Daarbij worden anonieme of gespoofte nummers gebruikt en wordt gewerkt met aliassen.
Slachtoffers worden langdurig aan de lijn gehouden, soms doorverbonden met een tweede zogenoemde medewerker, en ontvangen vervolgens e-mails of WhatsApp-berichten met betaallinks.
Die berichten wekken de indruk dat sprake is van het veiligstellen of terugvorderen van geld, terwijl de slachtoffers in werkelijkheid zelf betalingen verrichten.
Daarna ontvangen zij soms afspraakbevestigingen voor een bankfiliaal, waar bij aankomst blijkt dat geen afspraak bestaat.
Binnen deze basiswerkwijze bestaan varianten.
Zo worden in bepaalde periodes pinpassen fysiek opgehaald en wordt geld gepind, of wordt gebruik gemaakt van software zoals Anydesk, of worden betalingen geleid naar specifieke entiteiten, of worden met het verkregen geld bestellingen geplaatst bij webshops.
In een periode wordt onder meer besteld bij Amazon en MediaMarkt, waarna “ophalers” klaarstaan om goederen af te halen.
Deze keten vergt planning, rolverdeling en snelheid, omdat blokkering van rekeningen of terugboeking door banken moet worden voorgebleven.
De verdachte is een natuurlijk persoon, geboren in 2004. Hij staat terecht in Breda voor twee gevoegde zaken met parketnummers 02-071660-25 en 16-238608-24.
De kern van zijn betrokkenheid bestaat uit het ophalen van pakketjes bij MediaMarkt in opdracht van anderen en het (eenmalig) ter beschikking stellen van een bankrekening waarop geld wordt gestort, gevolgd door contante opnames.
Verdachte verklaart dat hij per opgehaald pakketje 150 ontvangt. Uit onderzoek aan zijn telefoon blijkt contact met medeverdachten die hem opdrachten geven, en er zijn berichten over betaalverzoeken, betaallinks en handelingen via cryptoplatforms.
Tenlastelegging
Onder parketnummer 02-071660-25 wordt verdachte verweten dat hij in de periode van 22 februari 2023 tot en met 6 april 2023, al dan niet samen met anderen, meerdere personen door middel van bankhelpdeskfraude oplicht.
Subsidiair wordt hem verweten dat hij een geldbedrag van 20108,96 witwast.
Onder parketnummer 16-238608-24 wordt verdachte verweten dat hij in de periode van 24 februari 2023 tot en met 20 maart 2023, al dan niet samen met anderen, personen door middel van bankhelpdeskfraude oplicht.
Subsidiair wordt hem verweten dat hij een geldbedrag van 7604,98 witwast.
Standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat beide primair ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen zijn.
Het Openbaar Ministerie ziet in het dossier voldoende bewijs voor betrokkenheid van verdachte bij de bankhelpdeskfraude als medepleger.
Voor de strafmaat vordert de officier van justitie een gevangenisstraf van twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Daarnaast vordert zij een taakstraf van 180 uur, met vervangende hechtenis van 90 dagen indien de taakstraf niet naar behoren wordt verricht.
Standpunt van de verdediging
De verdediging bepleit vrijspraak van de primair ten laste gelegde oplichting onder beide parketnummers.
Verdachte haalt volgens de verdediging enkele malen een pakketje op bij MediaMarkt om snel geld te verdienen en stelt daarnaast eenmalig zijn bankrekening ter beschikking.
Dit zijn volgens de verdediging bijdragen van onvoldoende gewicht om medeplegen van oplichting in vereniging aan te nemen.
De verdediging benadrukt bovendien dat de oplichting, juridisch gezien, al is voltooid op het moment dat de pakketjes worden opgehaald.
Het ophalen ziet dan op de afhandeling en niet op de kern van het misdrijf oplichting.
Daarnaast bepleit de verdediging vrijspraak van het impliciet subsidiair ten laste gelegde opzetwitwassen.
Verdachte weet volgens de verdediging niet dat de pakketjes zijn betaald met door oplichting verkregen geld, en evenmin dat het gestorte geld op zijn bankrekening afkomstig is uit oplichting.
Ten aanzien van het meer subsidiair meegelezen schuldwitwassen refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank, maar verzoekt zij partiële vrijspraak voor de omvang van de bedragen.
Volgens de verdediging kan hoogstens worden vastgesteld dat verdachte 11400,96 voorhanden heeft.
Oordeel van het betreffende gerecht
De rechtbank stelt voorop dat bankhelpdeskfraude in de regel een zekere organisatie vergt en dat de beschreven keten van handelingen wijst op een gezamenlijk en vooropgezet plan.
Het kopen van leads, het regelen van bankpassen en bankrekeningen, het aanmaken van e-mailadressen en betaallinks, het spoofen van telefoonnummers, het bellen en doorverbinden van slachtoffers, het versturen van WhatsApp-berichten en e-mails met betaallinks en afspraakbevestigingen, het plaatsen van bestellingen en het organiseren van afhalers vergt afstemming en snelle uitvoering.
De rechtbank duidt de rollen als onderling afhankelijk en in chronologisch verband.
Vervolgens beoordeelt de rechtbank de concrete rol van verdachte.
Zij kan op basis van het dossier niet meer vaststellen dan dat verdachte bestellingen bij MediaMarkt ophaalt voor anderen en zijn bankrekening ter beschikking stelt, waarop geld uit oplichtingsgesprekken wordt gestort.
De rechtbank onderkent dat het ophalen van pakketjes en het beschikbaar stellen van een bankrekening essentiële schakels zijn binnen de fraude.
Toch acht zij de bijdrage van verdachte, in materiële en intellectuele zin, van onvoldoende gewicht om hem als medepleger van oplichting aan te merken.
De vereiste nauwe en bewuste samenwerking voor medeplegen oplichting blijkt onvoldoende, mede omdat zijn rol beperkt blijft tot uitvoerende handelingen aan de rand van het delict en het dossier onvoldoende aanknopingspunten biedt dat hij zodanig is betrokken bij de kernhandelingen van het oplichten zelf.
Daarom spreekt de rechtbank verdachte vrij van de primair ten laste gelegde oplichting onder beide parketnummers.
Ten aanzien van witwassen komt de rechtbank tot een ander oordeel.
Zij acht medeplegen van opzetwitwassen wettig en overtuigend bewezen.
De rechtbank leidt uit chatgesprekken af dat verdachte weet dat de door hem opgehaalde bestellingen met geld uit oplichting zijn betaald en dat het op zijn rekening gestorte geld eveneens van oplichting afkomstig is.
Daarmee is volgens de rechtbank sprake van opzet op de criminele herkomst.
De rechtbank past daarbij ook partiële vrijspraken toe in individuele zaaksdossiers.
In één zaak wordt een transactie tijdig door de bank tegengehouden.
In een andere zaak kan niet worden vastgesteld dat verdachte de betreffende pakketjes ophaalt.
Voor de overige relevante dossiers acht de rechtbank bewezen dat verdachte, al dan niet samen met een ander, goederen afhaalt in opdracht van anderen en daarmee het wegsluizen en benutten van criminele opbrengsten faciliteert.
Bewezenverklaring
De rechtbank verklaart bewezen dat verdachte onder parketnummer 02-071660-25 in de periode van 22 februari 2023 tot en met 4 maart 2023 in Nederland tezamen en in vereniging met anderen een geldbedrag verwerft en of voorhanden heeft en of overdraagt, terwijl hij en zijn mededaders weten dat dit geldbedrag onmiddellijk of middellijk afkomstig is uit enig misdrijf.
De rechtbank verklaart bewezen dat verdachte onder parketnummer 16-238608-24 in de periode van 2 maart 2023 tot en met 20 maart 2023 te Bennebroek, Wageningen, Hoorn, Heerhugowaard en of Utrecht tezamen en in vereniging met anderen een geldbedrag verwerft en of voorhanden heeft en of overdraagt, terwijl hij en zijn mededaders weten dat dit geldbedrag onmiddellijk of middellijk afkomstig is uit enig misdrijf.
De rechtbank kwalificeert dit als medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd.
De rechtbank spreekt verdachte vrij van het meer of anders ten laste gelegde, waaronder de primair ten laste gelegde oplichting.
Strafoplegging
De rechtbank weegt de aard en ernst van witwassen zwaar.
Witwassen tast de integriteit van het financiële en economische verkeer aan en heeft een ontwrichtende werking omdat uitgaven en bestedingen worden gedaan met crimineel verkregen geld.
Het bevordert dat misdaad loont en helpt criminele opbrengsten buiten bereik van rechthebbenden te brengen.
Verdachte heeft volgens de rechtbank vooral oog voor eigen financieel gewin, doordat hij tegen betaling pakketjes ophaalt en zijn bankrekening beschikbaar stelt.
Bij de persoon van verdachte betrekt de rechtbank dat hij ten tijde van de feiten 18 jaar is, dat zijn strafblad niet wijst op eerdere soortgelijke veroordelingen, en dat een reclasseringsrapport schetst dat hij destijds instabiliteit kent op meerdere leefgebieden, zonder werk, inkomen of stabiele thuissituatie.
De rechtbank neemt mee dat verdachte zijn leven inmiddels op orde brengt, bij (ex-)schoonouders woont, werk zoekt en sinds de feiten niet opnieuw met politie en justitie in aanraking komt.
De rechtbank ziet geen aanleiding het jeugdstrafrecht toe te passen en past het volwassenenstrafrecht toe, mede omdat pedagogische beïnvloeding niet meer voor de hand ligt en toezicht of interventies niet nodig worden geacht.
De rechtbank oordeelt bovendien dat de redelijke termijn niet is overschreden, gelet op de uitzonderlijke complexiteit van het onderzoek met meerdere verdachten, een zeer omvangrijk dossier en een groot aantal aangiftes.
Alles afwegend acht de rechtbank passend en geboden een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaar, als stok achter de deur.
Daarnaast legt zij een taakstraf op van 150 uur, met vervangende hechtenis van 75 dagen indien niet naar behoren verricht.
Lees hier de volledige uitspraak.
