Bedrijf verantwoordelijk voor fatale val van schip

Rechtbank Oost-Brabant 17 februari 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:1059

Een bedrijf uit de gemeente Waalwijk is verantwoordelijk voor het overlijden van een werknemer die tijdens zijn werk aan een schip te water raakte en daardoor verdronk. De rechtbank Oost-Brabant legt een geldboete op van 75.000 euro. De medewerker van het bedrijf was in januari 2023 bezig met snijbrandwerk op het achterdek van een schip dat lag afgemeerd aan de kade. Hij verscheen in de ochtend niet bij een koffiepauze en was daarna onvindbaar. Drie dagen later vond de politie zijn levenloze lichaam in de watergang waar het schip lag. Hij kwam door verdrinking om het leven.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wet gegevensverwerking persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten: een analyse

Op 1 juli 2025 trad de Wet gegevensverwerking persoonsgerichte aanpak radicalisering en terroristische activiteiten (Wet PARTA) in werking. De wet biedt de juridische grondslag voor casusoverleggen over radicalisering en terroristische activiteiten. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling om wijzigingen in bestaande praktijken te bewerkstelligen; het gaat om codificatie van een al jaren bestaand fenomeen, waarbij een groot aantal (overheids)partijen is betrokken. De Wet PARTA heeft betrekkelijk weinig politieke of maatschappelijke deining veroorzaakt en is met een ruime meerderheid door het parlement aangenomen. Onder academici en wetgevingsadviseur bestond er wél de nodige discussie, bijvoorbeeld over afbakening van de begrippen ‘radicalisering’, ‘extremisme’ en ‘terrorisme’, en over het toezicht op gegevensverwerkingen. In deze bijdrage analyseren de auteurs de Wet PARTA en het bijbehorende besluit vanuit het perspectief van het nationale veiligheidsrecht en het gegevensbeschermingsrecht. Zij werpen fundamentele vragen op met betrekking tot rechtsstatelijke waarborgen en gegevensbescherming.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wet internationale sanctiemaatregelen (Wis) ingediend bij de Tweede Kamer

Op 19 februari jl. is het voorstel voor de Wet internationale sanctiemaatregelen (Wis) ingediend bij de Tweede Kamer. Dit wetsvoorstel moderniseert de Sanctiewet 1977. De veranderingen zijn aanzienlijk — en voor de bijzonder-strafrechtpraktijk direct relevant. De Wis breidt de bestuursrechtelijke handhaving van sanctieschendingen fors uit, introduceert vergaande interventiebevoegdheden bij ondernemingen en registergoederen, en richt een centraal meldpunt sancties op. In deze vlog lopen we de belangrijkste onderdelen langs.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Trefwoordenfiltering bij digitale gegevensdragers: rechtbank oordeelt dat niet-gedeelde cliëntdocumenten slechts bij concrete onderbouwing onder het verschoningsrecht vallen

Rechtbank Amsterdam 27 januari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:1071

Deze uitspraak betreft een beklag van twee advocaten over de filtering van mogelijk verschoningsgerechtigde gegevens op de in beslag genomen laptop van hun cliënt. Hun cliënt wordt verdacht van passieve niet-ambtelijke omkoping en het doen van onjuiste aangiften inkomstenbelasting, terwijl hij de advocaten bijstaan in een fiscaal dispuut met de Belastingdienst. De rechter-commissaris laat onder haar regie een trefwoordenfiltering uitvoeren door een geheimhoudersfunctionaris en verricht een steekproef en aanvullende controles. Klagers stellen dat ook door de cliënt opgestelde, nog niet gedeelde documenten onder het verschoningsrecht vallen en mogelijk buiten de zoektermen zijn gebleven. De rechtbank oordeelt dat de gevolgde werkwijze, conform recente rechtspraak van de Hoge Raad, voldoende waarborgen biedt voor het verschoningsrecht. Het beklag wordt ongegrond verklaard omdat klagers hun stellingen over niet-gefilterde vertrouwelijke stukken onvoldoende concreet onderbouwen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontnemingsvordering strandt na elf jaar stilstand: officier van justitie niet-ontvankelijk wegens ernstige termijnoverschrijding

Rechtbank Amsterdam 20 januari 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:1137

Deze zaak betreft een ontnemingsvordering tegen een veroordeelde wegens medeplegen van oplichting in de periode 2002–2005. De officier van justitie dient in 2010 een vordering in tot betaling van 59.959,50 aan wederrechtelijk verkregen voordeel. Na toewijzing van een getuigenverzoek in 2010 blijft de zaak ruim elf jaar stil liggen. Bij hervatting in 2026 vordert de officier van justitie zelf niet-ontvankelijkheid wegens ernstige overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank oordeelt dat het extreme tijdsverloop en het uitblijven van essentieel getuigenverhoor een eerlijke behandeling onmogelijk maken. De officier van justitie wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard en er wordt geen betalingsverplichting opgelegd.

Read More
Print Friendly and PDF ^