Volgens de officier van justitie heeft Eternit Fabrieken B.V. (Eternit) zich ten aanzien van twee oud-werknemers en een partner van een oud-werknemer schuldig gemaakt aan doodslag. Het bedrijf uit Goor wordt verantwoordelijk gehouden voor de dood van deze personen, omdat zij door Eternit aan asbest(vezels) zijn blootgesteld.
De Hoge Raad heeft op 14 juli prejudiciële vragen beantwoord die het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gesteld over de rechtsmacht van Nederland in het geval waarin het gaat om het in het buitenland valselijk opmaken of vervalsen van een IND-formulier bedoeld voor een nareisprocedure.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 februari 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:1096
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeelt een verdachte voor belaging van een stichting voor hulpverlening en bevestigt daarmee dat een rechtspersoon slachtoffer kan zijn van belaging in de zin van artikel 285b lid 1 Sr. De verdachte, een voormalig deelnemer aan een proefwonen-traject, belaagt de stichting gedurende meerdere maanden door veelvuldig locaties te bezoeken, te bellen, dreigende briefjes achter te laten en negatieve TikTok-video's te plaatsen. Het hof verwijst naar een arrest van de Hoge Raad uit 2000 waaruit volgt dat een rechtspersoon in beginsel beschikt over een persoonlijke levenssfeer waarop inbreuk kan worden gemaakt. Het Openbaar Ministerie wordt gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaard ten aanzien van de belaging van individuele medewerkers, wegens het ontbreken van individuele klachten als vereist op grond van artikel 285b lid 2 Sr. De verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van tien weken met aftrek van voorarrest en een locatieverbod voor de duur van drie jaren, dat dadelijk uitvoerbaar wordt verklaard. Het hof acht het zorgwekkend dat eerdere maatregelen, waaronder een stopgesprek met de politie en een locatieverbod, de verdachte niet hebben weerhouden van zijn gedrag.
Rechtbank Rotterdam 6 november 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:13651
De rechtbank Rotterdam oordeelt dat de rechter-commissaris betrokken moet worden bij de beoordeling van OVC-opnames op aanwezigheid van verschoningsgerechtigde informatie. Klager, een rechtspersoon verdacht van sanctieschending, vraagt om rechterlijke filtering van opnames die mogelijk vertrouwelijke gesprekken bevatten. De rechter-commissaris wijst dit verzoek af, omdat het zou gaan om technisch opgenomen gesprekken. Het Openbaar Ministerie filtert de gesprekken daarop zelf, met inzet van een geheimhoudersofficier. De rechtbank verklaart het bezwaar van klager gegrond, verwijst naar de Hoge Raad en draagt de rechter-commissaris alsnog op de filtering uit te voeren. Zo wordt het verschoningsrecht afdoende gewaarborgd.
Hoge Raad 25 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1681
De Hoge Raad verduidelijkt wanneer kosten van rechtsbijstand als buitengerechtelijke kosten van rechtsbijstand voor vergoeding in aanmerking komen en dus als vermogensschade die rechtstreeks is geleden door het strafbare feit. In zo’n geval kunnen deze kosten in het strafproces worden toegewezen als onderdeel van de schade van de benadeelde partij en dan kunnen deze kosten ook in aanmerking worden genomen bij de oplegging van een schadevergoedingsmaatregel. Dat geldt niet voor door de benadeelde partij gemaakte kosten voor rechtsbijstand die behoren tot de proceskosten waarover de rechter een afzonderlijke beslissing moet geven.
Het Openbaar Ministerie heeft met twee bestuurders van een Noord-Nederlands detacheringsbureau transactieovereenkomsten gesloten, waardoor verdere strafvervolging wordt voorkomen. De verdachten betalen een geldsom van 100.000 euro en zullen 120 uur onbetaalde arbeid verrichten. Daarmee wordt een langlopend onderzoek naar belastingfraude beëindigd.
De eerste tranche algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s) onder het nieuwe Wetboek van Strafvordering is in consultatie gebracht. Deze vijftien besluiten vullen het nieuwe wetboek concreet in, met uitvoeringsregels over onder meer opsporing, strafbeschikkingen, heimelijke bevoegdheden en slachtofferrechten. Het gaat deels om nieuwe regels, deels om modernisering van bestaande besluiten zoals het Besluit OM-afdoening en het Besluit technische hulpmiddelen strafvordering. De AMvB’s vormen de brug tussen wetgeving en praktijk en moeten een uniforme toepassing binnen de strafrechtketen waarborgen. Reacties kunnen tot 31 januari 2026 worden ingediend via internetconsultatie.nl. Hiermee krijgt de modernisering van het strafprocesrecht haar eerste praktische invulling.
Rechtbank Amsterdam 22 mei 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:4195
De rechtbank legt Naam 1 B.V. een betalingsverplichting op van 1.013.956 euro wegens wederrechtelijk verkregen voordeel. De vennootschap leverde goederen en technische bijstand voor de bouw van de Krimbrug, in strijd met Europese sancties en de Sanctiewet 1977. Het totale voordeel bedraagt oorspronkelijk 1.511.610 euro. De rechtbank accepteert aftrek van projectgebonden kosten zoals personeelsuren en onderdekking. Indirecte kosten zoals overhead en garantiekosten worden afgewezen.
Hoge Raad 7 oktober 2025, ECLI:NL:HR:2025:1490
In deze zaak staat centraal of de eerste aanbetaling van € 500 – waarvoor de verdachte is vrijgesproken wegens het ontbreken van het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling – kan worden aangemerkt als rechtstreekse schade van de wél bewezenverklaarde oplichting. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom die eerste betaling in causaal verband staat tot de latere oplichtingshandelingen, namelijk de twee aanbetalingen voor verf die nooit zijn geleverd. Omdat het hof dit verband niet inzichtelijk heeft gemaakt, is het oordeel dat sprake is van rechtstreekse schade niet begrijpelijk. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest gedeeltelijk en verwijst de zaak terug. De centrale rechtsvraag is dus ontkennend beantwoord: zonder nadere motivering levert de vrijgesproken aanbetaling geen rechtstreekse schade op van het bewezenverklaarde feit.
Gerechtshof Amsterdam 26 september 2025, ECLI:NL:GHAMS:2025:2595
Het gerechtshof Amsterdam oordeelt dat een man zonder invoervergunning 74 doosjes van het Chinese medicijn Gantaishu, met het beschermde ingrediënt Saussurea costus, de EU heeft binnengebracht. Hoewel het feit strafbaar is, wordt hij vrijgesteld van straf. Het hof acht bewezen dat de verdachte zich heeft ingespannen om de regels te begrijpen. Door misleidende informatie in de Chinese vertaling van de Cites-verordening dacht hij te goeder trouw te handelen. Van opzet is geen sprake, zelfs niet in kleurloze vorm. Daarom volgt ontslag van alle rechtsvervolging.
