Onderzoek Braddon: rechtbank legt 7 groepsvennootschappen geldboetes op en veroordeelt feitelijk leidinggever wegens niet tijdig doen van aangiften vennootschapsbelasting

De rechtbank Oost-Brabant veroordeelt op 7 mei 2026 in acht samenhangende vonnissen (ECLI:NL:RBOBR:2026:2869 tot en met 2876) zeven groepsvennootschappen tot geldboetes van in totaal € 1.323.000 wegens het opzettelijk niet tijdig doen van aangiften vennootschapsbelasting over 2020 en 2021. De feitelijk leidinggever krijgt een gevangenisstraf opgelegd van achttien maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren. Het gezamenlijk geschatte fiscale nadeel binnen de groep bedraagt ruim € 2,8 miljoen, voortkomend uit het FIOD-onderzoek Braddon. De rechtbank verwerpt de verweren over de ontvangst van aanmaningen en het strekkingsvereiste, en neemt voorwaardelijk opzet aan wegens het structureel ontbreken van een deugdelijke administratie. Partiële vrijspraak volgt van het onderdeel niet doen van aangiften, nu deze alsnog op 28 juni 2024 zijn ingediend, en van het ten laste gelegde medeplegen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Niet-ontvankelijkverklaring Openbaar Ministerie in omkopingszaak Jamaicaanse minister: rechtbank Rotterdam volgt procesafspraken na zeer ernstige overschrijding van de redelijke termijn

Rechtbank Rotterdam 14 april 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:5164

De rechtbank Rotterdam verklaart op 14 april 2026 het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van een rechtspersoon die wordt verweten in 2006 een Jamaicaanse minister te hebben omgekocht via geldbedragen van in totaal circa € 389.377,47 aan CCOC Association. De rechtbank volgt het afdoeningsvoorstel dat de officier van justitie en de verdediging gezamenlijk hebben opgesteld en dat strekt tot beëindiging van de zaak zonder inhoudelijke beoordeling. De procesafspraken zijn ingegeven door de zeer ernstige overschrijding van de redelijke termijn, de twijfel of een eerlijk proces in de zin van artikel 6 EVRM nog haalbaar is en de inschatting dat niet alle getuigen meer kunnen worden gehoord. Ook wordt de maatschappelijke opportuniteit van verdere vervolging na het aanzienlijke tijdsverloop ter discussie gesteld. De rechtbank toetst het afdoeningsvoorstel aan het kader van HR 27 september 2022, ECLI:NL:HR:2022:1252 en concludeert dat aan de eisen van een eerlijk proces is voldaan bij de totstandkoming ervan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geen vrijgave geld voor verdediging in mondkapjesdeal

Rechtbank Amsterdam 6 mei 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:4473

De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam weigert op 6 mei 2026 de gevorderde gedeeltelijke opheffing van executoriale derdenbeslagen ten laste van een van de hoofdrolspelers van de mondkapjesdeal. De eiser vordert vrijgave van € 150.000 uit de door Stichting Hulptroepen Alliantie gelegde beslagen om zijn rechtsbijstand in hoger beroep te financieren. De voorzieningenrechter oordeelt dat de eiser geen transparant en consistent inzicht verschaft in zijn inkomens- en vermogenspositie. De wisselende opgaven roepen vragen op over verantwoording van grote sommen geld die niet zijn beantwoord. Daardoor kan financiële nood en daarmee een aantasting van de effectieve toegang tot de rechter niet aannemelijk worden geacht. De eerder door de strafrechter verleende opheffing van het strafvorderlijk beslag werkt niet door in de civiele belangenafweging tussen partijen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechtbank Amsterdam past HR-kader toe en wijst alle getuigenverzoeken af in ontnemingszaken Delos

Rechtbank Amsterdam 3 april 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:3799 en ECLI:NL:RBAMS:2026:3800

De rechtbank Amsterdam wijst op 3 april 2026 in twee parallelle ontnemingsprocedures uit het onderzoek Delos alle getuigenverzoeken integraal af. Onder toepassing van het door de Hoge Raad ontwikkelde kader (HR:2010:BK3424, HR:2021:1749 en HR:2022:147) stelt de rechtbank vast dat de toewijzing van getuigen in het hoger beroep van de strafzaak niet zonder meer meebrengt dat dezelfde getuigen in de ontneming moeten worden gehoord. De verdediging moet concreet onderbouwen welke onderdelen van de ontnemingsrapportage de getuige kan raken en hoe diens verklaring de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel kan beïnvloeden. Bij gebreke van die specifieke onderbouwing worden zowel de drugs- als de witwasgerelateerde verzoeken afgewezen. Het voorwaardelijk aanhoudingsverzoek van de waarnemend raadsvrouw wijst de rechtbank eveneens af.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Bankhelpdeskfraude: rechtbank wijkt fors af van strafeis vanwege bekennende proceshouding en aantoonbaar gewijzigde levenshouding van verdachte

Rechtbank Zeeland-West-Brabant 16 april 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:3048

De rechtbank Zeeland-West-Brabant veroordeelt een jonge verdachte voor zijn rol in een grootschalige bankhelpdeskfraudezaak waarbij dertien aangevers daadwerkelijk zijn opgelicht en acht aangevers het slachtoffer zijn van een poging daartoe. De officier van justitie eist een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 36 maanden, doch de rechtbank wijkt op grond van de proceshouding van de verdachte fors van die eis af. De verdachte heeft openheid van zaken gegeven, neemt verantwoordelijkheid voor zijn handelen en heeft sinds zijn schorsing uit de voorlopige hechtenis aantoonbare positieve stappen gezet in zijn leven. De rechtbank acht het niet wenselijk dat de verdachte terugkeert naar de gevangenis en legt een gevangenisstraf op van 16 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest, gecombineerd met de maximale taakstraf van 240 uren. Daarnaast constateert de rechtbank een vormverzuim bij het onderzoek aan de telefoons van de verdachte, doch volstaat zij met de enkele constatering daarvan zonder daar consequenties aan te verbinden.

Read More
Print Friendly and PDF ^