Uitkeringsfraude: Verdenking medeplegen schending inlichtingenplicht van de partner van de verdachte: niet bewezen dat verdachte wist dat haar partner uitkering genoot

Rechtbank Rotterdam 28 september 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:10013

Voor een bewezenverklaring van zowel feit 1 als feit 2 is essentieel dat kan worden vastgesteld dat de verdachte in de betreffende periode wetenschap had van de uitkering van de medeverdachte en vervolgens pas of zij ook wetenschap had van het bestaan van de bijbehorende inlichtingenplicht en het schenden daarvan. De rechtbank is van oordeel dat juist de wetenschap dat de verdachte een bijstandsuitkering kreeg, niet uit het dossier volgt. Het dossier bevat een slecht leesbare screenshot waaruit zou moeten blijken van een zoekopdracht die de verdachte, tijdens haar baan bij de gemeente, in Suwinet heeft uitgevoerd met het BSN-nummer van de medeverdachte. Onduidelijk is echter welke informatie de verdachte met deze zoekopdracht heeft gezien. Bovendien vond deze zoekopdracht plaats voordat de uitkering aan de medeverdachte werd toegekend.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Unicum: veroordeling voor buitensporig middelenverbruik door bestuurder (art. 347 Sr nieuw)

Rechtbank Amsterdam 9 november 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:7145

De Verdachte heeft als bestuurder bedrijfsactiva om niet vervreemd ten gevolge waarvan een vennootschap ernstig is benadeeld en het voortbestaan daarvan in gevaar is gekomen. Verdachte heeft vanuit de betreffende vennootschap omzet uitgekeerd aan zichzelf en bedrijfsactiva die een bepaalde waarde vertegenwoordigden – namelijk het klanten- en personeelsbestand – om niet overgeheveld naar twee andere vennootschappen, terwijl de ‘verlaten’ vennootschap achterbleef met een verdampende omzet en een miljoenenschuld bij de Belastingdienst.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Verzoek ex art. 530 Sv: in geval van sepot dienen ook reiskosten en tijdverzuim voor vergoeding in aanmerking komen

Rechtbank Noord-Holland 4 oktober 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:10938

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor gewoontewitwassen: fraude en internetbankieren

Rechtbank Amsterdam 1 augustus 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:6693

Verdachte had een leidinggevende positie bij Bedrijfsnaam 2 en Bedrijfsnaam 3, hij was degene die de geldzaken regelde en beschikte als enige over de bankpassen. De rechtbank stelt dan ook vast dat verdachte op de hoogte was van de op de bedrijfsrekeningen van Bedrijfsnaam 2 en Bedrijfsnaam 3 gestorte geldbedragen. De rechtbank acht bewezen dat verdachte wist dat deze geldbedragen van misdrijf afkomstig waren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor voorhanden hebben gehad en valselijk opmaken diploma's

Rechtbank Rotterdam 23 oktober 2023, ECLI:NL:RBROT:2023:9964

De Verdachte heeft twee valse diploma’s voorhanden gehad en één diploma valselijk opgemaakt. Dat de Verdachte heeft gehandeld vanuit zijn voorbeeldfunctie als voormalig rector en bestuurder van de hogeschool maakt zijn handelen des te kwalijker. Daar komt bij dat de Verdachte de onderhavige feiten heeft gepleegd terwijl hij in een schorsing van de voorlopige hechtenis in een andere strafzaak liep en aan die schorsing strikte voorwaarden waren verbonden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak exploitanten van snackbarketen wegens mensensmokkel omdat winstbejag niet kan worden vastgesteld

Rechtbank Amsterdam 26 oktober 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:6720

Het verwijt dat aan de verdachten wordt gemaakt is dat zij uit winstbejag behulpzaam zijn geweest bij het verschaffen van verblijf aan Persoon 2 en Persoon 1 of hen daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen hebben verschaft. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat er van winstbejag reeds sprake is als de handeling gericht is op verrijking. De politierechter is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen niet met voldoende zekerheid kan worden afgeleid dat daarvan sprake is.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Afwijzing verzoek ex art. 530 Sv: Verdenking van verduistering niet verder vervolgd vanwege persoonlijke omstandigheden

Rechtbank Noord-Holland 13 september 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:10433

De verzoekster is aangemerkt als Verdachte op verdenking van verduistering (in dienstbetrekking). Er is sprake van een beleidssepot. Er was voldoende bewijs voor de beschuldiging, maar er waren andere omstandigheden om niet tot vervolging over te gaan. Verzoekster was al ontslagen. Het strafbaar handelen kon echter wel bewezen worden. De rechtbank is van oordeel dat de kosten van rechtskundige bijstand voor rekening van verzoekster dienen te blijven; zij heeft deze kosten aan haar eigen gedrag te wijten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor betrokkenheid bij btw-carrouselfraude

Rechtbank Overijssel 21 september 2023, ECLI:NL:RBOVE:2023:3795

De rechtbank acht bewezen dat Verdachte opzet heeft gehad op het onjuist doen van de ten laste gelegde aangiften omzetbelasting. De rechtbank overweegt hiertoe dat het opzet volgt uit de verklaringen van Verdachte en Medeverdachte 1 dat zij leverden aan de Duitse vennootschappen enkel en alleen met het doel geen BPM te hoeven voorfinancieren én het nultarief toe te kunnen passen (en zodoende dus ook geen btw te hoeven voorfinancieren), zodat sprake was van onzakelijke schijntransacties.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Penningmeester veroordeeld tot maandenlange gevangenisstraf

De rechtbank Overijssel veroordeelt een 76-jarige man tot een gevangenisstraf van 8 maanden. De man was penningmeester van een stichting en heeft ruim zeven jaar lang geld gestolen van de rekening van de stichting en geschriften valselijk opgemaakt en die geschriften gebruikt. Naast de gevangenisstraf moet de man ook ruim 90.000 euro terugbetalen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak bedrieglijke bankbreuk vanwege wijze waarop tenlastelegging is geformuleerd

Rechtbank Amsterdam 28 september 2023, ECLI:NL:RBAMS:2023:6070

Hoewel uit de feiten en omstandigheden kan worden afgeleid dat verdachte een substantiële bijdrage heeft geleverd aan de bedrieglijke bankbreuk, blijkt uit het dossier onvoldoende dat sprake was van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte enerzijds en de bestuurder van de B.V. anderzijds. Verdachte wordt vrijgesproken van het primair ten laste gelegde. De feiten en omstandigheden wijzen er wel op dat verdachte medeplichtig is geweest aan de bedrieglijke bankbreuk. Toch zal de rechtbank verdachte ook vrijspreken van de subsidiair tenlastegelegde medeplichtigheid, vanwege de formulering van de tenlastelegging. De tenlastelegging is zo verwoord dat de medeverdachte de bedrieglijke bankbreuk, al dan niet tezamen en in vereniging met (de bestuurder(s) van)de B.V. en/of andere (rechts)personen, heeft gepleegd. De medeverdachte is echter niet als (mede)pleger veroordeeld. Gelet hierop kan dus niet worden bewezen dat verdachte de medeverdachte als (mede)pleger van bedrieglijke bankbreuk opzettelijk behulpzaam is geweest.

Read More
Print Friendly and PDF ^