Profijtontneming: Toerekenen van voordeel - via resultaat van de maatschap - aan notaris conform (maatschaps)contract (Klimop)

Gerechtshof Amsterdam 8 maart 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:1550

De raadsman heeft bepleit dat door verplichtingen voortvloeiend uit de wet en bepalingen van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie en het maatschapscontract, de inkomsten vielen in de maatschap en derhalve mede aan de maat naam 1 zijn toegekomen, waardoor zij niet van (alleen) de veroordeelde in privé kunnen worden ontnomen. Het voordeel moet in aanmerking genomen worden in de jaren waarin de betalingen hebben plaatsgehad, aldus de raadsman.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Herziening verzocht in witwaszaak o.b.v. rapport van forensische accountant van OM in ontnemingszaak met herziene kasopstelling

Hoge Raad 25 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:1036

De aanvraag tot herziening is gebaseerd op de stelling dat het door de forensisch accountant van het Openbaar Ministerie, verbalisant, opgemaakte “memorandum ontneming [de aanvrager]” van 22 maart 2018 een als nieuw aan te merken deskundigeninzicht oplevert. Dit bij de aanvraag gevoegde rapport is opgemaakt ten behoeve van de ontnemingsprocedure waarin de ontneming van het door de aanvrager wederrechtelijk verkregen voordeel wordt gevorderd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontneming: rechtsmacht t.a.v. “andere strafbare feiten”

Hoge Raad 11 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:909

Het eerste middel bevat de klacht dat het hof het verweer strekkende tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in zijn ontnemingsvordering dan wel tot afwijzing van die vordering wegens het ontbreken van rechtsmacht ten onrechte heeft verworpen, althans de verwerping ontoereikend heeft gemotiveerd.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Profijtontneming & Oud recht

Gerechtshof Amsterdam 22 maart 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:967

In de onderhavige zaak is geen strafrechtelijk financieel onderzoek ingesteld. Dit brengt met zich dat ontneming in deze zaak slechts mogelijk is op de grondslag van het bepaalde in artikel 36e, tweede lid (oud), Sr, dat wil zeggen: ten aanzien van voordeel verkregen door middel van of uit de baten van de in de hoofdzaak bewezen verklaarde feiten, soortgelijke feiten of feiten waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd, indien er voldoende aanwijzingen bestaan dat zij door de veroordeelde zijn begaan.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontneming: toepassing geven aan art. 36e Sr (nieuw) als feiten zijn gepleegd vóór wetswijziging?

Hoge Raad 4 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:841

Het middel klaagt dat het Hof ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd toepassing heeft gegeven aan art. 36e Sr zoals deze bepaling luidt sinds de wetswijziging van 1 juli 2011, terwijl de strafbare feiten waaruit het voordeel zou zijn verkregen dateren van voor deze wetswijziging.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Recent case law on Dutch confiscation law

Voor het door de EU gefinancierde onderzoeksproject 'Improving Confiscation' is door Wouter de Zanger (Universiteit Utrecht) (in het Engels) een korte nieuwsbrief geschreven over recente rechtspraak van de Hoge Raad over de aanpak van met misdaad verkregen geld. Daarin besteedt hij aandacht aan de combinatie van een witwasveroordeling en een afroomboete, voordeelsontneming als onderdeel van een 'deal' met een (kroon)getuige en de onderbouwing van beslag onder een derde.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Uitspraak ontnemingszaak na in hoger beroep getroffen schikking met OM

Gerechtshof Amsterdam 21 januari 2019, ECLI:NL:GHAMS:2019:239

Het hof hecht eraan op te merken dat het in onderhavige zaak niet gaat om een schikking in de zin van artikel 511c van het Wetboek van Strafvordering. De in dat artikel geregelde situatie ziet op de totstandkoming van een schriftelijke schikking tussen het openbaar ministerie en de veroordeelde zolang het onderzoek ter terechtzitting bij de rechtbank nog niet is gesloten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Eigenaar moet illegale winst uit asfaltberg afstaan

Rechtbank Oost-Brabant 1 mei 2019, ECLI:NL:RBOBR:2019:2492

Een 69-jarige man uit Nuenen moet 374.072 euro aan de Staat betalen. Dit bedrag heeft hij volgens de rechtbank Oost-Brabant op illegale wijze verdiend door met zijn bedrijven de vergunningvoorschriften voor opslag van asfalt te overtreden.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR herhaalt omstandigheden waaronder hoofdelijke betalingsverplichting kan worden opgelegd

Hoge Raad 2 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:381

Bij de bepaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel dient te worden uitgegaan van het voordeel dat de betrokkene in de concrete omstandigheden van het geval daadwerkelijk heeft behaald. Art. 36e, zevende lid, Sr voorziet daarbij in het opleggen van een individuele verplichting tot betaling van het totale geschatte bedrag aan voordeel dat door twee of meer verenigde personen uit een door hen gepleegd strafbaar feit wederrechtelijk is verkregen. Met de daarin voorziene regeling van een hoofdelijke betalingsverplichting is niet beoogd af te doen aan het reparatoire karakter van de ontnemingsmaatregel.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Artikel: Causaliteit tussen strafbare gedraging en verkregen voordeel bij ontnemingsmaatregel

Voor het opleggen van een ontnemingsmaatregel is in beginsel een causaal verband vereist tussen het begane strafbaar feit en het genoten voordeel. Er moet een vergelijking worden gemaakt tussen de werkelijke strafbare situatie en een hypothetische normconforme situatie. Indien tussen deze twee situaties geen financieel verschil bestaat voor de betrokkene, kan geen ontnemingsmaatregel worden opgelegd. Enkel wanneer gebruik wordt gemaakt van de abstracte berekenmethode, is voor de toepassing van de ontnemingsmaatregel geen causaal verband vereist.

Read More
Print Friendly and PDF ^