Franse advocatuur signaleert behoefte aan richtsnoeren voor de schikking in milieuzaken

Franse vervolgingsautoriteiten passen sinds eind 2020 de milieuvariant van de convention judiciaire d'intérêt public toe, het Franse equivalent van de deferred prosecution agreement voor rechtspersonen. Deze CJIP environnementale werd ingevoerd door de loi n° 2020-1672 van 24 december 2020 en is neergelegd in de artikelen 41-1-3 en 180-3 van de Code de procédure pénale. Een recent bericht meldt dat in ongeveer vijf jaar bijna vijftig schikkingen met ondernemingen zijn gesloten ter afdoening van milieudelicten. De geraadpleegde Franse advocaten noemen het instrument bruikbaar, maar signaleren behoefte aan nadere richtsnoeren over de toepassing. De regeling maakt afdoening zonder schulderkenning mogelijk, met een geldboete tot 30 procent van de gemiddelde jaaromzet, een nalevingsprogramma en herstel van de milieuschade. De afdoening behoeft rechterlijke validatie door de voorzitter van het tribunal judiciaire.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Onjuist gebruik elektrische veeprikker bij varkenstransport: rechtbank Oost-Brabant veroordeelt vervoerders en werkgevers, partiële vrijspraak ten aanzien van niet-volwassen varkens

De Rechtbank Oost-Brabant veroordeelt op 7 mei 2026 in vier samenhangende vonnissen twee veetransporteurs en hun werkgevers wegens het opzettelijk overtreden van de Europese transportverordening 1/2005 bij het laden van varkens. De medewerkers gebruiken de elektrische veeprikker herhaaldelijk en op andere lichaamsdelen dan de achterpoten van varkens die geen ruimte hebben of al in beweging zijn. De rechtbank verwerpt het ontvankelijkheidsverweer van de natuurlijke personen omdat de strafvorderingsrichtlijn dierenmishandeling ziet op particulieren en niet op bedrijfsmatig handelen. Op het verwijt dat de schokken zijn toegediend op niet-volwassen varkens volgt partiële vrijspraak omdat voor vrouwelijke varkens van zes maanden oud geen wettelijke leeftijdsgrens is vastgelegd. Beide natuurlijke personen krijgen een taakstraf van 60 uur waarvan 30 uur voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Aan beide rechtspersonen legt de rechtbank een geldboete op van € 30.000 waarvan € 10.000 voorwaardelijk wegens het opzettelijk overtreden van de transportverordening in de uitoefening van het bedrijf.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Voorwaardelijke geldboete van € 10.000 voor melkveehouderij wegens opzettelijke overschrijding fosfaatrecht

Rechtbank Overijssel 13 mei 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:2553

De rechtbank Overijssel veroordeelt een melkveehouderij tot een voorwaardelijke geldboete van € 10.000 wegens overschrijding van het fosfaatrecht in 2022 en 2023. Het bedrijf produceert in beide jaren ruim 1.800 kilogram meer fosfaat dan toegestaan op grond van artikel 21b, eerste lid, Meststoffenwet. De rechtbank kwalificeert de overschrijding als opzettelijk begaan en past daarbij het in het economisch strafrecht gehanteerde begrip van kleurloos opzet toe. Het opzet hoeft uitsluitend gericht te zijn op de verweten gedraging en niet op de wederrechtelijkheid daarvan. Bij de strafmaat houdt de rechtbank rekening met persoonlijke en bedrijfsmatige omstandigheden, waaronder het overlijden van een vennoot en de aardbevingsproblematiek in Groningen. De rechtbank wijkt aanzienlijk af van de eis van het Openbaar Ministerie van € 27.000 en legt een lagere voorwaardelijke geldboete op met een proeftijd van twee jaren.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Onderzoek Partita: oliemengsels uit Le Havre kwalificeren als afvalstoffen, kennisgevingsprocedure EVOA ten onrechte achterwege gelaten

Rechtbank Rotterdam 23 april 2026, ECLI:NL:RBROT:2026:5457 en ECLI:NL:RBROT:2026:5454

De rechtbank veroordeelt op 23 april 2026 een Franse en een Nederlandse rechtspersoon voor het in vereniging meermalen overbrengen van afvalstoffen van Frankrijk naar Nederland zonder de vereiste kennisgeving op grond van de EVOA. Centraal staat de vraag of een mengsel van geraffineerde petroleumproducten kwalificeert als afvalstof of als product. De rechtbank oordeelt dat het mengsel een afvalstof is omdat de Franse opslagonderneming feitelijk geen bestemming had voor het mengsel en zich contractueel had verplicht zich daarvan te ontdoen. Het verweer dat de significante economische waarde en het voorgenomen hergebruik afbreuk doen aan de afvalstatus wordt verworpen, mede onder verwijzing naar het Shell-arrest en het Tronex-arrest. De Franse rechtspersoon krijgt een geldboete van € 200.000 opgelegd waarvan € 50.000 voorwaardelijk, mede gelet op de forse schending van de redelijke termijn. De Nederlandse rechtspersoon wordt slechts voor twee van de twaalf transporten verantwoordelijk gehouden en krijgt een geldboete van € 50.000.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Valsheid in geschrift bij transport van runderbloed naar co-vergistingsinstallatie: voorwaardelijk opzet ondanks ingewonnen advies van adviesbureau

Rechtbank Oost-Brabant 12 mei 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:3113 (natuurlijke persoon) en ECLI:NL:RBOBR:2026:3114 (rechtspersoon)

De rechtbank Oost-Brabant veroordeelt een transportbedrijf en zijn bestuurder voor het medeplegen van valsheid in geschrift bij het vervoer van runderbloed vanuit Duitsland naar een co-vergistingsinstallatie in Esbeek. Op CMR-vrachtbrieven, handelsdocumenten en facturen is een andere lading omschreven dan daadwerkelijk werd vervoerd, terwijl bloed niet op de positieve lijst voor co-vergisting staat. De rechtbank verwerpt het verweer dat verdachten geen voorwaardelijk opzet hadden, ondanks het ingewonnen advies van een adviesbureau. Het inwinnen van advies vrijwaart een internationaal vervoerder niet van zijn verplichting om de administratie naar waarheid te voeren. De rechtbank legt aanzienlijk lagere straffen op dan de officier van justitie eist, mede vanwege een forse overschrijding van de redelijke termijn met ruim twee jaar en drie maanden. De bestuurder krijgt een taakstraf van 70 uren en de vennootschap een geldboete van € 20.000.

Read More
Print Friendly and PDF ^