Franse advocatuur signaleert behoefte aan richtsnoeren voor de schikking in milieuzaken
/Franse vervolgingsautoriteiten hebben in ongeveer vijf jaar tijd bijna vijftig schikkingen met rechtspersonen gesloten op grond van de milieuvariant van de convention judiciaire d'intérêt public (CJIP), het Franse equivalent van de deferred prosecution agreement. De betrokken advocaten zien in het mechanisme een bruikbaar instrument, maar wijzen op de behoefte aan nadere richtsnoeren over de toepassing ervan.
De CJIP environnementale, ook aangeduid als CJIPE, werd geïntroduceerd door de loi n° 2020-1672 du 24 décembre 2020 relative au parquet européen, à la justice environnementale et à la justice pénale spécialisée (wet betreffende het Europees Openbaar Ministerie, de milieurechtspraak en de gespecialiseerde strafrechtspraak). De regeling, neergelegd in de artikelen 41-1-3 en 180-3 van de Code de procédure pénale (wetboek van strafvordering), maakt het mogelijk dat een rechtspersoon die wordt verdacht van een milieudelict een afdoening met het Openbaar Ministerie treft zonder schulderkenning en onder rechterlijke validatie. Het instrument is gemodelleerd naar de CJIP die in 2016 met de loi Sapin II werd ingevoerd voor onder meer corruptie en fiscale fraude.
De wettelijke grondslag van de CJIP environnementale
De CJIP werd in het Franse recht geïntroduceerd door de loi n° 2016-1691 du 9 décembre 2016 (de loi Sapin II) en is voor probiteitsdelicten en bepaalde fiscale fraude neergelegd in artikel 41-1-2 van de Code de procédure pénale. De wet van 24 december 2020 breidde deze afdoeningsvorm uit naar het milieustrafrecht door een afzonderlijke regeling te creëren in artikel 41-1-3 (tijdens het opsporingsonderzoek) en artikel 180-3 (in de fase van het gerechtelijk onderzoek) van de Code de procédure pénale. Deze milieuvariant staat open voor rechtspersonen die worden vervolgd voor een delict uit de Code de l'environnement of een daarmee samenhangend feit, met uitzondering van misdrijven tegen personen. Zij vult de reeds bestaande transaction pénale aan die was voorzien in artikel L. 173-12 van de Code de l'environnement, een mechanisme dat beperkt was tot lichtere feiten met een maximumstraf van twee jaar gevangenisstraf. Artikel 41-1-3 is nadien gewijzigd door de loi n° 2024-582 du 24 juin 2024.
Inhoud en verloop van de procedure
De CJIP environnementale kan een of meer verplichtingen aan de rechtspersoon opleggen. Het gaat om de betaling van een amende d'intérêt public (geldboete van openbaar belang) aan de Trésor public, waarvan de hoogte kan oplopen tot 30 procent van de gemiddelde jaaromzet berekend over de laatste drie bekende boekjaren, om de uitvoering van een nalevingsprogramma (programme de mise en conformité) van ten hoogste drie jaar onder toezicht van de bevoegde diensten, en om het herstel van de milieuschade en de vergoeding van de slachtoffers. De afdoening vergt geen schulderkenning door de rechtspersoon. Een gesloten overeenkomst krijgt pas rechtsgevolg na validatie door de voorzitter van het tribunal judiciaire, die de afspraken toetst en de overeenkomst al dan niet bekrachtigt. De eerste milieu-CJIP werd eind 2021 door de rechter gevalideerd. Dezelfde wet van 24 december 2020 voorzag daarnaast in gespecialiseerde regionale milieukamers bij aangewezen tribunaux judiciaires.
Toepassing in de praktijk
Het aantal milieu-CJIP's is sinds de invoering opgelopen. Verifieerbare bronnen vermelden circa 24 milieu-CJIP's tot eind 2023 en ruim 25 in de loop van 2025. De meest recente milieu-CJIP die in de officiële opgave van het Franse ministerie is opgenomen, betreft een op 13 mei 2026 door de voorzitter van het tribunal judiciaire de Marseille gevalideerde overeenkomst met de SAS Naphtachimie. In de berichtgeving over de milieu-CJIP wordt verder gewezen op een geldboete van € 2.000.000 als hoogste bedrag dat tot dusver in dit kader is opgelegd.
De gesignaleerde behoefte aan richtsnoeren
De geraadpleegde advocaten achten het mechanisme bruikbaar, maar zien zij ruimte voor verfijning. Dit standpunt sluit aan bij eerder in de Franse vakliteratuur gemaakte kanttekeningen. Anders dan bij de CJIP voor corruptie, waar de wetgever met de loi Sapin II zowel een wettelijk omschreven peine de mise en conformité (artikel 131-39-2 van de Code pénal) als de toezichthoudende Agence française anticorruptie introduceerde, laat de wet van 24 december 2020 zowel de inhoud van het door de rechtspersoon uit te voeren nalevingsprogramma als de wijze van controle daarop onbepaald. De parlementaire stukken verwijzen op dit punt naar de bevoegde diensten van het ministerie dat met milieuzaken is belast, zonder de modaliteiten nader uit te werken.
Afsluiting
De CJIP environnementale blijft verankerd in de artikelen 41-1-3 en 180-3 van de Code de procédure pénale, zoals gewijzigd bij de wet van 24 juni 2024. Het aantal gesloten milieu-CJIP's neemt blijkens de officiële opgave toe, met als meest recente vermelding de op 13 mei 2026 gevalideerde overeenkomst met de SAS Naphtachimie. Het standpunt van de geraadpleegde advocaten betreft de behoefte aan nadere richtsnoeren over de toepassing van het mechanisme. Op de achtergrond loopt de omzetting van de richtlijn (EU) 2024/1203 inzake de bescherming van het milieu door middel van het strafrecht (Environmental Crime Directive), waarvoor de lidstaten tot 21 mei 2026 de tijd hadden om nationale maatregelen te treffen.
