Conclusie AG over de verhouding tussen Awb-toezicht en opsporing bij de aanpak van ondermijning

Advocaat-generaal Paridaens concludeerde op 12 mei 2026 in een Opiumwetzaak over de inzet van bestuursrechtelijke toezichtsbevoegdheden bij een integrale controle naar ondermijning. Tijdens een gemeentelijke controle op het gebruik van panden overeenkomstig het bestemmingsplan trof een toezichthouder een drugslab aan in het bedrijfspand van de verdachte. De verdediging betoogde dat toezichtsbevoegdheden uit de Algemene wet bestuursrecht waren misbruikt voor strafrechtelijke doeleinden en bepleitte bewijsuitsluiting. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat het optreden van de gemeente rechtmatig was en dat alleen het gelijktijdig meelopen van een politiefunctionaris een vormverzuim opleverde, zonder rechtsgevolg. De advocaat-generaal acht alle vier de cassatiemiddelen ongegrond. Wel adviseert zij de gevangenisstraf te verminderen wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geld achter de plafondplaat: verhullen van de vindplaats bij witwassen toereikend gemotiveerd

Hoge Raad 26 mei 2026, ECLI:NL:HR:2026:788

De Hoge Raad oordeelt over een witwasveroordeling waarbij de verdachte een contant geldbedrag van € 32.100 achter een plafondplaat in de slaapkamer van de woonwagen van zijn buurvrouw heeft verstopt. De verdachte is door het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens witwassen op grond van artikel 420bis lid 1 onder a van het Wetboek van Strafrecht. In cassatie klaagt het tweede middel over de bewezenverklaring dat de verdachte de vindplaats van het geld heeft verhuld. De Hoge Raad zet uiteen dat verbergen en verhullen zien op gedragingen die het zicht op onder meer de vindplaats bemoeilijken en die daartoe geschikt zijn. Omdat het plaatsen van het geld achter de plafondplaat het zicht op de vindplaats bemoeilijkt, acht de Hoge Raad de bewezenverklaring toereikend gemotiveerd en faalt het middel. Wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie vermindert de Hoge Raad de taakstraf van 120 naar 114 uren en verwerpt hij het beroep voor het overige.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ook de verdachte zonder procesafspraken profiteert: rechtbank deelt strafkorting voor teruggave kunstschatten gelijk over drie verdachten

Op 5 juni 2026 heeft de rechtbank Noord-Nederland drie mannen elk veroordeeld tot 47 maanden gevangenisstraf voor de kunstroof in het Drents Museum op 25 januari 2025, waarbij de gouden helm van Coțofenești en drie Dacische armbanden werden weggenomen en met zwaar vuurwerk een ontploffing werd veroorzaakt. Met twee verdachten waren procesafspraken gemaakt met als doel de teruggave van de kunstobjecten; de helm en twee armbanden zijn op 1 april 2026 overgedragen, de derde armband is nog spoorloos. De rechtbank toetste die afspraken aan artikel 6 EVRM, maakte een eigen strafberekening vanuit een basisstraf van 78 maanden en stelde schendingen vast van artikel 8 EVRM en het pressieverbod van artikel 29 Sv bij de inzet van opsporingsberichtgeving. Die vormverzuimen leidden tot strafvermindering, terwijl de inzet van de urgente veiligheidsverhoren en het undercovertraject rechtmatig werd geacht. Ook de derde verdachte zonder procesafspraken kreeg in het kader van rechtsgelijkheid een strafkorting van een derde wegens de teruggave.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Geldboetes voor medeplegen van handel in beschermde dieren; Landeck-vormverzuim bij telefoononderzoek zonder rechtsgevolg

De rechtbank Overijssel veroordeelt twee in Italië woonachtige dierenhandelaren elk tot een geldboete van € 25.000, waarvan € 10.000 voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, wegens het medeplegen van economische delicten op grond van de Omgevingswet. De verdachten hebben op 1 juli 2024 in Apeldoorn samen beschermde diersoorten uit de bijlagen A en B bij de CITES-basisverordening en 109 Canadese ganzen zonder de vereiste documenten en omgevingsvergunning verworven en vervoerd, terwijl de legale herkomst niet kon worden aangetoond. De rechtbank stelt in beide zaken een onherstelbaar vormverzuim vast bij het onderzoek aan de telefoon, maar verbindt daaraan geen rechtsgevolg omdat het Landeck-arrest toen nog niet was gewezen. Voor het ontbreken van diergezondheidscertificaten en een vervoersvergunning volgt in beide zaken vrijspraak. De in beslag genomen dieren waarvan de legale herkomst niet is vastgesteld, worden aan het verkeer onttrokken. In één van de zaken gaan de overige dieren terug naar de verdachte.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: Maatstaf beoordeling tegenonderzoek

Hoge Raad 2 juni 2026, ECLI:NL:HR:2026:820

Het beoordelingskader voor een verzoek om tegenonderzoek begint bij het uitgangspunt dat de verdachte op grond van artikel 6 EVRM het recht heeft de betrouwbaarheid van een belastende deskundigenverklaring te onderzoeken, zodat voor een eerste verzoek tot tegenonderzoek in beginsel geen nadere onderbouwing van het belang mag worden verlangd. De verdediging moet daarbij wel aanduiden welke onderdelen van de deskundigenverklaring zij betwist, en kan worden gevraagd toe te lichten waarom toetsing bij voorkeur via een tegenonderzoek moet plaatsvinden in plaats van langs een andere weg, zoals het horen van de deskundige of een nader rapport. Is een eerder verzoek om tegenonderzoek al toegewezen en dat onderzoek uitgevoerd, dan mag bij een volgend verzoek om de betrouwbaarheid van zowel de eerste verklaring als het tegenonderzoek te onderzoeken wel een nadere onderbouwing van het belang worden verlangd. Uit die motivering moet blijken dat en waarom de verdediging met het eerdere onderzoek geen behoorlijke en effectieve mogelijkheid heeft gehad om de betrouwbaarheid van de eerste deskundigenverklaring te toetsen. In de regel is daaraan voldaan als voldoende is onderbouwd dat er concrete aanwijzingen zijn dat ook na het verrichte tegenonderzoek geen betrouwbaar onderzoeksresultaat beschikbaar is, bijvoorbeeld omdat het onderzoek niet aan de vakinhoudelijke eisen voldoet.

Read More
Print Friendly and PDF ^