Veroordeling van feitelijk leidinggever voor het jarenlang negeren van een stilleggingsbevel en het niet treffen van maatregelen ter voorkoming van zware ongevallen bij een BRZO-bedrijf

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 1 mei 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1194

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeelt een 83-jarige bestuurder als feitelijk leidinggever voor overtredingen van veiligheidsvoorschriften die voor zijn onderneming als BRZO-bedrijf golden. De onderneming negeert jarenlang een bevel tot stillegging van de Inspectie SZW dat afvul- en overslagwerkzaamheden met explosiegevaarlijke stoffen in productiehal P1 verbiedt. Daarnaast treft de onderneming opzettelijk niet alle maatregelen die nodig zijn om zware ongevallen te voorkomen, onder meer door het gebruik van niet-explosieveilige apparatuur en het achterwege laten van een vereiste Management of Change-procedure. Het hof verwerpt de verweren dat het stilleggingsbevel onbevoegd is gegeven en dat de gevolgde werkwijze elk explosiegevaar uitsloot. De verdachte wordt als feitelijk leidinggever en niet als medepleger aangemerkt en partieel vrijgesproken van het onderdeel over de voorlichting van productiemedewerkers. Het hof legt een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden met een proeftijd van twee jaren op, alsmede een taakstraf van 180 uren subsidiair 90 dagen hechtenis.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof: Voorhanden hebben van valse geschriften valt buiten vervolgingsuitsluitingsgrond artikel 69 lid 4 AWR

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 27 mei 2026, ECLI:NL:GHARL:2026:3362

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat het enkel voorhanden hebben van valse of vervalste geschriften niet binnen de reikwijdte van de vervolgingsuitsluitingsgrond van artikel 69, vierde lid AWR valt. Anders dan de rechtbank Overijssel acht het hof het Openbaar Ministerie daarom ontvankelijk in de vervolging van het onder 1 primair tenlastegelegde. De verdachte heeft 26 deels valse facturen voorhanden gehad, terwijl hij wist dat deze waren bestemd om als echt en onvervalst te gebruiken. Het hof verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep ten aanzien van feit 2 wegens het ontbreken van bezwaren. Met toepassing van artikel 423, vierde lid Sv bepaalt het hof voor het onder 2 bewezenverklaarde feit een taakstraf van 80 uren. Mede vanwege de aanzienlijke overschrijding van de redelijke termijn legt het hof voor feit 1 een taakstraf van 20 uren op, te vervangen door 10 dagen hechtenis.

Read More
Print Friendly and PDF ^

CBb schrapt Nederlandse boete voor Volkswagen in dieselschandaal

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft op 2 juni in hoger beroep geoordeeld dat de Autoriteit Consument & Markt (ACM) ten onrechte een boete van 450 duizend euro heeft opgelegd aan de in Duitsland gevestigde autofabrikant Volkswagen AG (VW). De ACM heeft deze bestuurlijke boete aan VW opgelegd wegens overtreding van de Wet handhaving consumentenbescherming (Whc). Volgens het CBb heeft de ACM de boete opgelegd in strijd met het ne bis in idem-beginsel. Dat beginsel houdt in dat niemand opnieuw mag worden berecht of gestraft voor een strafbaar feit waarvoor hij in de Europese Unie (EU) al onherroepelijk is vrijgesproken of veroordeeld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Profijtontneming na structurele onderbetaling van uitzendkrachten: hof betrekt schaduwadministratie en soortgelijke feiten bij schatting van het voordeel

Gerechtshof Den Haag 11 juni 2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:2943

Het gerechtshof Den Haag stelt op 11 juni 2024 in hoger beroep het wederrechtelijk verkregen voordeel van een betrokkene vast op € 258.710,95 na een veroordeling wegens feitelijk leidinggeven aan valsheid in geschrift door een rechtspersoon. De betrokkene drijft een uitzendbureau dat aan werknemers met Oost-Europese namen een nettoloon betaalt dat lager is dan het wettelijk minimumloon, waarbij het verschil via de onderneming aan hemzelf toekomt. Het hof baseert de schatting op het verschil tussen het uitbetaalde nettoloon en het wettelijk minimumloon in de periode van 2014 tot en met oktober 2016. Naast de bewezen verklaarde feiten betrekt het hof ook andere soortgelijke feiten in de schatting waarvoor voldoende aanwijzingen bestaan, mede op grond van een professioneel opgezette schaduwadministratie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Procesafspraken in hoger beroep: Gemeenschappelijk Hof bevestigt veroordeling voor belastingfraude en witwassen en verlaagt straf wegens overschrijding van de redelijke termijn

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 6 maart 2026, ECLI:NL:OGHACMB:2026:119

Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie veroordeelt op 6 maart 2026 een verdachte wegens belastingfraude en witwassen en neemt daarbij de in hoger beroep gemaakte procesafspraken over. De verdachte geeft samen met een ander feitelijk leiding aan het indienen van onjuiste aangiften omzetbelasting en aan het niet of niet tijdig doen van andere belastingaangiften, waardoor Sint Maarten ruim ANG 700.000 aan belastinginkomsten misloopt. Daarnaast wordt het witwassen van twee voertuigen met een gezamenlijke waarde van USD 119.000 bewezen verklaard. Het Hof toetst de procesafspraken aan de ernst van de zaak en aan de in artikel 392 en 394 Sv genoemde vraagpunten en acht het afdoeningsvoorstel proportioneel. Wegens overschrijding van de redelijke termijn in hoger beroep verlaagt het Hof de gevangenisstraf met één maand tot 21 maanden onvoorwaardelijk. Het Hof verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in het hoger beroep en wijst de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf af.

Read More
Print Friendly and PDF ^