Raad van State bevestigt beperking inzagerecht politiegegevens op grond van opsporingsbelang

Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State 29 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2435

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelt dat de korpschef van politie de inzage in politiegegevens mag beperken voor zover dit noodzakelijk en evenredig is voor de opsporing en vervolging van strafbare feiten. Appellant heeft volledige inzage in zijn politiedossier verzocht en verwijdering verlangd van registraties over zijn mentale gezondheid. Doordat appellant geen toestemming heeft verleend op grond van artikel 8:29, vijfde lid, Awb kan de bestuursrechter niet beoordelen of de gedeeltelijke weigering van inzage rechtmatig is. De Afdeling gaat er daarom van uit dat de korpschef op juiste gronden geen volledige inzage heeft verleend. Het verwijderingsverzoek heeft zijn belang verloren omdat de bestreden registraties inmiddels zijn vernietigd. De gevorderde schadevergoeding van € 500.000 wordt afgewezen wegens onbevoegdheid en gebrek aan onderbouwing.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Rechtbank Oost-Brabant: omkoping boa voor raadplegen kentekenregister rechtvaardigt onvoorwaardelijke gevangenisstraf ondanks first offender en kostwinnerschap

Rechtbank Oost-Brabant 30 april 2026, ECLI:NL:RBOBR:2026:2737 (hoofdzaak) en ECLI:NL:RBOBR:2026:2740 (ontneming)

De rechtbank veroordeelt een verdachte voor omkoping van een bijzonder opsporingsambtenaar en voor het voorhanden hebben van een gasdrukpistool. De verdachte plaatst gedurende ruim een jaar advertenties in Telegramgroepen waarin hij tegen betaling kentekengegevens aanbiedt, die hij verkrijgt via een boa met toegang tot gemeentelijke systemen. De rechtbank acht beide feiten wettig en overtuigend bewezen en legt een gevangenisstraf op van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. In de gelijktijdig behandelde ontnemingsprocedure stelt de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 2.559,50 en wijst zij de vordering integraal toe. De rechtbank weegt mee dat de verdachte first offender is, openheid van zaken geeft en kostwinner is, maar acht een onvoorwaardelijke gevangenisstraf onontkoombaar gelet op de schending van het publieke vertrouwen en de potentiële gevaarzetting bij het verstrekken van persoonsgegevens.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof matigt straf voor feitelijk leidinggevende aan btw-fraude, valsheid in geschrift en gewoontewitwassen vanwege uitzichtloze medische situatie

Gerechtshof Den Haag 3 maart 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:601

Het gerechtshof Den Haag bevestigt op 3 maart 2026 de veroordeling van een bestuurder die feitelijke leiding heeft gegeven aan onjuiste aangiften omzetbelasting, valsheid in geschrift en gewoontewitwassen door zijn vennootschap. Op basis van valselijk opgemaakte facturen keert de Belastingdienst ruim één miljoen euro uit, waarvan na beslaglegging ruim € 650.000 als schade resteert. Het hof bevestigt de bewezenverklaring van de rechtbank en kwalificeert de feiten als feitelijk leidinggeven in de zin van artikel 51 lid 2 Sr. Vanwege de uitzichtloze medische situatie van de verdachte en het tijdsverloop wordt een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf maanden opgelegd met een proeftijd van twee jaren. Daarnaast wordt de verdachte voor twee jaren ontzet uit het recht tot uitoefening van het beroep van bestuurder van een rechtspersoon en worden een mobiele telefoon en een computer verbeurdverklaard.

Read More
Print Friendly and PDF ^

"Veilig stellen" van geld is al toe-eigenen

Op 29 april 2026 veroordeelde de rechtbank Midden-Nederland een boekhouder voor verduistering in dienstbetrekking van € 72.500 en drie bedrijfsauto's tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden en een taakstraf van 120 uur. De rechtbank oordeelt dat het door de verdachte gestelde "veilig stellen" van het geld op zichzelf al wederrechtelijke toe-eigening oplevert, omdat hij vanaf het moment van overboeking als heer en meester over het geld kon beschikken. Ondanks een forse overschrijding van de redelijke termijn legt de rechtbank een zwaardere modaliteit op dan de officier van justitie eiste, met als motivering dat de ernst van de feiten en de proceshouding van de verdachte een stok achter de deur rechtvaardigen. Bij de vordering benadeelde partij merkt de rechtbank de advocaatkosten gemoeid met de artikel 12 Sv-procedure aan als rechtstreekse schade, omdat zonder die procedure de strafzaak geen doorgang zou hebben gevonden. De toegewezen materiële schade bedraagt € 80.510,22, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 18 april 2016.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Een grap met fataal gevolg: voorwaardelijk opzet bij schot uit vermeend beveiligd vuurwapen

Hoge Raad 21 april 2026, ECLI:NL:HR:2026:689

In dit arrest bevestigt de Hoge Raad de veroordeling voor doodslag van een verdachte die op 7 juli 2020 in Arnhem zijn partner doodschoot met een vuurwapen dat volgens hem op de veiligheidspal stond. De Hoge Raad herhaalt de maatstaf voor voorwaardelijk opzet uit HR 25 maart 2003 (ECLI:NL:HR:2003:AE9049) en HR 9 november 1954 (ECLI:NL:HR:1954:1) over de aanmerkelijke kans en de bewuste aanvaarding daarvan. Het oordeel dat de verdachte voorwaardelijk opzet op de dood had door met een schietklaar, geladen wapen op het slachtoffer te richten en de trekker over te halen zonder veiligheidschecks, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^