Tot 2 jaar cel voor mondkapjesfraude, zogenaamd uit naam van Ali B.

Drie mannen die betrokken waren bij mondkapjesfraude en het witwassen van de opbrengst daarvan zijn door de rechtbank Midden-Nederland veroordeeld tot (deels voorwaardelijke) gevangenisstraffen. Twee mannen van 30 en 27 jaar verkochten in het begin van de coronacrisis zognaamd uit naam van rapper Ali B. mondkapjes aan twee bedrijven in het buitenland, zonder die daadwerkelijk te leveren. De derde man (21) regelde dat het geld kon worden witgewassen. De 30-jarige man heeft een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee jaar opgelegd gekregen. De andere twee zijn veroordeeld tot eveneens 2 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hof gaat niet mee met procesafspraken in fraudezaak

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 1 april 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:2541, ECLI:NL:GHARL:2022:2524 en ECLI:NL:GHARL:2022:2523

Het hof heeft de drie verdachten die betrokken waren bij een vastgoedbedrijf veroordeeld wegens het medeplegen van oplichting, begaan door een rechtspersoon, terwijl verdachten tot dat feit opdracht hebben gegeven dan wel feitelijk leiding hebben gegeven aan de verboden gedragingen. In alle drie de zaken zijn procesafspraken gemaakt tussen de verdediging en het openbaar ministerie. Het hof heeft in het arrest gemotiveerd aangegeven waarom het niet aansluit bij de gemaakte procesafspraken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vergoeding advocaatkosten: moet onder het begrip raadsman tevens worden verstaan een gemachtigde?

Rechtbank Den Haag 1 maart 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:2584

In een strafrechtelijke procedure voor de kantonrechter kan een verdachte zich overeenkomstig artikel 398 Sv laten vertegenwoordigen door een gemachtigde. De verzoeker heeft van deze mogelijkheid gebruikgemaakt. De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of onder het begrip raadsman tevens moet worden verstaan een gemachtigde, niet zijnde een advocaat. Door het gebruik van de term ‘raadsman’ creëert de wettelijke vergoedingsregeling van artikel 530 Sv een ondergrens aan de kwaliteit van rechtsbijstand die voor vergoeding in aanmerking komt. Gemachtigden hoeven niet aan diezelfde kwaliteitseisen te voldoen. Daardoor kan niet worden vastgesteld dat rechtsbijstand die door gemachtigden wordt verleend in het algemeen hetzelfde juridisch deskundig niveau heeft als rechtsbijstand verleend door een advocaat.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over oplichting en ontbreken van wederrechtelijkheid

Parket bij de Hoge Raad 5 april 2022, ECLI:NL:PHR:2022:317

In deze zaak gaat het blijkens de vaststellingen van de rechtbank in het in zoverre door het hof bevestigde vonnis om het volgende. De verdachte heeft zich tweemaal schuldig gemaakt aan oplichting. Hij heeft zich voorgedaan als een medewerker van Investeringsgroep Amsterdam (IGA), een bedrijf dat leningen kon verstrekken. De verdachte maakte gebruik van een professionele website, beschikte over een kantoorpand en adverteerde in het dagblad De Telegraaf. Alvorens een financiering te kunnen krijgen, moesten de slachtoffers echter eerst een flinke som eigen geld inbrengen. Nadat de slachtoffers het geld aan de verdachte hadden overhandigd dan wel op een daartoe door de verdachte aangewezen rekening hadden overgemaakt, is het geld van de slachtoffers verdwenen en stonden de slachtoffers, die al in financieel zwaar weer verkeerden, met lege handen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Beslag ex art. 94a Sv: wanneer is sprake van een misdrijf waarvoor een geldboete van de 5e categorie kan worden opgelegd?

Hoge Raad 5 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:507

In het middel wordt geklaagd dat de rechtbank ten onrechte en op onjuiste en/of onbegrijpelijke gronden heeft geoordeeld dat sprake is van verdenking van een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd zoals bedoeld in art. 94a lid 1 en/of lid 2 Sv aangezien de aan dat oordeel ten grondslag gelegde verdenking(en) van overtreding van art. 1 lid 1 onder a en/of onder b van de Wet op de kansspelen geen (althans niet zonder meer) misdrijven zijn, althans heeft de rechtbank er niet dan wel onvoldoende (begrijpelijk) blijk van gegeven te hebben onderzocht of ten tijde van de beslissing sprake was van een verdenking van een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd, waardoor in ieder geval het oordeel dat sprake is van verdenking van een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd niet (zonder meer) begrijpelijk is.

Read More
Print Friendly and PDF ^

OM niet-ontvankelijk in vervolging voor sociale zekerheidsfraude nu nadeelbedrag onduidelijk is

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 1 april 2022, ECLI:NL:GHSHE:2022:1047

Het hof stelt voorop dat de beslissing om tot vervolging over te gaan zich slechts in zeer beperkte mate voor een inhoudelijke rechterlijke toetsing leent, in die zin dat slechts in uitzonderlijke gevallen plaats is voor een niet-ontvankelijk verklaring van het openbaar ministerie in de vervolging op de grond dat het instellen of voortzetten van die vervolging onverenigbaar is met beginselen van een goede procesorde, voor zover hier van belang met het verbod van willekeur – dat in strafrechtspraak in dit verband ook wel wordt omschreven als het beginsel van een redelijke en billijke belangenafweging – om de reden dat geen redelijk handelend lid van het openbaar ministerie heeft kunnen oordelen dat met (voortzetting van) de vervolging enig door strafrechtelijke handhaving beschermd belang gediend kan zijn.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over profijtontneming & aftrek van (vaste) kosten

Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:121

Het middel komt met drie deelklachten op tegen de vaststelling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel. De eerste twee deelklachten richten zich tegen de begrijpelijkheid van de verwerping van een tweetal verweren die zien op de aftrek van kosten. De derde deelklacht houdt in dat het hof niet heeft gerespondeerd op het gevoerde draagkrachtverweer.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Cassatie in het belang van de wet over toegang tot verkeers- en locatiegegevens

Hoge Raad 5 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:477

Advocaat-generaal Keulen heeft beroep in cassatie in het belang van de wet ingesteld. De vordering strekt tot schorsing van de behandeling van het cassatieberoep teneinde een prejudiciële vraag te stellen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de uitleg van artikel 15 lid 1 van Richtlijn 2002/58/EG, althans tot vernietiging van de beschikking van de rechter-commissaris.

Read More
Print Friendly and PDF ^

HR: Beoordelingskader overschrijding redelijke termijn

Hoge Raad 22 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:363

Read More
Print Friendly and PDF ^

Kermisexploitant en leidinggevende veroordeeld voor ongeluk met attractie waarbij vader en zoon gewond raakten

De rechtbank Oost-Brabant heeft een kermisexploitant uit Bergen op Zoom veroordeeld tot een geldboete van 15.000 euro, waarvan 7.500 euro voorwaardelijk voor het veroorzaken van een ongeval met een van haar kermisattracties in Wijchen. Een vader en zijn zoontje raakten door het ongeluk (zwaar)gewond. De leidinggevende van het bedrijf krijgt een taakstraf van 120 uur, waarvan 60 uur voorwaardelijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^