OM niet-ontvankelijk: verzuimboeten hebben dezelfde rechtsgevolgen als kennisgeving niet verdere vervolging

Gerechtshof Den Haag 14 augustus 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1532

Het hof heeft vastgesteld dat ‘terzake van de feiten’ die aan de verdachte ten laste zijn gelegd, voor de aanslagjaren 2014 en 2015 aan hem verzuimboeten zijn opgelegd. Gelet daarop is sprake van ‘bestuurlijke boeten’ met dezelfde rechtsgevolgen als een kennisgeving van niet verdere vervolging. Op grond van artikel 246, eerste lid, van het Wetboek van strafvordering eindigt daardoor de zaak.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Conclusie AG over meldplicht I&R-systeem

Parket bij de Hoge Raad 25 augustus 2020, ECLI:NL:PHR:2020:731

Read More
Print Friendly and PDF ^

Niet-ontvankelijkheid vanwege onbetrouwbaarheid en onbruikbaarheid door buitenlandse autoriteit verstrekte startinformatie

Rechtbank Rotterdam 23 juni 2020, ECLI:NL:RBROT:2010:8997

De officier van justitie heeft de niet-ontvankelijk in de vervolging van de verdachte gerekwireerd. De officier van justitie kan niet langer instaan voor de betrouwbaarheid en bruikbaarheid van een door een buitenlandse autoriteit verstrekte startinformatie die afkomstig is van een getuige. Dit heeft als gevolg dat noch de rechtbank noch de verdediging in staat is om de rechtmatigheid en betrouwbaarheid van het bewijs kan controleren. De rechtbank kan onder de geschetste omstandigheden niet anders dan de officier van justitie volgen in zijn verzoek tot niet-ontvankelijkverklaring.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vrijspraak voor het niet juist bijhouden van het verplicht gestelde opkopersregister. Bewezenverklaring feitelijk leidinggeven aan opzet- en schuldheling door opkopers tweedehands goederen.

Rechtbank Amsterdam 24 augustus 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:4139

Het onderzoek 13Onhaye richt zich op de rechtspersoon UP Oost. UP Oost is franchisenemer van de franchisegever Used Products B.V. en nam op grote schaal tweedehandse goederen in. Mensen die iets wilden verkopen, konden hun goed in de winkel van UP Oost aanbieden. De werknemer achter de balie bepaalde of het goed al dan niet werd ingekocht. Vervolgens bepaalde diegene een prijs voor het goed. Als men een waardevol goed had, maar krap bij kas zat, kon het goed bij UP Oost ook worden verpand. Na enige weken kon het goed dan voor hetzelfde bedrag vermeerderd met rente weer worden opgehaald.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Wet bevat geen regeling voor instellen cassatie door BP indien vordering n-o is verklaard of afgewezen en verdachte of OM niet in cassatie gaan

Hoge Raad 25 augustus 2020, ECLI:NL:HR:2020:1321

Artikel 421 lid 4 van het Wetboek van Strafvordering voorziet in het instellen van hoger beroep door een benadeelde partij tegen de afwijzing van haar vordering door de rechter in eerste aanleg indien noch de verdachte noch het openbaar ministerie hoger beroep heeft ingesteld. De wet bevat geen regeling ten aanzien van het instellen van beroep in cassatie door een benadeelde partij indien haar vordering door de appelrechter in het strafgeding niet-ontvankelijk is verklaard dan wel is afgewezen en noch de verdachte noch het openbaar ministerie cassatieberoep heeft ingesteld. In de strafzaak tegen de verdachte is geen cassatieberoep ingesteld door de verdachte of door het openbaar ministerie.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling medewerker Belastingdienst

Rechtbank Rotterdam 2 juli 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:6990

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belastingfraude. Hij heeft misbruik gemaakt van het belastingsysteem door ten onrechte een bedrag aan giften op te geven, waardoor hij te weinig inkomstenbelasting heeft betaald. Hiermee heeft hij de Belastingdienst, en dus de samenleving, financieel benadeeld.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Vergoeding kosten raadsman: Uurtarief van €300 niet onredelijk hoog, gelet op aard van het feit en culturele achtergrond en ervaring van raadsman

Rechtbank Amsterdam 25 mei 2020, ECLI:NL:RBAMS:2020:3597

Voor verzoeker was het noodzakelijk om een raadsman te hebben met dezelfde achtergrond, gelet op de aard van het feit en de culturele achtergrond. Indien het feit tot een bewezenverklaring had geleid, zou de eer van het slachtoffer geschonden zijn met als gevolg een reactie vanuit de familie van het slachtoffer jegens de familie van verzoeker (eerwraak). In zo’n geval is deskundigheid en ervaring vereist. De raadsman heeft ruim 12 jaar ervaring in het strafrecht en dezelfde culturele achtergrond als verzoeker.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Ontstaan redelijke verdenking van een nieuw strafbaar feit is, ondanks latere vrijspraak, voldoende om na een eerder sepot alsnog tot vervolging over te gaan

Gerechtshof Den Haag 16 juni 2020, ECLI:NL:GHDHA:2020:1408

De raadsman van de verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep bepleit dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging, nu het Openbaar Ministerie de zaak eerder voorwaardelijk heeft geseponeerd. Nu niet is bewezen dat de verdachte nadien een strafbaar feit heeft gepleegd, immers zij is in eerste aanleg vrijgesproken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling locatie-directeur school voor verduistering

Rechtbank Rotterdam 7 juli 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:7100

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verduistering in dienstbetrekking, oplichting en valsheid in geschrift. Zij heeft over een langere periode valse facturen en declaraties opgesteld en ingediend bij naam stichting 1 waarvoor zij werkzaam was, in de functie van locatie-directeur van naam school.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling voor schuldwitwassen. BP niet-ontvankelijk nu het voegingsformulier niet door de juiste (rechts)persoon is ingediend. Wel aanleiding voor opleggen schadevergoedingsmaatregel.

Rechtbank Rotterdam 7 juli 2020, ECLI:NL:RBROT:2020:7098

De benadeelde partij wordt in de vordering niet-ontvankelijk verklaard nu de vordering is ingediend door naam benadeelde als natuurlijk persoon, terwijl uit het dossier is gebleken dat het geldbedrag van €39.870 is overgemaakt vanaf de rekening van naam bedrijf Een machtiging ontbreekt. Dit maakt dat het voegingsformulier niet door de juiste (rechts)persoon is ingediend. Nu de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard, zal de benadeelde partij worden veroordeeld in de kosten door de verdachte ter verdediging van de vordering gemaakt, welke kosten tot op heden worden begroot op nihil.

Read More
Print Friendly and PDF ^