Welke eisen worden gesteld aan een appelschriftuur? Bevat de inhoud van een handgeschreven brief van de verdachte ‘grieven’?

Hoge Raad 29 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1636

Het Hof heeft overwogen dat het de brief van de verdachte “niet aanmerkt als een brief die grieven bevat” en heeft toepassing gegeven aan art. 416, tweede lid, Sv. In aanmerking genomen dat aan de formulering van grieven - die ook door de verdachte zelf kunnen worden ingediend - als bedoeld in art. 410, eerste lid, Sv geen hoge eisen worden gesteld (vgl. HR 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1496, rov. 2.40), is het oordeel van het Hof dat de verdachte geen schriftuur houdende grieven heeft ingediend, niet zonder meer begrijpelijk.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Gevangenisstraf en geldboetes voor grootschalige mestfraude

De rechtbank Oost-Brabant heeft een 45-jarige man uit Wintelre voor grootschalige mestfraude veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 jaar, waarvan 1 jaar voorwaardelijk. Ook mag hij 3 jaar niet meer werken in die sector. Daarnaast veroordeelt de rechtbank 2 bedrijven van de man tot geldboetes van in totaal 50.000 euro. Voor betrokkenheid van een derde bedrijf was onvoldoende bewijs.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Kan zaak op de voet van art. 80a RO worden afgedaan als in de schriftuur wordt verzocht een prejudicieel advies te vragen aan het EHRM?

Hoge Raad 29 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1635

Als in een schriftuur wordt verzocht om een prejudicieel advies, dan speelt de vraag in hoeverre de Hoge Raad gehouden is hierop inhoudelijk te reageren. Vereist een middel waarin een dergelijk verzoek is neergelegd steeds een gemotiveerde reactie, of kan een dergelijk middel in voorkomende gevallen ook afgedaan worden met een verkorte afdoening op grond van art. 80a of art. 81 RO? Een antwoord hierop kan gevonden worden in de zaak Baydar tegen Nederland.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Bestuurder van twee bijlesinstituten veroordeeld voor belastingfraude: gevangenisstraf en beroepsverbod

Rechtbank Overijssel 24 oktober 2019, ECLI:NL:RBOVE:2019:3883

Verdachte was, zoals hiervoor is overwogen, alleen en zelfstandig bevoegd bestuurder van de stichting 2 en hij was, volgens zijn eigen verklaring, de enige feitelijk leidinggevende. Verdachte is uit dien hoofde verantwoordelijk voor het voeren van een deugdelijke administratie, zeker waar het de loonadministratie en het doen van aangiften loonbelasting voor zijn werknemers betreft. Verdachte was zich bewust van zijn administratieve (wan)beleid en heeft welbewust de ogen gesloten voor de mogelijke gevolgen daarvan. Maatregelen ter verbetering heeft hij achterwege gelaten.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Veroordeling verbergen stoffelijk overschot moeder: Gemeente als benadeelde partij niet-ontvankelijk in vordering, terugvordering uitkering moet via bestuursrecht

Gerechtshof ’s-Hertogenbosch 28 oktober 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:3869

Met de verdediging is het hof van oordeel dat de Gemeente Schinnen de ten onrechte betaalde uitkeringen kan en moet terugvorderen via de gebruikelijke regeling die daarvoor bestaat in het bestuursrecht. Enkel indien terugvordering van de ten onrechte betaalde uitkeringen via deze gebruikelijke regeling niet (meer) mogelijk is, bestaat de mogelijkheid om de schade als civiele partij te verhalen via het strafrecht (vgl. het arrest van de Hoge Raad d.d. 11 april 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV4007).

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hawala-bankieren: vrijspraak witwassen, veroordeling voor medeplegen bankieren zonder vergunning

Rechtbank Rotterdam 14 oktober 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:8112

De verdachte heeft zich samen met zijn medeverdachte schuldig gemaakt aan het verrichten van illegale geldtransacties. Door hem zijn veelvuldig grote contante geldbedragen buiten het formele geldcircuit ontvangen, verplaatst en overgedragen. Hij heeft deze geldtransacties bedrijfsmatig als betaaldienstverlener verricht, zonder dat hij beschikte over een daartoe verleende vergunning van De Nederlandsche Bank, dan wel een door die instelling geregelde vrijstelling. Door zo te handelen heeft de verdachte zich onttrokken aan de regels van het financiële toezichtrecht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

OM niet-ontvankelijk gelet op inhoud en tijdstip van aangifte en klacht(termijn)

Gerechtshof Den Haag 16 september 2019, ECLI:NL:GHDHA:2019:2606

Het hof stelt vast dat aangeefster op 1 augustus 2015 aangifte heeft gedaan van de belaging door de verdachte, gepleegd in de periode van 1 januari 2013 tot en met 19 juli 2015. Op 3 augustus 2015 is klacht gedaan. Het hof gaat er op grond van de inhoud van de desbetreffende klacht van uit dat het gaat om een mondelinge klacht die in persoon is gedaan door de aangeefster. De raadsman van aangeefster heeft dit overigens ook ter terechtzitting in hoger beroep bevestigd. In zoverre kleeft er – anders dan door de raadsman van verdachte is betoogd – geen gebrek aan de ingediende klacht.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Inhouse advocaten Shell geen geheimhouders ex art. 218 Sv

Rechtbank Rotterdam 7 oktober 2019, ECLI:NL:RBROT:2019:7856

In de strafzaak tegen Shell heeft de officier van justitie op 4 maart 2019 door middel van 15 vorderingen gevorderd dat de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in de rechtbank Rotterdam op grond van artikel 98 Sv beoordeelt of bepaalde gegevens die bij een doorzoeking bij de verdachte in beslag zijn genomen onder het verschoningsrecht van 15 van de bij de verdachte werkzame inhouse lawyers vallen.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Hoewel politieagent informatie niet naar buiten heeft gebracht, wel sprake van schending ambtsgeheim, omdat informatie die niet voor hem bestemd was, voor zichzelf heeft ontsloten

Rechtbank Den Haag 15 oktober 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:10842

De verdediging heeft aangevoerd dat van schenden van het ambtsgeheim slechts sprake kan zijn indien de verdachte de geheime informatie met een derde zou hebben gedeeld. Daarvan is hier geen sprake zodat de verdachte van dit feit dient te worden vrijgesproken.

Read More
Print Friendly and PDF ^

Medeplegersboete belastingadviseur: plaats feitelijke leiding, geen bewijs opzet

Rechtbank Den Haag 20 juni 2019, ECLI:NL:RBDHA:2019:9410

Verweerder stelt dat eiseres kan worden aangemerkt als medepleger, subsidiair feitelijk leidinggever van de verboden gedragingen. Volgens verweerder blijkt uit het door hem verrichte onderzoek dat de in 2 hiervoor vermelde medewerkers van eiseres, gezien hun grote betrokkenheid, op de hoogte waren van het feit dat op Guernsey enkel de handtekeningen onder de bestuursbesluiten werden gezet en dat zij wisten dat het enkel zetten van handtekeningen niet voldoende is en dat dus de werkelijke leiding van de Guernsey limiteds niet op Guernsey maar door A en B in Nederland werd uitgeoefend.

Read More
Print Friendly and PDF ^